JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Stelt God verschillende eisen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stelt God verschillende eisen?

5 minuten leestijd

Onlangs ontmoette ik een jongen, die me zei: „Ik hoop en bid dat God me bekeren wil, maar de eisen die Hij aan de bekeerden stelt, kan ik toch niet na komen. 'k Probeer zo netjes mogelijk te leven. Af en toe maak je natuurlijk wel eens een slippertje, daar ben je jong voor".

Lezer(es), wat denkt u van deze uitlating?

De Heilige Schrift spreekt andere taal! God wil ons als schuldige zondaren door

Jezus Christus met Zichzelf verzoenen en bidt ons hierom, maar.... wij willen zélf niet! De uitdrukking „zo netjes mogelijk te leven" is — hoe goed bedoeld ook — op en top vrijzinnig. Ook de vrijzinnige probeert (zónder Jezus Christus) zo netjes mogelijk te leven, Zijn wet te vervullen én maakt mischien minder „slippertjes".

Maar het is onmogelijk én goddeloos om zonder Hém „netjes te leven".

u zijn er mensen, die dan gaan zegen: „Ja, een bekeerde komt de Wet na-

tuurlijk wel na, maar als je onbekeerd bent dan gaat dat natuurlijk niet". En als deze mensen dan de Bijbel lezen, waarin God Zijn eisen aan élke lezer stelt, merken zij op: , , 't Ja die tekst geldt alleen voor Gods volk, maar niet voor mij, hoor!"

Maar.... waar staat in de Bijbel dat dit zo is? Maken we hier niet op eigen (hoogmoedig) gezag uit wat voor ons geldt en wat niet? Velen denken - gezien hun levenswandel - dat er 2 wetten en 2 evangelies zijn, n.1. 1 voor de bekeerde en 1 voor de onbekeerde gemeenteleden.

Een voorbeeld: „ preekt gaarne tegen de zondige weelde. Eens na zo'n preek meldt zich een zeeman bij hem: „Dominee, ik had een gouden horloge. Is dat nu ook zonde? „Zeker, man". „Wat moet ik er dan mee doen? " Even nadenken en dan het antwoord: „Geef het maar aan mijn zoon, die is toch nog onbekeerd" a ).

De Schrift kent niet 2 wetten en 2 evangelies. God past Zijn Woord (eisen en beloften) niet aan onze gemakzuchtige onbekeerlijkheid aan.

Tegenover de wereld heeft ieder gemeentelid zich te gedragen alsof hij (zij) een waar Christgelovige is, want de gemeente is naar haar wezen „een heilige vergadering der ware Christgelovigen." Geen enkele gemeentelid heeft het recht om onbekeerd te zijn en om zich als zodanig te (blijven) gedragen! En cle Heere wil ons schenken al wat wij nodig hebben, alles wat ons ontbreekt om welgetroost te kunnen leven en sterven. Als we tot Hem komen zoals we zijn (niets bezittend en alles missend) dan zal Hij ons geenszins uitwerpen.

Dat zeg ik niet, maar dit zegt de rechtvaardige en barmhartige God tot ons in Zijn Woord. En als Zijn Woord tot ons komt, dan zijn er slechts 2 reakties mogelijk. Welke dan? We vallen door Zijn genade voor Zijn Woord óf we wijzen Zijn Woord af. Van tweeën één, een derde weg is er niet!

Het Koninkrijk Gods en ons leven

In Jezus Christus is Gods Koninkrijk op aarde gekomen én het komt op de jongste dag in vólle glorie. De kinderen van het Koninkrijk, alle gemeenteleden, moeten én mogen op elk levensgebied aan cle overheden en de machten in de hemel de veelvuldige wijsheid Gods bekend maken (Ef. 2 : 10).

We mogen ons — om Godswil! — niet terugtrekken met een boekske in een hoekske én evenmin de wereld intrekken zónder van de Zaligmaker der wereld te getuigen.

In alle kerken zijn er helaas talloos velen, die denken en doen alsof het Gocl alléén om hun kerk gaat. Nee, Zijn inzet is het wereldomvattende Koninkrijk. En het gaat er niet om wat wij doen en zijn, maar om cle vraag welke plaats dit Rijk in ons denken en doen inneemt, hetzij we in de kerk zitten hetzij we ons ontspannen etc. De Koning vraagt voor Zijn Koninkrijk „onze" (vrije) tijd, „ons" geld, „onze" kennis, „ons" lichaam en „onze" ziel. Van nature stellen we deze gaven Gods in dienst van ons bekrompen koninkrijkje (goede baan, mooi huis enz.) Maar ónze glorie moet er aan gaan, opdat Zijn glorie vermeerderd worde. Wie zijn leven (glorie) zal willen behouden, die zal het verliezen; maar zo wie zijn leven (glorie) verliezen zal om Mijnentwil, die zal het vinden.

De gemeente is het zout der aarde. Als het smakeloos wordt dan deugt het nérgens meer toe dan om buitengeworpen en door de mensen vertreden te worden. De geschiedenis van de gemeente te Laodicea is voor ons een levensgrote waarschuwing. Zal dit ook ónze geschiedenis gaan worden?

De wereld lijkt nu op een huis, dat van onder tot boven in brand staat. En deze brand wordt niet geblust door hen, clie zichzelf een knus isolement aanmatigen. Als het zout niet tussen de aardappelen verspreid wordt, maar in het zoutvat blijft dan verwatert het onherroepelijk. Als de strijd naar buiten afwezig is, dan ontbrandt de strijd naar binnen. De kerkgeschiedenis kent hiervan helaas talrijke voorbeelden! Als de gemeente (dus wij) het Woord Gods — in woord én daad — niet meer betuigt aan de wereld, wie moet het dan doen?

Ontwaak gij die slaapt en sta op uit de doden en Christus zal over u lichten!


*) dr F. L. Bos „Figuren uit de Gereformeerde Kerk onder 't kruis" 1953 p. 108.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 december 1962

Daniel | 8 Pagina's

Stelt God verschillende eisen?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 december 1962

Daniel | 8 Pagina's