JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Sympatiek, maar slordig

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sympatiek, maar slordig

4 minuten leestijd

Prof. Dr. G. Brillenburg Wurth: „De rol van het demonische." Uitgeversmij J. H. Kok N.V., Kampen, 1961. 115 blz., geb. f 4, 95.

Hoewel de gemiddelde moderne mens de duivel met een glimlach meent voorbij te kunnen gaan, hoort men gelukkig tegenwoordig ook weer stemmen spreken over 't aandeel van de duivel in het leven van de mens. Gelukkig, want dit wijst er op dat toch niet ieder blind is voor de dieptepunten van het leven. De verschrikkingen van de moderne tijd zijn hier niet vreemd aan. Er komt weer meer begrip in wijsbegeerte, letterkunde en teologie voor het demonische. Al kan de wetenschap het niet verklaren, het is al heel wat dat de wetenschap 't bestaan ervan weer gaat erkennen. De Bijbel spreekt omtrent de duivel klare taal. De wetenschap stond lange tijd öf niet-begrijpend öf beslist vijandig tegenover vele bijbelse gegevens. Nu zijn er punten waarop wetenschap en Bijbel weer wat nader tot elkander komen. Gelukkig voor de wetenschap: de Bijbel graaft veel dieper dan de mens!

Een betrekkelijk eenvoudig boekje dat betreffende het een of ander punt de stand van zaken voor het heden samenvat, is altijd nuttig. Het boekje dat hierboven wordt genoemd, doet het voor het demonische. De schrijver is bekend. Hij schreef reeds vele goed oriënterende geschriften. Er is wel eens van hem gezegd dat elke publikatie van zijn hand de saamgevatte inhoud van een kast met boeken is. Met groot gemak citeert hij links en rechts, want zijn belezenheid is groot. Men treft dit kenmerk ook weer in zijn jongste publicatie aan.

Na een uitstekende „oriëntering" ontwikkelt schrijver enkele gezichtspunten in 't algemeen. Daarop volgt een hoofdstuk over „demonie en ongeloof": ondanks sociologie en ondanks psychologische verklaringen moet men het demonische dat eigen is aan elke vorm van ongeloof niet uit het oog verliezen: het Nieuwe Testament is op dit punt zeer duidelijk! Vervolgens staat de schrijver stil bij het demonische in vele vormen van ontaarding: het demonische zit niet alleen in grote zonden, maar in élke zonde!, om tenslotte tot het moeilijkste, maar tevens belangwekkendste gedeelte van zijn boek te komen: demonie en geestesziekte". In dit laatste hoofdstuk geeft de schrijver een historisch overzicht der standpunten en tracht daarna zijn eigen standpunt te bepalen. Dat hij er niet uit komt, mag men hem niet kwalijk nemen. Wat hij zegt is echter lezenswaard.

Van ieder hoofdstuk is de inhoud goed te noemen, wat men niet van elke publikatie zeggen kan. Uiteraard weet schrijver lang niet overal een antwoord op te geven, maar hij wijst op tekenen en hij behandelt de problemen. Een boek als dit kan nooit het laatste woord zijn, moet wel meer uiteenzetting van eigen overtuiging zijn dan dat het wetenschappelijk bewijst. Ook daarmee kan men echter zeer beslist zijn voordeel doen.

Het is wel zeer betreurenswaardig dat de schrijver dit zoveelste sympatieke boekje van zijn hand zo onverzorgd de wereld instuurt. De uitgever heeft, als gewoonlijk, voor een keurig uiterlijk gezorgd. Daardoor valt de nonchalantheid van de schrijver dubbel op: slordige korrektie, slordigheden in de stijl en slordigheden wat betreft de inhoud! En dat juist in een boekje waarin overigens zoveel te waarderen valt. Het aantal drukfouten is onfatsoenlijk groot. Men vindt ze in de tekst van schrijver zelf èn in wat hij citeert. Sommige zijn zelfs zeer storend. Ook is de stijl niet altijd gaaf. Hiervan één voorbeeld maar: op blz. 76, r. 6 tot 4 van onderen: „Maar dat het gevaar van de demonie hier niet denkbaar is laat zich toch maar moeilijk loochenen". „Niet" is hier naast „moeilijk loochenen" misplaatst. En de inhoud is niet vrij van slordigheden. Op de zwaar verminkte titel in noot 8 op blz. 12: „J. Huizinga, Schaduw van morgen", hoeft men nog geen zwaar aksent te leggen, maar als schrijver in de gauwigheid beweert, op blz. 6, r. 3 van onderen: „In 1680 verscheen Balthasar Bekker's: Betoverde wereld", moet men

(Vervolg op pag. 102)

VERVOLG BOEKBESPREKING

toch wel protesteren. Het boek in kwestie is van 1691 tot '93 verschenen, in gedeelten namelijk.

Nogmaals: de slordigheden in dit boek zijn betreurenswaardig, het boekje zelf is echter, afgezien natuurlijk van die slordigheden, goed. Toch kopen dus!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 januari 1963

Daniel | 8 Pagina's

Sympatiek, maar slordig

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 januari 1963

Daniel | 8 Pagina's