JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ADVENT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ADVENT

5 minuten leestijd

Want daar zal een rijsje voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isaï; een scheut uit zijn wortelen zal vrucht voortbrengen. (Jes. 11 : 1)

De komst van Israël's Verlosser werd door Jesaja aangekondigd als een wortel, die een scheut, een nieuwe uitloper zou voortbrengen. Als van een afgehouwen boomstam, uit een tronk, waarin uiterlijk geen leven meer te bespeuren was, zou er bij vernieuwing nieuw leven gezien worden. Zo zou Israël, het bevoorrechte en met zoveel weldaden bevoorrechte Verbondsvolk, om der zonden wil en om eigen schuld weggevoerd worden door Assyrië, verdreven worden het koninklijk geslacht, van de troon gestoten in diepe vernedering; maar toch: de sterke God zou een overblijfsel Jacobs echter doen wederkeren.

Uitkomst zou er komen voor des Heeren volk, tijdelijk en eeuwig. Reeds in Gen. 3 had de Heere de belofte gedaan aan een gevallen en schuldig mensenpaar, dat de slangenkop vermorzeld zou worden, dat het vrouwenzaad slechts de verzenen zou verbrijzeld worden. God is de Onveranderlijke en Zijn beloften worden steeds vervuld. Het welbehagen des Heeren zou door Christus' hand gelukkig voortgaan. In diepe vernedering zou Hij komen, gelijk een afgehouwen tronk, die zijn schoonheid van stam en bladeren heeft verloren, maar toch onzichtbaar onder de aarde nog leven bezat en met een loot weer opnieuw uitloopt.

Isaï, wie is hij? Een eenvoudige herder uit Bethlehem, en toch zal uit zijn nageslacht de Verlosser Israëls geboren worden, Die de ware menselijke natuur aannemen zal naar ziel en lichaam.

Welk een troost is dit cloor alle eeuwen geweest voor des Heeren Kerk, dat Christus hen in alles is gelijk geworden, uitgenomen de zonde. Christus boog Zich in de diepste vernedering. Hij kent de zwakheden en de moeiten van Zijn volk, Hij wil de nederige nog met ontferming aanzien.

Voor een alles verbeurdhebbende zondaar, voor een doemwaardig Adam's kind, één clie zelf tot God niet meer kan komen, is Hij gekomen van de hemel naar de aarde.

Ontdekkende en armmakende genade, als vrucht van de werking van de Heilige Geest leert, wel na veel strijd, na veel vergeefse ijdele pogingen, dat wij eerder sterren van de hemel kunnen plukken, dan zelf Christus zaligmakend door het geloof te omhelzen. Van nature is er geen behoefte naar Hem, kennen we Hem niet en willen we niet dat Hij in ons hart Koning zal zijn. Maar waar Christus komt, brengt Hij alles mede.

Door Zijn Geest leert Hij, clat we aan de eis van Gods wet niet kunnen voldoen.

Door Zijn Geest bedeelt Hij ook met een droefheid naar God en Zijn gerechtigheid, een droefheid die een onberouwelijke bekering tot zaligheid werkt.

Teer, klein, gering, gelijk een scheut van een afgesneden wortel zou Christus liggen in de kribbe van Bethlehem. Geen gedaante noch heerlijkheid was aan Hem. Als wij hem aanzagen — zo roept Jesaja uit — zo was er geen ge-

(Vervolg op pag. 90)

Vervolg meditatie

stalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben. Doch ook met een glans lag de Verlosser Israëls in de kribbe, gelijk een scheut van de wortels soms zon glanzende waas over zich kan hebben.

Voor het oog des geloofs ontsloten, uit de diepte van eigen ellende, uit de stal van eigen onreinheid en ongerechtigheden, door de Hemel in eigen hart geboren als een gift des Vaders, is Hij de glans van de zielen van Gods volk. Dan is Hij de blinkende Morgenster, Die waardig is het boek met de zeven zegelen te openen.

Engelen, herders, Maria, een Simeon en een Anna zouden er van zeggen: Geringen heeft Hij met goederen vervuld.

Christus is de glans der zielen van Gods volk, daar Hij ze trekt uit de wereld en uit cle zonden. Hij vertroost de nedergebogenen, de moedelozen, de in zichzelf onwaardigen met Zijn onuitsprekelijke vertroostingen. Hij is de kracht van hunne kracht.

In diepe vernedering zou Christus komen en toch zou er in Hem een volheid zijn, waarvan Gods Kerk zou uitroepen: Hij is blank en rood en Hij draagt de banier boven tienduizend.

Een scheut, een nieuwe loot, een groene twijg zou er komen uit cle oude tronk. Wel gering in Zijn aanvang, maar in zich dragend de belofte ener nieuwe glorie. De twijg zou een nieuwe vrucht voortbrengen en in de vrucht ligt opgesloten het beginsel van een nieuwe boom.

Zo maakt genade klein en doet genade klein blijven. De vruchten van het door Christus gewerkte nieuwe leven zijn ootmoed en nederigheid des harten. Oude natuur en ongeloof maken hooggevoelende en opgeblazen mensen. De volle vrucht van Christus echter: Hij wassen en ik minder worden.

In Hem wil de Vader alle zonden reinigen en uitdelgen.

„Voorwaar", zo sprak Christus eenmaal tot Zijn discipelen, „die in Mij blijft, en ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen".

Voorwaar, dat blijft de troost van Gods lieve volk, dat Hij, Die het goede in hun hart heeft aangevangen, Zijn werk zal voleindigen tot op de dag van de Heere Jezus Christus.

„maar Hij verhoogt en hoedt het nederig gemoed, waarin Zijn Geest wil wonen" (Lofz. van Maria)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 december 1962

Daniel | 8 Pagina's

ADVENT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 december 1962

Daniel | 8 Pagina's