De Heere, Die aan Zijn erfvolk dacht!
Het boek des geslaehts van Jezus Christus, de Zoon van David, de Zoon van Abraham. (Matth. 1 : 1)
Het O. Test, , begint met de voortbrenging der wereld, n.1. het wonderlijk en grote werk van de Schepper. God de Vader schiep door de Zoon, daar alle dingen door de Zoon zijn gemaakt. (Joh. 1 : 3). Het Nieuwe Testament begint met nog een voortreffelijker en rijker inhoud n.1. met het boek der voortbrenging van Hem, Die Zijn volk en de wereld (kosmos) zal herscheppen. Als God zijn Zijn uitgangen van ouds, van de dagen der eeuwigheid. (Micha 5 : 1), maar als mens is Hij geworden onder de Wet, om Zijn erfvolk van de vloek der wet te verlossen door Zijn geboorte, lijden en sterven in de ware menselijke natuur.
Mattheüs bewijst met deze stamboom Zijn afkomst uit het menselijk geslacht in overeenstemming met de vroegere gedane beloften: De Heere vervult Zijn beloften, Die Hij gedaan heeft, al gaat de volvoering er van steeds door een onmogelijke weg, niet naar menselijke berekening en naar menselijke becijfering. De boekhouding Gods is een andere dan die der mensen. Aan Gods zijde klopt alles en zullen er geen omstandigheden kunnen zijn, die Zijn besluiten en de vervulling der beloften kunnen tegenhouden. Aan des mensen zijde schijnt het menigmaal dat alles in de war is, dat God Zich vergist. Het ongeloof houdt God verdacht, maar het ware geloof roept uit: „Hoe donker ooit Gods weg mag wezen, Hij ziet in gunst op die Hem vrezen."
Het licht gaat op in de duisternis en voor één, die door Gods Geest zichzelf heeft leren kennen in cle spiegel van Gods heilige wet, als een gans verdorvene en ellendige, die geleerd heeft, dat al zijn werken zijn als een wegwerpelijk kleed; die van 's Heeren wegen overal buiten is gezet, voor wie de hel open ligt, voor wie geen tranen en goede voornemens meer redding kunnen brengen — voor zulk een — gaat in de duisternis het Licht op, wanneer het oog des geloofs geopend wordt voor de rijkdom en cle heerlijkheid van Christus' bloed.
Voor een ledige, uitgewerkte ziel straalt het Licht, zo groot, zo schoon, van 's hemels troon en straalt volk bij volk in d' ogen.
Het is niet een zioon van David, maar De zoon van David, op Wiens schouderen de heerschappij zal zijn. Hij is de wortel uit een dorre aarde, opdat de heerschappij van Davids Huis zou zijn tot in eeuwigheid. Christus is de Koning van Zijn Kerk en op de dag van Zijn heirkracht heeft Hij een vrijwillig volk. Hij zal de vijanden van vrije genade voor Hem cïoen bukken in het stof, door Zijn Geest, Die overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel. Hij zal de banier van vrede in hen verheffen en onder Zijn vaandelen zullen ze wandelen door het mesech der ellende, als ziende de Onzienlijke en verwachten de stad die fundamenten heeft, waarvan God de Heere de Bouwmeester is.
Christus is niet een zoon van Abraham, maar De Zoon van Abraham, in Wien de aan Abraham gedane beloften Ja en Amen zijn. Deze beloften zijn niet geschonken aan het natuurlijke zaad van Abraham, maar aan Isaac en aan de grote en meerdere Lachverwekker Isaac, Christus Jezus, opdat Hij ze toe zal passen door de Heilige Geest in harten van zondaren. Deze beloften worden gepredikt aan allen die het horen willen, met de eis en de bede door de weg van waarachtige bekering, de troost, de rijkdom, de zoetheid van de beloften in Christus te kennen.
Mijn jonge vrienden! Christus leeft. Hij kwam op de aarde om zondaren zalig te maken. Wat doen wij Hem? Bidt om Zijn Geest opdat Hij niet alleen in de stal te Bethlehem, maar ook in de stal van uw hart zal geboren worden. Een onberispelijke levenswandel, een getrouw kerkbezoek, het onderzoeken van Gods Woord is geboden, maar het is niet genoeg, het laat ons buiten het eeuwige aandeel in Christus. Hartvernieuwende genade door de Geest uit Christus is nodig. Daarom, roep de Heere aan in de gebeden, buig uw knieën gedurig in het verborgen voor God en
vraag om een nieuw hart. De Heere wil er om gebeden zijn. Hij alleen kan de zaligheid schenken, want Christus is gekomen naar Gods beloften aan Abraham en David gedaan. Het is een groot voorrecht de uiterlijke zegeningen des Verbonds te ontvangen, maar het heeft alleen waarde tot het graf. Alleen in Christus te zijn door het geloof, in het wezen des verbonds te zijn ingelijfd, geeft recht op de zegeningen en weldaden des verbonds voor tijd en eeuwigheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 november 1962
Daniel | 8 Pagina's