Gods besluit
(Jacobus Revius, 1586—1658)
Een kleinigheid, waarop we nauwelijks acht slaan, kan bij een dichter aanleiding geven tot een diepe overdenking. De dichter ziet het beeld, en het blijft in zijn gedachten haken, en rondom het beeld gaan de woorden zich rijgen. Hij moet die opschrijven, omdat het hem niet loslaat. Zo was het ook vaak bij de dichter Revius, waarover hier al meer is geschreven.
R. Nieuwenhuys schrijft in „Ziet, de dag komt aan" over Revius: „De op zijn portret nogal grimmig uitziende Revius vertegenwoordigt als predikant en als dichter het strijdbare calvinisme van zijn tijd. Onverzoenlijk anti-Spaans en onverdraagzaam anti-paaps, riep hij God aan om zijn vijanden te verdelgen. Hij bezat het stemgeluid van de oude profeten, roepend, smekend en getuigend: van Gods Almacht en 's mensen erfschuld. De poëzie van Revius is groots, dramatisch en rhetorisch tegelijk. Niet de rijkdom of de veelheid, maar de intensiteit is voor Revius beslissend."
Het gedicht „Gods besluit" is geschreven naar aanleiding van het zien van een steentje, dat in het water valt. Stel u voor, een kleine, stille vijver, met water dat stil ligt als een spiegel, zonder enig rimpeltje. Wanneer het steentje in het water wordt geworpen, dan komt er een klein cirkeltje van golfjes en rondom dat kleine cirkeltje komt er een groter, en nog één en nog één, zodat de hele vijver in beroering komt. Men kan de cirkels niet meer tellen: één steentje heeft het water beroerd en het duurt lange tijd eer het oppervlak weer ligt als een spiegel.
Revius beschrijft dit aldus:
Gelijk als in een kolk een steentje valt te gronde, Het water werpt terstond een ringske in het ronde, En van het ene komt een ander schieten uit, Waarvan een ander straks, en weer een ander spruit, Zodat in korte tijd de ogen daarop dwalen, De grootte noch 't getal niet kunnen achterhalen:
Wat hier beschreven wordt is een gewoon natuurkundig verschijnsel. Een kind weet dat alles zo gaat; het speelt graag aan het water en knoeit met plezier in de plassen. Wij zouden zeggen, dat dit het beschrijven niet waard is. Maar wat ziet Revius nu? Zijn eigen beeld: hij is begonnen om iets van Gods grootheid te vermelden; dat kan hij slechts stamelend doen. Maar als hij hieraan begonnen is, dan vermenigvuldigen zich zijn gedachten. Van alles schiet hem te binnen; alle deugden van God komen hem voor de aandacht en hij kan het niet meer uit elkaar houden; het overstelpt hem. Het is juist als in het water waarin een steentje is geworpen: er komen al meer golven bij; het houdt niet meer op en ze zijn niet meer te tellen.
In het gedicht staat het zo:
Zo gaat het ook met mij, o grote God en Heer, Van toen mijn tong begon te stamelen Uw eer; Het ene denk ik na, het ander valt mij inne, Uw wijsheid, Uw gericht, Uw waarheid, Uwe minne Omringen mij tezaam in ene ogenslag:
De veelheid van indrukken wil de dichter nu gaan uitzoeken, maar wanneer hij dit tracht te doen, wordt hij door de grootheid van Gods raad en besluit verslonden. Er is wel een begin maar geen einde; het is grondeloos en onmetelijk. Dan moet hij met Jesaja wel zeggen: „Er is geen doorgronding van Zijn verstand." En met Job: „Zie, ik ben te gering: wat zou ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond. Zo heb ik dan verhaald hetgeen ik niet verstond, dingen, die voor mij te wonderbaarlijk waren, die ik niet wist."
Revius eindigt het gedicht met deze regels:
En, wil ik van het een of 't ander doen gewag, Uw raad en Uw besluit mij zo geheel verslinden Dat ik daarin noch grond noch oever weet te vinden.
Het vers eindigt dan. We vragen ons onwillekeurig af wat de dichter ons nu heeft verteld. De grootheid Gods heeft hij niet in woorden kunnen vatten. Het was te overweldigend, omdat er geen grond en geen oever was te vinden. Had Revius het dan beter maar niet kunnen laten? Nee, juist door ons een indruk te geven van het onbegonnen werk, worden we juist gewaar hóé onuitsprekelijk Gods besluit over alles is. Dan wordt het stamelen, en daardoor juist wordt de grootheid God, al is het zonder woorden, op ons hart gedrukt.
INDEX
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 januari 1963
Daniel | 8 Pagina's