JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een bladzijde voor en van onze jeugd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een bladzijde voor en van onze jeugd

6 minuten leestijd

Een praatje vooraf.

Op deze bladzijde komen de volgende tien vragen, jongelui, dat wil dus zeggen dat de eerste dertig dan gesteld zijn en dat jullie de eerste dertig antwoorden in moeten sturen. Zoek de vorige nummers van „Daniël" maar eens op en bestudeer de vragen. In het volgende nummer van „Daniël" geef ik de dertig antwoorden ook, dan kunnen jullie ze vergelijken. Jullie brieven moet ik dus binnen hebben uiterlijk donderdag 13 december; vergeet dus niet je brief of briefkaart tijdig te posten.

Wie mee wil doen moet nu gelijk mee gaan doen; je kunt er niet tussentijds bijkomen, want dan behaal je veel te weinig punten.

Alles is nu goed afgesproken en ik hoop dat er honderden mee doen. De 10 nieuwe vragen zijn:

21. Van welk land was Hiram koning? 22. Hoe heette de vader van de profeet Jesaja? 23. Een van de Spreuken luidt: Een schone vrouw, die van rede afwijkt, is een gouden.... in een varkenssnuit. 24. Hoe heette de broer van de opperzangmeester Heman? (Kron.) 25. Ik ben de wijnstok en gij de.... 26. Welke profeet zei tot David: „Gij zijt die man." 27. Aan wie gaf Nebukadnezar bevel om al de wijzen te doden? 28. De aanhef van sommige psalmen luidt: onder de kinderen van ? 29. Welke tovenaar werd voor straf tijdelijk blind? 30. Welke koning wordt in Spreuken 31 genoemd?

De tien beginletters vormen de naam van het heiligdom tijdens de woestijnreis. Doe je best; ik ben reuze benieuwd hoeveel oude en nieuwe klanten hun antwoorden in zullen zenden. Iedereen mag mee doen!

Job

Daar spelen kinderen op straat; maar opeens houden ze op met spelen en buigen ze zich eerbiedig neer. Wie groeten die kinderen toch zo eerbiedig? Wel, Job; de rijkste man van het land Uz. Hij had 7.000 schapen, 3000 kamelen, 500 juk ossen en 500 ezelinnen. Ook had hij veel dienstvolk. Al was Job rijk, toch diende hij de Heere met zijn ganse hart. De Heere noemde hem: mijn knecht. Hij was oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad. Dat bleek toen satan bij God kwam. De Heere zei: „Vanwaar komt gij? " De duivel antwoordde: „Van om te trekken op de aarde en die te doorwandelen." Toen vroeg God: „Hebt ge ook acht geslagen op mijn knecht Job? Niemand op de aarde is gelijk hij, oprecht en vroom." „Ja, " zei de duivel; „dat is geen wonder, want Gij geeft hem alles. Dat zal wel veranderen als hij niets meer heeft." „Goed", zei de Heere. „ge mag hem alles afnemen, maar hem zelf niet aantasten." Nu, de satan deed zijn best....

Op zekere dag komt er een bode aanhollen. Het zweet gutst hem over het gelaat: „Mijnheer, " roept hij reeds van verre, „wij v/aren met de ossen aan het ploegen. Vlak bij ons liepen de ezelinnen te grazen. Toen kwam er opeens een troep Sabeërs, zij doodden iedereen en ik kon alleen nog ontvluchten om het u te vertellen." De man is nog niet uitgesproken of daar komt een tweede bode. Zou die weer een onheilspellende boodschap hebben? Job weet het niet. „Mijnheer, " zei deze boodschapper, „wij waren bij de 7.000 schapen. Plotseling viel er een vuur van de hemel, zodat al de herders en de schapen verteerd zijn. Ik alleen kon nog ontkomen om u dit vreselijke nieuws te vertellen." Ook deze man is nog aan het vertellen of er komt weer iemand aan. „Mijnheer, we waren bij uw kamelen toen we onverwacht aangevallen werden door Chaldeën; m'n makkers zijn vermoord, alleen ik kon nog vluchten om het u te vertellen." De bode zwijgt nog maar net of een ander vertelt: „Mijnheer, uw tien kinderen waren allen in één huis; maar op eens begon het zo erg te waaien, dat het huis in elkaar zakte en al uw kinderen zijn omgekomen." Nu scheurt Job zijn kleren en zegt: „De Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen, de naam des Heeren zij geloofd."

