JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Voor onze lezeressen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor onze lezeressen

6 minuten leestijd

Enkele verenigingen vroegen, hoe men het beste de verenigingsavonden door kon brengen. Hier geven we enkele richtlijnen: Het lijkt me het beste zo: voor de pauze een Bijbelse inleiding met bespreking. Door de presidente kan dit 14 dagen tevoren persoonlijk aan een der leden gevraagd worden, zodat wanneer er een lid is, die dit moeilijk vindt, deze het met de presidente rustig kan bespreken. Meisjes, die alleen de lagere school bezocht hebben kunnen echter wel onderwerpen maken, zelfs zijn er prima inleidsters onder. Wie geen onderwerp kan maken, is misschien wel in staat om na de pauze een gedicht of een korte levensschets voor te lezen. Ook kan men na de pauze Bijbelse en andere vragen opgeven, die door de leden — verdeeld in twee groepen — worden beantwoord. Boekjes met zulke vragen zijn verkrijgbaar. Dan kan men daarna aan een paar leden vragen een psalm of geestelijk lied op te geven en dit gezamenlijk zingen. Tijdens de Bijbelse inleiding en de daarop volgende bespreking kan men niet handwerken; doch na de pauze wel; dat is niet storend.

De vraag: Gelden verzamelen voor een bepaald doel, zou zo beantwoord kunnen worden: Ieder lid, dat een verjaardagviering bijwoont, neemt „het busje" mee en laat dat die avond rondgaan. Ook kan men „het busje" op de verenigingsavonden op tafel zetten en is er die week een lid jarig geweest, of b.v. geslaagd voor een examen, of enz., dan kan ze daar haar gave in doen. U ziet, vragenstelster, u kunt dit doen, zoals dat voor uw vereniging het beste lijkt. Het zijn alleen maar suggesties, die we doorgeven. Iedere vereniging is natuurlijk vrij deze op te volgen of niet.

REACTIE OP HET STUK VAN ONZE PRESIDENTE!

Het artikel, dat van de hand van onze presidente van ons Landelijk Verband in de laatste „Daniël" is geplaatst, heeft me naar de pen doen grijpen. Wie onzer is daardoor niet onder de indruk gekomen: Van de uitgebreide taak, die ieder van ons in dit leven heeft te volbrengen, hetzij we in verenigingsverband leven, hetzij daar buiten. Ach, wie zal er niet door tot beschaamdheid gebracht zijn en uitgeroepen hebben: Wat een tekort!

Inderdaad zijn er zovelen, die op ons, gezonde mensen, beroep doen om liefde en medeleven. een

En dan wil ik helemaal niet in herhaling treden op hetgeen onze presidente zo scherp omlijnd, zo eerlijk, onder de aandacht heeft gebracht.

Maar alleen op een der door haar genoemde groep die ons zo nodig hebben, wil ik voortborduren. mensen,

Dan heb ik het oog op de oude mensen. Door omstandigheden ben ik 't laatste jaar in aanraking geweest met verschillende ouden van dagen op zeer verschillende plaatsen in ons land. Mijn ervaring is, dat we een dankbaar werk ter hand nemen, als we zo eens een uurtje per week afnemen om een oudje te verrassen. Ach, zo makkelijk kunnen we een bloempje strooien op 't eenzame levenspad, dat deze mensen moeten betreden. Hoevelen zijn alleen overgebleven; zijn door lichaamsgebreken altijd gebonden aan 't zelfde vertrekje — soms maar een zolderkamertje — 't zelfde stoeltje — of bed dag in, dag uit — jaar in, jaar uit!

'k Ben er getuige van geweest, hoe 't sombere gelaat ophelderde als ze eens bezoek kregen, 'k Bezocht eens twee oude zusters, een bedlegerige, maar een opgewekte, hoor, en de andere, reeds ruim 90 jaar liep nog wat rond. Daar trad een jonge vrouw binnen, die deze twee zusters wekelijks bezocht. Wat heb ik genoten van de wijze waarop dit vrouwtje die twee oudjes betrok in 't levenj van de Gemeente. Ze vertelde van die zuster, die zo ziek was, van die man, die naar het ziekenrhuis moest, van de avond op de vereniging. Ze wekte de interesse van deze mensen voor alles en nog wat op. 't Gevolg was, dat toen deze bezoekster vertrok, ze een paar mensjes achterliet, die nog lang napraatten over het gehoorde en zo ongemerkt even de eenzaamheid vergaten.

