De noodzakelijkheid van de ingang door de enge poort
„Strijdt om in te gaan door de enge poort; ivant velen, zeg Ik u, zullen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen." (Lucas 13 : 24)
(Vervolg)
De vorige keer zagen wij, dat tot de Heere Jezus een man kwam, die met de Heere een theologisch gesprek wilde gaan beginnen over de verkiezing. Hij stelde immers de vraag: „Heere, zijn er ook weinigen die zalig worden? " Het was een man, die geheel opging in de beschouwing van de waarheid. Hij had het druk over anderen, maar vergat zichzelf.
Opmerkelijk is dan ook, wat Jezus met zulke mensen doet. Hij geeft ian geen speciaal antwoord op rt ag.
Mogelijk zou hij dan immers gaan menen dat de Heere zijn vraag net zo belangrijk vond, als hij dat zelf vond.
Neen, op zijn vraag krijgt hij geen apart antwoord, maar een antwoord, dat allen geldt en tot allen gericht is: „Strijdt om in te gaan door de enge poort."
Er is maar één boodschap Gods en die is voor allen.
Welk een tegenstelling ligt er tussen het antwoord, wat de Heere in onze tekst geeft en de vraag van die man.
Deze man stelde een vraag aan de Heere Jezus. En vragen, daar kun je rustig bij blijven zitten.
Maar strijden („Strijdt om in te gaan") eist de ganse persoon met hart en ziel en alle krachten. Er blijft dan voor rust en voor beschouwingen niet veel tijd over. Dan gaat het om het leven, om de behoudenis van een eeuwig verderf.
Niet vragen dus, maar strijden. „Strijdt om in te gaan door de enge poort."
Elk mens zoekt vrede en geluk hier op aarde en straks rust en heerlijkheid. Elk mens voelt immers een onrust en vreze in zich als gevolg van de zonde en zoekt nu vrede.
Augustinus zegt: „Onrustig is ons hart in ons, totdat het rust vindt in U, o God."
Bijzonder gaat het hart dergenen, die onder het Woord leven, uit naar de hemelse heerlijkheid.
En nu wordt in onze tekst de toegang tot de hemelse heerlijkheid voorgesteld als een poort. Als de poort des levens. De Heere Jezus zegt, dat die poort des levens eng is. Ja, die poort is eng, smal en laag.
Voor wie er met breed gebaar van eigen kracht door wil ingaan, is hij te nauw en de poortposten wijken niet.
Voor wie als een hoogmoedige met de versierselen van eigengerechtigheid wil intreden, is de poort te laag.
Voor wie beladen met deugden en verdiensten zou menen binnen te treden, voor die is de poort te smal. Wij moeten dat alles verliezen en achterlaten.
En van dat bukken en buigen en verhezen zijn wij nu vijanden, lezers.
Daarom „velen zullen zoeken in te gaan en zullen niet kunnen." De oorzaak hiervan ligt in henzelf, ook al zoeken zij hem ook ergens anders.
Alleen een naakte, arme zondaar, zal ingaan door de poort. Alle lompen, waarmee we ons nog zoeken te bekleden, zullen wij moeten leren te verliezen.
Ja, de Heere Jezus zegt: „Strijdt om in te gaan door de enge poort."
Er moet gestreden worden om door die poort in te gaan, omdat machtige vijanden de ingang door die poort zoeken te belemmeren.
Doch daarbij hopen we U D.V. de volgende keer te bepalen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 februari 1963
Daniel | 8 Pagina's