Een bladzijde voor en van onze jeugd
Beste jongens en meisjes.
Bij het begin van dit nieuwe jaar wil ik jullie allereerst Gods onmisbare zegen toewensen. Ik hoop, dat wij allen het pasbegonnen jaar ook mogen beëindigen, maar bovenal dat we in dit jaar een nieuw hart zullen krijgen; wat zal het dan een onvergetelijk jaar worden. Mocht het zijn, het jaar van het welbehagen des Heeren. Ook de ouderen van de lezers en lezeressen van „Daniël" des Heeren zegen toegebeden, in het bijzonder de langdurige zieken. „Wentel uw weg op de Heere, Hij zal het maken." Hier past het volgende gedicht bij:
Nieuwjaar 1963
Leeft dit jaar voor de Heere, Zijn roem zij steeds uw lied! Doet alles Hem ter ere, Vergeet uw God toch niet! Dat heldere zonnestralen Van uit des hemels trans, Zeer lieflijk nederdalen, Verspreidend licht en glans! En — dat zij koest'rend schijnen, Verwarmend uw gemoed, De nevels doen verdwijnen Bij alles, wat gij doet. Dat, wat ook moog' geschieden In 't jaar, dat voor ons ligt, Gij steeds tot God moogt vlieden: Dan wordt het zwaarste licht. Zijt gij dan voortgeschreden Tot 't einde uwer baan, Dan spreke uw hart tevreden: „God heeft mij welgedaan!"
Uit: „Voor Hart en Huis" 1953.
Dit werd me toegezonden door Janneke Hoogendoorn uit Waddinxveen. Bedankt Janneke; je ziet wel, dat het goed van pas komt.
De vervolgde Christenen
Domitianus, de Romeinse keizer, is gestorven. Nu regeert over het Romeinse Rijk Trajanus. Hij was niet zo'n wreedaard als Nero en Domitianus; o nee, hij zocht het beste voor zijn land en volk. Maar hij was toch jammer genoeg ook weer als de anderen een vervolger van de Christenen. Hoe kwam dat? Wel, in vele steden ging het heidendom snel achteruit en vele tempels stonden verlaten. Maar dat wilde Trajanus nu echter helemaal niet; nee, het heidendom moest blijven voortbestaan. En omdat de Christenen hem niet als God wilden erkennen en niet aan zijn beeld wilden offeren, haatte hij daarom ook de Christenen. Hij liet daarom tegen de Christenen een wet uitvaardigen, die aldus luidde: Wie Christen was of werd zou streng gestraft worden. Nergens waren de Christenen meer veilig en overal stroomde martelaarsbloed. Over Bithynië, een provincie in Klein-Azië, regeerde tijdens het bewind van Trajanus een zekere stadhouder Plinius. Ook hij kreeg opdracht van de heidense priesters om de Christenen te vervolgen, want zij hadden ook haast niets meer te doen, nu het Chritendom zo vooruitging. Er kwam dan ook haast niemand meer naar hun tempels. En dat wilden die heidense priesters natuurlijk tegengaan. Zij wilden hun tempels vol mensen zien. Dat wilde ook de duivel dolgraag.
Plinius durfde het eerst toch niet best aan om de Christenen te vervolgen, maar het nalaten durfde hij ook niet, want hij was bang, dat hij dan bij de keizer zou worden aangeklaagd en hij wilde liever bij de keizer in een goed blaadje blijven staan. Tenslotte schreef hij de keizer om raad. In het antwoord stond dat hij de Christenen niet moest opsporen. Als ze bij hem gebracht werden, moest hij ze echter goed ondervragen en, als ze niet wilden terugkeren tot het heidendom, ter dood brengen. Op zekere dag wordt er weer een gevangene voor Plinius gebracht. Het is al een oude man; een grijsaard van 120 jaar. Wie is deze grijsaard? Hij heet Simeon en was leraar van de gemeente in Jeruzalem geweest. Nu belijdt hij voor de stadhouder, dat hij waarlijk een Christen is. Ook hij wordt ter dood veroordeeld. Hij moet de kruisdood sterven. Met duivels genoegen volbrengen de soldaten hun werk. Verschrikkelijk. Maar voor die oude Simeon is het niet erg, want hij gaat naar zijn Zaligmaker; en daar zal hij God groot maken. En op de oordeelsdag, als de
Heere zal komen op de wolken des hemels zal ook zijn verheerlijkt lichaam opstaan uit het graf om God eeuwig groot te maken op de nieuwe aarde en in de nieuwe hemel.
Simon Rietdijk — Spijkenisse.
Dat is lang geleden dat ik iets van je plaatste Simon. Ik dacht, dat je niet meer mee deed. Gelukkig kreeg ik weer eens wat. Ik vind het altijd jammer dat er zoveel jongelui na korte tijd weer afvallen; ik houd m'n schapen liever bij elkaar.
Tien nieuwe vragen
41. Waar werden de dode lichamen van Saul en zijn zoons verbrand en begraven? 42. Wie vroeg Elia dat er twee delen van diens geest op hem mochten komen? 43. Voor wie waren de volgende woorden bestemd: Mené, mené, tekèl upharsin? 44. Wie stierf, omdat hij ondoordacht de ark aanraakte? 45. Welk vijandig leger werd met verblindheid geslagen? 46. Joab, Abisaï en.... waren de drie veldheren die tegen Absalom optrokken. 47. Wie was de reisgenoot van Timotheüs, die met hem naar Macedonië ging? 48. In welke plaats had Paulus zijn reismantel laten liggen? 49. Het schip met Paulus aan boord op weg naar Rome werd geslagen door de stormwind genaamd....? 50. Wie at gras gelijk de ossen?
De beginletters van de tien antwoorden vormen de naam van één der Kanaanietische volken. Doe je best. De antwoorden nog niet inzenden; dat doen we na de volgende tien.
Snuffelend in de mij toegestuurde gedichten kwam ik onderstaand tegen. Het is een oudejaarsavond gedicht en ik heb het zeker al een jaar in huis. Nu moet het mee. 't Werd me toegezonden door Koos van Lenten uit Dirksland.
Nog tijd
De klok tikt traagt de laatste uren weg; Straks zullen zij weer klinken: twaalf slagen. Er is geen wetenschap, geen kunstig overleg, Dat dit scheidingsuur één stonde kan vertragen.
Zo breekt ook eens mijn laatste ure aan; De doodsjordaan zal eens mij overstromen. Ik stel dat uur maar ver van mij vandaan, En 'k verbeeld mij: 't zal mij niet overkomen.
Maar 'k weet te goed, dat eens het einde komt; De tijd gaat voort; ik voel mij ouder worden. De laatste slagen van het jaar zijn bijna weer verstomd; Het wordt haast tijd dat ik mij aan ga gorden.
Aangorden voor de reis; ja welke reis? Waarhenen? Er zijn twee wegen naar d' eeuwigheid. O Heere, doe mij toch de goede richting nemen, 't Is nu nog tijd
En met dit gedicht is onze bladzijde weer vol. Allen hartelijk gegroet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 januari 1963
Daniel | 8 Pagina's