JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Woord en wereld

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Woord en wereld

6 minuten leestijd

2.

Onzeker getuigenis

Reeds enige maanden geleden schreef een lezeres me:

„En dan wijst u nog op de zeer grote verantwoordelijkheid die we hebben t.o.v. onze naaste. Ja, eigenlijk moesten we wel elke gelegenheid aangrijpen om erover te spreken. In dat opzicht ben ik wel eens jaloers op mensen uit de Ger. Kerk. Hun geloofsopvatting brengt mee dat men heel enthousiast over zijn geloof kan praten. En men zou de dienst des Heeren eigenlijk moeten aanprijzen. Maar hoe kun je dat als je eigen hart zegt: „je liegt, je kent er zelf niets van"? "

Het zéér belangrijke „Rapport stand geestelijk leven Gereformeerde Kerken" laat ons zien, dat helaas ook in de Ger. Kerken niet alles goud is wat er blinkt. Dit rapport wijst op een bij velen aanwezig te kort aan bijbels schuldbesef, op de vaak geringe geloofszekerheid, enz. Hierop aansluitend stelt dit rapport:

„Wij hebben hen (onze onkerkelijke naasten) te dienen met het eerste dat wij gekregen hebben: de rijkdom van Gods genade in Christus Jezus, het persoonlijke getuigen van Hem. Doch velen van hen (kerkleden) zijn zwak in dit getuigenis. Van een geestelijk gesprek komt in verreweg de meeste gevallen, enkele gunstige uitzonderingen daargelaten, weinig of niets terecht. Ook wanneer de gelegenheid zich voordoet mist men de vrijmoedigheid. Geen 30 van de geïnterviewden hebben eens een ander met zich mee naar de kerk genomen. De georganiseerde evangelisatie heeft een te smal draagvlak in het gedrag van de enkele leden.

Het Woord van God legt niet radicaal beslag op ons hele leven. Wij capituleren niet voor de majesteit er van. Het is vooral door gebrek aan deze radicale overgave aan Christus, dat er, zowel in het leven van kerkleden als in dat van onze christelijke instellingen, zo bitter weinig verandert.

Doordat het hart niet voortdurend op de Heere gericht is, is meer dan eens de levensernst weg. De ijver slaapt. Een tamelijk hoog percentage kerkleden richt niets, maar dan ook niets uit in dienst van kerk en koninkrijk.

Hoewel onze kerken niet pas uit het heidendom gewonnen maar reeds lang gevestigde kerken zijn, dreigen zij een schare van onmondigen te worden, die het Woord Gods niet kennen en niet in staat zijn dit zelfstandig te hanteren en in praktijk te brengen"

Het dient ons te verblijden, dat er in de Ger. Kerken met deze vragen geworsteld wordt. Hebben wij, dus u en ik, oog voor deze vragen en worstelen wij hiermee?

Lezer(es), bidt u God dat ook in de Ger. Kerken Zijn Waarheid zegevieren zal? Ons oordeel over anderen Er zijn, helaas, mensen die precies weten te zeggen wie er in hun omgeving wél en wie er niet tot Gods kinderen behoren. Voor hen bestaat er dus blijkbaar geen onzichtbare kerk.

Calvijn zegt echter: „Het is een bijzonder voorrecht van God zelf, te weten, wie de Zijnen zijn."

En op de vraag, wie we dan voor Gods kinderen moeten houden, antwoordt hij „dat God Zich in dit opzicht aan ons begrip heeft aangepast. En aangezien de zekerheid des geloofs daartoe niet nodig was, heeft Hij een zeker oordeel der liefde in de plaats daarvan gesteld, dat wij voor leden der kerk zouden houden hen, die cloor de belijdenis des geloofs en de voorbeeldigheid des levens en het deelgenootschap aan de sacramenten met ons denzelfden God en Christus belijden" 2).

Met dit oordeel der liefde hebben wij de leden van eigen kerk en andere kerken te behandelen. God geeft ons in Zijn Woord nergens de opdracht om het geloof van onze naasten te beproeven. Maar Hij gebiedt ons: „onderzoekt uzelf of gij in het geloof zijt, beproeft uzelf." Alléén het Woord Gods behoort voor ons de enige norm te zijn, dus niet onze naaste („mensen uit de Ger. Kerk"), evenmin de influisteringen van satan („je liegt, je kent er zelf niets van").

Alléén dit W r oord is „een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten."

Droevige onzekerheid

Het is een droevig feit, dat menigeen die met David van harte mag belijden „ik ben bekommerd vanwege mijn zonde" (Ps. 38 : 9), niet met dezelfde David van harte kan belijden „Heere, mijn heil" (vs. 23). Niet van harte komt tot de, in diepe ootmoed en stille verwondering geuite, geloofsjubel „Abba, Vader!" Velen vinden deze geloofsjubel iets „abnormaals, " en het eerste „normaal." Maar ook hier doorkruist de Schrift onze mening!

In het O.T. belijdt Heman „ik draag uw verschrikkingen, ik ben twijfelmoedig" (Ps. 88 : 16). Maar.... hij belijdt ook „O HEERE, God mijns heils" (vs. 2).

En in het N.T. schrijft Paulus aan de gemeente te Rome: „gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door welken wij roepen: Abba, Vader!" En zelf belijdt hij: „ik ben verzekerd dat noch.... ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus onzen Heere."

De Heilige Geest, Die in die tijd werkte, is niet veranderd. Hij is ook in 1963 nog Dezelfde, tot in alle eeuwigheid! Daarom is het een zeer grote zonde om te denken of te zeggen: „de Geest is van Gods kerk geweken." Want de Heid. Cat. belijdt terecht: „naar zijn Godheid, majesteit, genade en Geest wijkt Hij nimmermeer van ons."

En door de Heilige Doop „verzekert ons de Heilige Geest, dat Hij in ons wonen wil, en ons tot lidmaten van Christus heiligen wil, ons toeëigenende hetgeen wij in Christus hebben, namelijk, de afwassing onzer zonden, en de dagelijkse vernieuwing onzes levens."

Nee, de hand des HEEHEN is niet verkort, zodat zij niet zou kunnen verlossen; zijn oor is niet zwaar geworden, zodat het niet zou kunnen horen. „Maar uw ongerechtigheden maken een scheiding tussen ulieden en tussen uw God, en uw zonden verbergen zijn aangezicht voor ulieden, zodat Hij niet hoort" (Jes. 59 : 2). Of we het willen weten of niet: én van onze grootste ongerechtigheden is deze, dat wij de Heilige Geest uitblussen en bedroeven.

Het uitblussen en bedroeven van Gods Geest is niet alléén zeer schadelijk voor ons persoonlijk leven, maar ook voor onze naaste. Want hierdoor zijn we niet voor hem wat we door Gods genade zouden kunnen zijn. Hierdoor ontvangt God niet die eer, welke Hem toekomt. Niet voor niets zegt Christus: die in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij óók doen, en zal meerdere doen dan deze" (Joh. 14 : 12).

J-J-B.


Verkrijgbaar bij Algem. Bur. Ger. Kerken, Wilhelminapark 2, Utrecht tegen storting van f 1, 25 op postr. 513153;

2 ) Institutie Bk. IV, Hfdst. 1, par. 8.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 februari 1963

Daniel | 8 Pagina's

Woord en wereld

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 februari 1963

Daniel | 8 Pagina's