Anna van Engeland
I.
Anderhalf jaar geleden hebben wij beloofd de verdere lotgevallen van de Oranjefamilie te beschrijven. Het laatste artikel handelde over „Maria Louise van Hessen Kassei, de gemalin van de noodlottig om het leven gekomen Johan Willem Friso. Opnieuw willen wij de draad van deze, voor velen onbekende historie, opnemen en in enkele artikelen het wel en wee van de vorstelijke familie tot en met koningin Emma beschrijven.
Enkele maanden na de dood van Johan Willem Friso, op 1 september 1711 werd Willem Karei Hendrik Friso geboren. Zijn moeder voedde hem op in de vreze des Heeren. Altijd was zij bezig om de belangen van het land en haar zoon te behartigen. Het Friese volk hield van de weduwe. Het gaf haar de erenaam „Maaike Moei".
Het was prinses Maria Louise droef te moede, toen prins Willem in 1716, dus nauwelijks vier jaar oud, zó kwam te vallen dat hij in levensgevaar verkeerde. Gelukkig werd zijn jonge leven gespaard, maar hij was voor altijd misvormd en zijn hoge rug was vaak de oorzaak dat men minachtend op hem neerkeek.
Tot 1731 bleef „Maaike Moei" de voogdij over haar zoon voeren. In dat jaar aanvaardde de Prins zelf de regering. Tot haar dood toe bleef zij haar zoon met raad en daad bijstaan, al ging hij, vooral na zijn huwelijk zijn eigen weg. Op de 24e maart 1734 werd het huwelijk van de Friese stadhouder Willem IV met Anna, de dochter van koning George II van Engeland, met veel pracht en praal, in Londen gesloten. Het Engelse volk juichte het jonge paar hartelijk toe. Het herinnerde zich de dagen van koningstadhouder Willem III. Maar juist die toejuichingen waren er de oorzaak van dat de Engelse koningsfamilie tegenover de Hollander een koele houding aannam.
Prinses Anna was blij dat zij het ouderlijk huis kon verlaten, want het ging daar niet goed. De verstandhouding tussen de leden van het Huis van Hannover en tussen het Engelse volk waren niet al te best.
Hierdoor is het te begrijpen, dat Anna haar gemaal met vreugde naar Holland volgde. De ontvangst van de zijde der Staten was uiterst koel. Hierop waren de prins en prinses echter voorbereid. De Staten voelden er niets voor dat de stadhouder de Engelse koningsdochter ten huwelijk had gevraagd. Zij vreesden dat de Prins veel te veel macht zou krijgen. Het volk had daar zoals gewoonlijk geen hinder van en verwelkomde het prinselijk paar hartelijk, toen zij in Leeuwarden arriveerden.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 februari 1963
Daniel | 8 Pagina's