(Wordt vervolgd)

Bert Regterschot — Kampen

Dit is de eerste keer Bert, dat er op onze bladzijde iets van jou geplaatst wordt. Ik vind het fijn dat er steeds nieuwe medewerkers komen, want zo nu en dan valt er, helaas, wel eens een oude af.

Het volgende gedicht werd me, reeds lang geleden, toegestuurd door J. v. d. Berg uit Nieuwerbrug a.d. Rijn.

Broeders

Daar was eens, naar 't oude verhaal vertelt, Een vader, die had er tien zonen in 't veld.

Die zonen, ze zorgden voor vaders vee, Ze namen hun tenten van kemelshaar mee.

Ze trokken soms dagen en weken ver En zochten hun weiden nu her en dan der.

Daar bleven twee zonen is vaders tent, De jongsten, zij werden door vader verwend.

De een leek een prins wel, zo mooi gekleed, En vader vond alles wel goed wat hij deed.

Eens kwamen de broeders in lang niet thuis, 't Was stil in de stallen, 't was stil in huis.

Den lief sten der zonen sprak vader aan: „Gij moet met mijn groet naar uw broeders gaan."

De weg was wel moeilijk, de weg was lang, Hij zocht er met blijdschap en luid klonk zijn zang.

Daar zag hij de tenten in 't glanzend gras! Hij lachte, nu dra bij zijn broeders hij was.

Ze zouden verblijd zijn, omdat hij En voor zijnen vader hun welstand kwam vernam.

Maar vreemd toch, — ze keken heel boos hem aan. Ze hebben hem vreeslijk veel kwaad ook gedaan.

Ze hebben hun broer als een slaaf verkocht. De kooplieden sleepten hem mee op hun tocht.

Lang heeft er de vader getreurd, getreurd: „Mijn schuld is 't — een leeuw heeft mijn zoon verscheurd."

Rein Klazes.

Ulrich Zwingli.

Ulrich Zwingli werd op 1 januari 1484 in het plaatsje Wildhaus in Zwitserland geboren. Zijn ouders waren welgesteld. (Zijn vader was burgemeester van Wildhaus, dat iets ten zuiden van het Bodenmeer ligt). Eerst werd de jonge Ulrich veehoeder. Vrij vlug bleek echter dat hij graag studeerde. Wel, zijn ouders zaten goed bij kas, dus lieten ze hem naar school gaan. Eerst studeerde hij in Bazel, daarna in Bern en vervolgens bezocht hij de universiteit van Wenen. Toen hij achttien jaar was, werd hij onderwijzer. Zwingli studeerde verder in z'n vrije tijd en werd zelfs enige tijd een ijverig leerling van E rasmus.

Zo kwam het dat hij een enigszins humanistische opvoeding kreeg. In deze zelfde tijd leerde hij Wittenbach kennen, die hem uit de Bijbel onderwees. Door dat bestuderen van de Bijbel begreep hij al vlug dat de roomse kerk dwaalde. Hij wilde deze dan ook van binnen uit verbeteren. De roomse kerk wilde echter niet verbeterd worden. In 1506 werd hij priester in Glarus; na twee jaar vertrok hij naar Einsiedlen, een bedevaartplaats. (Wordt vervolgd).

Gerrit Roos — Zevenhuizen.

Dit is dus al vast een begin Gerrit, de rest de volgende keer; dan zal ik ook je vraag beantwoorden. Onze ruimte is vol. Jongelui, vergeet niet je antwoorden op tijd te verzenden.

De hartelijke groeten.

C. DE BODE - Pr. Bernhardlaan 27 - Dirksland.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 november 1962

Daniel | 8 Pagina's

Een bladzijde voor en van onze jeugd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 november 1962

Daniel | 8 Pagina's