Een bladzijde voor en van onze jeugd
Een praatje vooraf
Laat ik ditmaal beginnen om iets van ons Landelijk Verband te vertellen. Jullie leiders zullen ongetwijfeld reeds een uitnodiging voor een leidersvergadering verwacht hebben, maar deze nog niet ontvangen hebben. Wel leiders, het hoofdbestuur heeft besloten dit najaar de leidersvergadering te laten vervallen; er zijn n.1. geen belangrijke zaken te behandelen en wat er is kan gerust tot het voorjaar blijven wachten; het spaart u en ons tijd en reisgeld. Wel is er voor ons L.V. goed nieuws. Ik heb uit Goes bericht ontvangen dat er een K.V. is opgericht en wel de K.V. „Samuël" met 15 leden. We heten de leider, de heer S. A. Hoekman, en de leden van deze nieuwe K.V. heel hartelijk welkom in ons L.V. en we hopen dat we in de toekomst heel prettig mogen samenwerken.
In een persoonlijk schrijven heb ik u reeds vermeld, waarom ik u nu pas in „Daniël" welkom heet. Ik hoop, dat u gelegenheid en tijd kunt vinden om de weinige vergaderingen, die we beleggen, te kunnen bijwonen. Mochten er vragen zijn, dan weet u ons adres.
Ook uit Apeldoorn kwam er verheugend bericht; ook daar is een K.V. opgericht n.1. „Gideon", leider is de heer B. J. van Putten. Deze vereniging heeft zich nog niet officieel aangesloten bij ons L.V., maar ik vertrouw er op dat dat niet te lang meer zal duren; een volgende keer hoop ik hier dus op terug te komen. Zijn er soms nog meer verenigingen opgericht? Stuur me dan even een berichtje. Zo, dit-was dus nieuws over ons L.V. en nu gaan we gauw iets vertellen over onze vragenserie.
De eerste dertig
Het gaat goed met de inzendingen. Tot op heden, zaterdagmiddag, heb ik er dertig ontvangen en ik verwacht er voor vrijdag nog wel een veertig bij. Jullie zijn natuurlijk erg benieuwd naar de antwoorden. Ik zal de antwoorden geven, zoals de heer Boonstoppel ze mij stuurde:
1. Rizpa 2. Ezel 3. Chaldeën 4. Achis 5. Bethesda 6. Ismaël 7. Efraïm 8. Thamar 9. Epafras 10. Naloth Rec(h)abieten 11. Haman 12. Issaschar 13. Eliab 14. Rama 15. Oboth 16. Pinehas 17. Obadja 18. Laïs 19. Ithamar 20. Simson Hiëropolis 21. Tyr us 22. Amos 23. bagge 24. Ethan 25. ranken 26. Nathan 27. Arioch 28. Korach 29. Elymas 30. Lemuël Tabernakel
Ik moet een opmerking maken over vraag 15; het antwoord moet hiervan zijn Obotn. Sommigen hebben heel terecht opgemerkt, dat de naam Hiëropolis niet goed is, daar dit Hiërapolis moet zijn. Zij zijn een beetje in de war geraakt en hebben op vraag 15 geantwoord: Abarim. Deze naam wordt ook goed gerekend. Ik vind het erg leuk, dat er veel nieuwelingen bijgekomen zijn; trouw mee blijven doen hoor! Enkelen hebben bij hun antwoorden een opstel of gedichtje ingesloten. Vriendelijk dank, je zal het in het vervolg wel tegenkomen. En nu aan het werk met de volgende tien.
Je weet het: niet inzenden voor je weer dertig hebt. antwoorden
31. Van wie kocht koning David een dorsvloer? 32. Wie brachten Elia brood en vlees? 33. Herodes' broer Filippus was viervorst over....? 34. In welke stad was men van plan Rehabeam konong te maken? 35. De bijbelschrijver Lukas richt zich wel eens tot zijn vriend.... ? 36. Een welsprekend man, van wie we in de Handelingen lezen: wetende alleenlijk de doop van Johannes. Hoe heette deze? 37. Welke stad der Ammonieten veroverde Joab voor David? 38. Hoe heette de rentmeester van Herodes? (Lukas) 39. In welk landschap woonde Job? 40. In Nehemia lezen we dat de Vispoort weer werd opgebouwd door de kinderen van....?
Zo te zien zitten er een paar heel moeilijke vragen tussen, maar dat is voor jullie toch niet erg? De beginletter van de antwoorden (van vr. 38 de eerste twee letters) vormen de naam van iemand, die met Paulus meereisde.
