JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het werk roept overal

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het werk roept overal

4 minuten leestijd

Afgemat komen de zendelingen Klein en Schwartz in de stad Tanjour. Het is mei van het jaar 1762. Wat hebben de mannen het warm! Ze hebben een reis van vier dagen achter de rug. Wat moeten ze ook zo ver van hun standplaats gaan doen? In Tranquebar is er toch werk genoeg?

Wel, geregeld krijgen ze verzoeken om over te komen en te helpen, en niet aldoor kunnen ze die roepstemmen in de wind slaan. Nu had een duitse kapitein om geestelijke hulp gevraagd. Kapitein Berg stond in dienst van de bestuurder van Tanjour. Hij was zo zeker van de komst van de zendelingen, dat hij alvast op zijn eigen kosten voor een gebouwtje had gezorgd. Juist was dit kerkje klaar, toen de zendelingen Tanjour hadden bereikt. Het kon niet mooier; nu kon het gebouwtje meteen door de zendelingen in gebruik genomen worden.

De dag na de aankomst van Klein en Schwartz is het een grote drukte rondom het kerkje. Van alle kanten zijn mensen, die zich christen noemen, bijeen gekomen. Met grote aandacht wordt geluisterd naar het Woord van God en met eerbied wordt de dood des Heeren verkondigd.

Wat is kapitein Berg in de weer! Het gaat naar zijn zin en hij wil dat er nog meer zal gebeuren: ook aan het hof van de Rajah wil hij de zendelingen hebben, want als deze toegeeft, dan kan dat niet anders dan grote vooruitgang van het christendom tengevolge hebben.

Helaas, de moeite van de kapitein wordt niet beloond. De Rajah geeft geen toestemming en zodoende blijft deze deur voor het evangelie gesloten.

Maar de Heere werkt wonderlijk. Hij zendt Zijn knechten naar de plaatsen waar Hij ze wil hebben. De dienstknechten hebben maar af te wachten wat hun Meester van hen verlangt.

Er komt een dringend verzoek van majoor Preston uit de stad Trichinopoli, meer westelijk gelegen. Het is een grote stad van een half miljoen inwoners; een stad die mooi gebouwd is en versterkt door een machtige citadel. Een biezonder grote pagode (afgodstempel) trekt de mensen van heinde en ver naar deze stad.

Als Schwartz die pagode ziet, zegt hij tegen Klein: „Hier is het eigenlijke brandpunt van het heidendom. Zou het ons gegeven worden een stoot in het hart toe te brengen? " Majoor Preston zet zijn deur voor de zendelingen open en die zal open blijven zolang ze in de stad zullen verblijven. Zelfs de nabob (onderkoning) is bij cle begroeting aanwezig. Door de hulp van de engelsen was deze nabob onbeperkt heerser geworden van de ganse streek.

De aanwezige christenen verzamelden zich in een onaanzienlijk gebouwtje om het Woord der zaligheid te horen. Hoe graag hadden cle zendelingen gezien dat er een kerkje en een school gebouwd zou worden, maar waar zouden de middelen vandaan moeten komen?

Na enige tijd besloten cle zendelingen over Tanjour weer terug te keren naar Tranquebar. De laatste godsdienstoefening wordt druk bezocht: het is een afscheidspreek die aangehoord wordt. Na afloop komen verscheidene mensen de predikers de hand drukken. Maar dat niet alleen. De oorlogscommissaris Newton biedt aan om uit eigen middelen een kerkje te laten bouwen, en vele christenen verzoeken dringend in hun midden te blijven.

Schwartz voelt zich geroepen om nog een tijdlang in Trichinopoli het evangelie te verkondigen; Klein zou over Tanjour terug keren.

Zo bleef Schwartz dan alleen achter met veel werk in het vooruitzicht. Aan het kerkgebouw werd dadelijk begonnen en ook een schoolgebouw kwam gereed. Er was gelegenheid genoeg in deze stad om de heidenen en cle mohammedanen te bereiken. Maar o, clat klimaat! Schwartz kon er niet tegen. Zijn eerste brief naar het hoofdkantoor in Tranquebar begon met deze woorden: „Als stervende, en ziet, wij leven."

In het vooruitzicht op een gezegende arbeid veerde zijn zwakke lichaam op en boven verwachting hield hij vol. Zo duidelijk kwam uit „De God Israëls, Die geeft den volke sterkte en krachten."

Het kleine groepje christenen groeide zienderogen, tot grote blijdschap en verwondering van Schwartz. Toch zou het werk hier weer moeten onderbroken worden. Uit Tan jour kwam een bode met het dringend verzoek om naar clie plaats te komen. Schwartz moest aan die roepstem gehoor geven, maar de gouverneur dacht er anders over. „Ik wil u hier houden."

„Nee, ik moet naar Tanjour." „Goed, u zult naar die plaats gaan, maar beloof mij naar Trichinopoli terug te keren."

„Ik beloof het u." Nu kon Schwartz gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 januari 1963

Daniel | 8 Pagina's

Het werk roept overal

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 januari 1963

Daniel | 8 Pagina's