Zo kwam ik ook eens bij een heel oud mensje. Eenzaam brommerig och, 'k heb geprobeerd haar aan 't praten te krijgen. Toen dat eindelijk lukte, kwam er een heel verhaal — over vroeger enz. enz. We spraken samen over de voorrechten, die we nog hadden. Ik wees op de kerktelefoon! De sombere trekken ontspanden en toen ik wegging, liep een vriendelijk vrouwtje ons na, met de uitnodiging toch gauw weer te komen, 't Was zo echt geweest, 't had zo verlucht. Kijk, dit werk geeft voldoening. en

Nog niet zo lang geleden stond ik aan het ziekbed van een heel oud vrouwtje, waaraan ik erg verbonden was. Ik wist het, 't was m'n laatste bezoek aan haar. We spraken er over en namen afscheid. Ach, wat een weemoed vervulde mijn hart. Bij 't vele dat ze, ondanks haar zwakte, me nog zeide, trof me dit: hartelijk bedankt voor al uw bezoeken en meeleven. Zou het wat voor haar in 't moeilijke leven van oud-zijn betekend hebben, dat we haar bezochten.

Maar heus, denk nu niet, dat u bij al die bezoeken alleen maar geeft — o nee — zo vaak ontvangt u iets. Het is een wisselwerking van geven en nemen. Het bezoek beloont u zelf. Ik hoop, dat vrouwenverenigingen zich gaan bezinnen op een vast plan, om zulke besloten oudjes geregeld te gaan bezoeken.

Lezeres van Daniël.

VERGETEN MENSEN.

Inderdaad, ze zijn er nog veel te veel. Mensen, die niets vragen en niets verwachten. Dat is mij weer duidelijk gebleken toen ik deze week een brief ontving van een zuster uit een inrichting voor vallende ziekten. Zij vertelde mij het volgende: Geertje, oud 16 jaar, kan zelf niet schrijven; zij krijgt zelden bezoek, soms een keer per jaar, meer niet; thuis een groot gezin. Er zijn er zo ontzettend velen, die stilletjes weggeschoven in een hoekje van een of andere inrichting leven. Goede behandeling? Natuurlijk! Noodzakelijk? Vanzelfsprekend! Het kan niet anders. Toch is er zo bitter weinig vreugde in zo'n mensenleven, lezeressen, wij gaan thans de winter tegemoet. De gezellige winteravonden, de feestdagen: Kerst, Oud en Nieuw, die bijzondere dagen, ook in het gezin. Maar denk aan hen, die doof, stom, blind of verlamd in een inrichting verpleegd worden en niemand hebben die hen eens opzoekt. Denk aan onze zieken, die thuis verpleegd worden, jaar in, jaar uit; onze ouden van dagen, die in bejaardentehuizen zijn ondergebracht en zij, die nog in eigen woning vertoeven. Velen van hun tijdgenoten zijn niet meer en hoe weinig belangstelling is er voor hen. Wanneer wij willen, kunnen wij voor hen iets doen. Ook de jongeren. Ja, vooral de jongeren, die zelf zo vrij zich bewegen, denken jullie eens extra aan die mensen in deze dagen. Ga hen eens opzoeken en wonen ze niet in uw omgeving, schrijf hun dan eens of stuur hun wat. Het geeft zo'n grote voldoening, als men weet dat er ergens een mensenkind is, dat een brief leest of een pakje uitpakt, dat door u gestuurd is. Hier ligt ook een mooie taak voor onze Vrouwen-en meisjesverenigingen. Bespreek het eens met elkaar op uw verenigingsavonden. De tijd, die u aan dit mooie werk geeft, is geen verloren tijd, dat zult u ondervinden.

Johanna

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 november 1962

Daniel | 8 Pagina's

Voor onze lezeressen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 november 1962

Daniel | 8 Pagina's