Job (vervolg)
Weer kwam Satan bij de Heere en weer vroeg God: „Van waar komt gij? " Het antwoord luidde: „Van rond te trekken op de aarde en van die te doorwandelen." De Heere vroeg opnieuw: „Hebt ge ook acht geslagen op Mijn knecht Job en heeft hij Mij gevloekt? " „Nee, " zei satan, „maar Job zelf is ook zo goed gezond. „Goed, " zei de Heere, „plaag hem maar met ziekten, doch dood hem niet." Toen sloeg de satan Job met boze zweren, zodat Job zich met een scherf krabde vanwege het jeuken. Zijn vrouw, die het zag, zei spottend: „Vloek God en sterf." Maar Job antwoordde: „Zouden wij het goede van God ontvangen en het kwade niet? "
Nu buigen de kinderen niet meer voor Job; nee, nu verachten ze hem. Maar toch, Job is en blijft Gods kind en knecht. Eens kwamen z'n vrienden hem bezoeken. Ze heetten: Elifaz, Bildad en Zofar. Als ze Job ontmoeten weten ze niet wat ze zien. Zo anders ziet Job er uit. Ze gaan naast hem zitten en zeggen niets. Zeven dagen en zeven nachten zitten ze zo zwijgend bij elkaar.
Dan, eindelijk beginnen ze te spreken. Zijn het troostwoorden? Welnee, ze beschuldigen hem en zeggen dat hij goddeloos is, anders had God dit niet gedaan. Dan kan Job zich niet langer bedwingen en vloekt.... God? Nee, niet God, maar zijn geboortedag. En in al zijn ellende klinkt het van zijn lippen: „Mijn Verlosser leeft." Later is Job genezen en heeft hij alles dubbel teruggekregen. Hij bleef dus: de knecht Gods.
Bert Regterschot (9 jr.) — Kampen
Dat heb je, als negen-jarige, keurig naverteld Bert. Jij luistert altijd wel goed op school, dat merk ik wel. Nu volgt nog een slot van een opstel n.1. over:
Ulrich Zwingli
In januari van het jaar 1519, toen hij drie jaar in Einsiedlen was geweest, vertrok hij naar Zürich. Hij was toen nog geen echt hervormer. Hij preekt wel alleen uit de Bijbel en ook bestreed hij de aflaat. Een preek van Zwingli, waarin hij de aflaat veroordeelde, had ten gevolge, dat de aflaathandelaar Samson niet in de provincie Zürich mocht komen. Ook andere cantons volgden Ziirichs voorbeeld. Tenslotte riep de paus Samson uit Zwitserland terug. Waarom? Hij wilde goede vrienden blijven met de Zwitsers, want hij had ze nodig om te vechten (De Zwitsers waren in die dagen goede huursoldaten).
In augustus 1519 had Zwingli een tijd rust genomen in de bergen. Plotseling bereikte hem het bericht, dat de pest uitgebroken was in Zürich. Hij keerde direkt terug en bemoedigde de lijders. Hierdoor kreeg hij ook zelf de pest. Zijn vijanden juichten al. Toch genas hij. Hij las Luthers werken en verspreidde ze zoveel mogelijk. De vijandschap van de Roomse geestelijkheid werd al erger. Met vergif, ja met alle middelen probeerden ze Zwingli te doden. God waakte over hem. In 1523 werd er een openbaar Godsdienstgesprek gehouden in Zürich. Ook de bisschop van Konstanz was uitgenodigd; deze stuurde echter een plaatsvervanger: Johan Faber. Rustig zat Zwingli daar. Hij had 67 stellingen gemaakt en las die voor. Faber zweeg toen Zwingli hem vroeg uit Gods Woord te bewijzen dat hij fout was.
Plotseling riep iemand van de aanwezigen: „Waar zijn nu die grootsprekers, die altijd zo'n groot woord hebben? " Ja, Faber zei toch iets: „Deze vergadering heeft het recht niet te spreken over deze kwestie." Na dit voorval trad Zwingli steeds krachtiger op. De kloosters in de stad werden opgeheven, de heilige rooms-katholieke dagen werden afgeschaft, de paapse mis werd verboden en de altaren werden uit de kerk verwijderd. De roomse vijanden brachten toen een leger van 8.000 geoefende soldaten op de been om Zürich te straffen. Zürich zelf kon slechts over 1500 ongeoefende mannen beschikken. 11 oktober 1531 ontbrandde bij Kappel de strijd. Zwingli bevond zich temidden van zijn strijdende mannen, toen hij geraakt werd en bewusteloos neerviel. De Zürichers moesten terugtrekken, 's Avonds werd Zwingli door rovende soldaten gevonden en gedood. Hij was bijna 48 jaar toen hij stierf. Het werk der hervorming ging echter door. Ook in Zwitserland.
Gerrit Roos - Zevenhuizen
Ik heb het iets bekort, Gerrit, anders kon het er weer niet op. Hartelijk bedankt.
Allen gezegende Kerstdagen toegewenst.
C. DE BODE, Dirksland.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 december 1962
Daniel | 8 Pagina's