(Vervolg van Anna van Engeland II)
Ruim een jaar nadat Willem V het stadhouderschap had aanvaard (4 oktober 1767), trad hij te Berlijn in het huwelijk met Frederika Sophia Wilhelmina van Pruisen, de dochter van prins August en de zuster van de latere koning Frederik Wilhelm III. De geschiedschrijver zegt van haar dat zij een grote voortvarendheid bezat. En de hertog van Wolfenbuttel, die gehoopt had haar onder zijn invloed te zullen hebben, evenals haar gemaal, ondervond al heel spoedig dat ze er geen vrouw naar was om aan zijn leiband te lopen.
In 1772, toen op vele plaatsen dank-en bidstonden werden gehouden ter herinnering aan het rampjaar van 1672, werd in het vorstelijk gezin een zoon geboren (24 augustus). Het jonge prinsje kreeg de namen Willem Frederik. Deze prins was bestemd om groter macht te verwerven dan een van zijn voorgangers ooit heeft gehad. In 1774 werd de tweede zoon geboren. Dit prinsje werd Willem George Frederik genoemd.
Spoedig daarna werden de moeilijkheden, waarmee Willem V te kampen had, zo groot dat met reden de geboorte van Willem George Frederik de laatste zonnestraal werd genoemd, die in het stadhouderlijk verblijf is gevallen. In de weldra ontstane verwikkelingen heeft Wilhelmina van Pruisen een belangrijke rol gespeeld. We herinneren aan haar tocht van Nijmegen naar Den Haag, de aanhouding bij de Goejan-verwellesluis en de tussenkomst van haar broer, de koning van Pruisen in 1787, die met zijn leger de Prins van Oranje kwam helpen en hem weer in ere herstelde.
Deze geschiedenis is overbekend. Het is wel aardig om te vermelden dat de kommandant van de bezetting van de Goejanverwellesluis, van Wijngaarden, dertig jaar later door de Prinses-douairière, Wilhelmina van Pruisen werd ontvangen. De prinses woonde toen in het „Paviljoen" in Haarlem. Dat zij de belediging die haar bij de Goejan verwellesluis niet was vergeten blijkt uit het volgende. De voormalige patriot had een lang geanimeerd gesprek met prinses Wilhelmina en toen hij opstond om weer te vertrekken zei de prinses lachend: „Vandaag is mijnheer mijn gevangene; ik wacht u heden aan mijn tafel". En de vroegere kommandant bleef op het paviljoen dineren....
De moeilijkheden lieten haar niet ongemoeid, want op de 18e januari 1795 volgde zij haar schoondochter, kleinzoon en zoon naar Engeland.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1963
Daniel | 8 Pagina's