Naar Tranquebar geroepen
Ontroering maakt zich van de jeugdige Schwartz meester, als hij voor het hoofdgebouw van de stichtingen van Francke staat. Hij ziet twee gebeeldhouwde adelaars met daaronder deze woorden: „Die de Heere verwachten zullen de kracht vernieuwen, zij zullen opvaren met vleugelen gelijk de arenden."
Door tussenkomst van Benjamin Schultze kon Schwartz dadelijk worden ingeschreven als leerling. Eigenlijk zou hij nog een poosje de latijnse school hebben moeten volgen. Schultze had Frederik Sonnenberg ontmoet en kende hem als een ernstige, ijverige jongen. Een paar jaar geleden was Schultze uit Jndië teruggekeerd als zendeling, omdat hij het werk daar vanwege zijn gezondheid niet meer kon doen. Nu was hij docent aan de stichtingen van Francke. Al spoedig werd Schwartz onderwijzer in de duitse school en na verloop van weinig tijd werd hem opgedragen de avondgodsdiensten met de leerlingen en het dienstpersoneel te leiden. Onder de bedrijven door volgde hij nauwgezet de lessen op cle hogeschool.
Twee jaren zijn zodoende omgevlogen. Op zekere dag moet Schwartz docent Schultze spreken. Nauwelijks is hij de kamer van de professor binnen gestapt, of deze zegt tegen Schwartz: „U wordt door Gocl gezonden. Ik was juist bezig erover na te denken wie mij zou kunnen bijstaan bij de vertaling van mijn tamoelische bijbel. En wat denkt ge? Daar klopt ü net aan cle deur!"
Schwartz staat onthutst te kijken. Wat weet hij van het tamoelisch af?
„Ik versta geen letter van die taal, doctor Schultze."
„Dat is niet erg; wat men niet weet, kan men leren."
Schwartz kijkt eens naar die wonderlijke lettertekens, die op het papier staan geschreven en hij schudt zijn hoofd. „Weiger nu niet, ik heb u zo hard nodig. Het zal best meevallen. Begin er morgen maar mee."
En jawel, cle volgende morgen begint de eerste les. Schwartz kon er niet meer van tussen. Spoedig maakt hij grote vorderingen en na een half jaar is hij al aardig op dreef.
Maar er komt een kink in de kabel: onvoorziene omstandigheden komen tussenbeide, zodat de tamoelische bijbel niet in Ilalle zal worden gedrukt. Wat er nog meer tussen kwam doet niets ter zake; het gevolg was, clat Schwartz al de moeite voor niemendal had gedaan. Het was al verloren tijd geweest, die hij besteed had aan het tamoelisch. Zo zouden wij denken, nietwaar? Maar het was niet tevergeefs geweest, want tijdens de studie van die taal had Schwartz een wonderlijk gevoel in zijn hart gekregen; hij kon het moeilijk onder woorden brengen. Zonder met het volk, clat het tamoelisch sprak, in aanraking te zijn gekomen, had hij dat volk lief gekregen en kwam er een sterk verlangen in zijn hart om dat volk te gaan bezoeken en het cle woorden des levens te brengen. Maar tegen niemand sprak hij daarover; het was een geheim.
Een half jaar later. Dominee Weise, inspekteur van de duitse school, roept Schwartz bij zich. „Als u eens naar Voor-Indië beroepen werd, zoudt u clat aannemen? " zo vraagt hij. Schwartz kijkt onthutst dominee aan. Wist deze zijn heimelijke gedachten? Een ogenblik zegt hij niets; hij is overrompeld. Hij schudt het hoofd en ziet ineens zijn onbekwaamheid en ongeschiktheid. Daar komt bij, dat hij zonder toestemming van zijn vader die grote stap moeilijk zou durven doen.
„Denk er nog maar eens over na, " zegt Weise. Het wordt voor Schwartz een zaak van gebed en onder aanhoudend worstelen komt er toch een weinigje blijmoedigheid.
Enkele dagen nadien moet hij bij professor Francke, cle zoon van cle stichter van cle hallese inrichtingen, komen.
Kort en krachtig vraagt Francke: „Bent u bereid naar Indië O O te gaan? Het deense zendingsgenootschap vraagt nieuwe zendelingen voor Tranquebar. Nee, schrik niet, want ik moet nu geen antwoord. Ik geef u drie dagen tijd om na te den-
ken." Schwartz gaat naar huis en daar ligt op zijn tafel een beroepsbrief van de gemeente Rotenburg aan de Saaie. „Dat moet een aanwijzing van Gocl zijn, clat ik niet naar In-
dië moet, " denkt hij. Maar als hij zich afzondert om zijn moeilijkheden voor de Heere neer te leggen, is het of hij duidelijke stemmen uit Indië hoort: „Kom over en help ons!" Nu weet hij het niet meer. „Heere, " zo zegt hij, „moet ik naar Indië, geef mij dan een teken."
De volgende dag moet hij bij de hulpprediker Niemeyer; komen. Ernstig dringt deze bij hem aan om uit te gaan naar inlndië. God roept u daar, Schwartz, " zgt hij met over twinging
Nu kan; Schwartz nietf/meer' ^êigdföfi^xft^'b^ibfecföWt aandrang van Memeyèr als? eëii tekenA^att Göd. Nu nog met zijn besissing naar vader Hoe zal deze manerover denken?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 november 1962
Daniel | 8 Pagina's