Voor onze lezeressen
Bij het verschijnen van dit eerste „Daniël" nr. in 1963 willen we graag een paar woorden aan u schrijven.
De kerstdagen zijn al weer voorbij, het is intussen al 1963 geworden en 1962 dus in het verleden weggeleden. Wat gaat het ontzettend snel, wat vliegt ons leven toch voorbij.
En als we terug zien, dan moeten we zeggen „het heeft ons aan niets ontbroken, " want wat beleven we toch een weeldetijd in elk opzicht.
Wat een overvloed in het eten, wat we klaar maken, wat een overvloed van kleding, als we iets willen kopen, wat een overvloed als we onze huizen inrichten enz. enz.
En als we daar dan tegenover zetten de armoede, waarbij we in de kerstdagen bepaald worden, dat de Heere Jezus geboren is in een beestenstal, in doeken werd gewonden, in een krib of voederbak neergelegd. Want voor Hem was geen plaats in de herberg, voor Hem geen plaats die al deze zegeningen, ook voor de tijd, verdiend heeft, en die kwam om voor Zijn volk alles te gaan doen wat nodig was, om de afstand weg te nemen, die dat volk gemaakt had, en nog maakt, om hun schuld en zonden te betalen, en alle gerechtigheid te verwerven. En dat deed Hij geheel vrijwillig en uit liefde, en toen Zijn werk hier af was zei Hij tegen Zijn jongeren: Ik ga heen om u plaats te bereiden. En nu bij het begin van 1963 wensen wij allen waar we mee samenwerken in het bestuur, en vanzelf alle verenigingen toe, om die persoon te leren kennen die in een beestenstal wilde geboren worden. Nu is er mogelijkheid voor ons, als we ons hart leren kennen, vuil van zonden en van alle ongerechtigheid, om dan net zo als we zijn, naar Hem toe te gaan en te vragen of het Hem believen mag onze schuldige ziel uit genade rein te wassen in Zijn bloed. Zijn Naam is Jezus: Zaligmaker. Hij verlost van het hoogste kwaad en Hij brengt tot het Hoogste goed. Maar laten we bedenken als wij die persoon en Zijn Werk blijven verachten, dat het dan ontzettend zal zijn om door Hem veroordeeld te worden. De Heere zegt zelf: „Het zal de landen van Tyrus en Sidon verdragelijker zijn dan ulieden." Want, zegt Hij, als Ik niet gekomen was, dan was er nog een voorwendsel, maar nu ben Ik gekomen en heb tot hen gesproken. Hij heeft gesproken en Hij spreekt in Zijn Woord en door allerhande roepstemmen en zegeningen. De Heere mocht ons zelf oren willen geven, om naar Hem te horen, want die naar Hem hoort zal zeker wonen. En nu bij de intrede van 1963 wensen we alle besturen en verenigingen, zowel meisjes-als vrouwenverenigingen, de ontdekkende en onderwijzende genade des Heeren toe.
Inzonderheid wensen we dat ds.'Rijksen toe voor zijn persoon en arbeid, als ook het verdere hoofdbestuur van de J.V.'s en alle Jongelings-en Knapenverenigingen. De Heere mocht geven, dat we het goede voor elkander zoeken.
W. DEN HERTOG
M. F. HARDON-KIEVIET
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 januari 1963
Daniel | 8 Pagina's