Een bladzijde voor en van onze jeugd
EEN PRAATJE VOORAF
Deze week mochten we de hervormingsdag weer vieren. Het is een goede gewoonte om ieder jaar op 31 oktober terug te denken aan het grote gebeuren dat in 1517 plaats vond. Laten wij nooit vergeten dat de Heere Zijn Kerk verloste uit het diensthuis van Rome. Daarom is deze bladzijde ook aan de hervorming gewijd. Ik kreeg kort geleden drie opstellen die er mee in verband staan dat komt dus goed uit. Hier komt het eerste, het gaat over een z.g. voorloper der hervorming n.1.:
John Wiclif
John Wiclif werd in 1329 geboren in Wickleffe, dichtbij Richmorvd in Yorkshire. Hij was erg leergierig en studeerde aan de hogeschool te Oxford, waar hij zich bijzonder onderscheidde. Bovendien bestudeerde hij de Bijbel, zodat hij meer en meer de dwalingen van de Roomse kerk inzag. In 1360 werd zijn naam voor het eerst beroemd. De hogeschool van Oxford had ruzie met de bedelmonniken en ook Wicklif mengde zich in die strijd. Hij beriep zich op Gods Woord en bewees dat de monniken en priesters niet naar dat Woord leerden en leefden, ja, zelfs dat hun leer in volkomen tegenspraak was met de Bijbel. Daardoor verloor de kerk bij veel Engelsen haar achting. Natuurlijk waren de monniken en priesters woedend op Wicklif en wendden zij alle middelen aan om Wicklif het leraarsambt te onthouden. In het begin lukte hun dit, maar in 1372 werd hij hoogleraar in de theologie te Oxford. Natuurlijk zweeg hij niet over zijn leer tegen zijn leerlingen. Hij is ook in Rome geweest en heeft daar met eigen ogen de goddeloosheid in de hoofdstad van het christendom aanschouwd. Hij noemde de paus in zijn geschriften o.a. de anti-christ of de wereldtrotse priester van Rome. Door dit alles vermeerderde de woede der priesters nog meer. In 1377 werd Wiclif voor de rechtbank in Londen gedaagd om zich te verantwoorden over zijn leer. Hij ging naar Londen en werd er gevangen genomen. Op voorspraak van de hertog van Lancaster gaf de koning bevel hem los te laten, maar hem werd tevens het verder spreken en les geven verboden. Hier stoorde Wiclif zich niet aan; hij ging gewoon door met prediken. De geestelijken durfden verder niets te doen, want zij vreesden het volk. In 1379 werd Wiclif ernstig ziek en het leek er op dat de moedige strijder zou sterven. In die toestand kwamen enkele priesters bij hem om hem te vermanen zijn leer te herroepen. Zij spraken hoogst ernstig met hem, want als hij herroepen zou, zou zijn hele werk vernietigd zijn. Wiclif doorzag hen echter. Hij richtte zich verontwaardigd op, terwijl hij uitriep: „Vertrekt, gij leugenprofeten, ik zal niet sterven, maar leven!" Tegen alle verwachtingen in herstelde hij. Hij ging weer aan 't prediken en vertaalde zelfs de Bijbel in het Engels. Dit werk had groter gevolg, dan al het werk, dat tevoren door hem gedaan was. Het gewone volk kon nu de Bijbel zelf lezen. Weer werd hij voor een kerkvergadering geroepen, maar een geweldige aardbeving joeg de priesters uiteen. Daarna kwamen de priesters weer bijeen en veroordeelden de geschriften van Wiclif. Ook bewerkten zij dat hij de hogeschool van Oxford verlaten moest. Nu ging hij naar Lutterworth en werd daar leraar. In 1382 werd Wiclif door paus Urbanus VI naar Rome ontboden. Hij ging niet en schriftelijk gaf hij de paus antwoord. Intussen ging hij door met prediken. Op 31 december 1384 stierf hij. Zijn volgelingen werden Lollarden genoemd, die door Rome met kracht vervolgd werden. Later hebben geestelijken het stoffelijk overschot van Wiclif opgegraven en verbrand. De as werd in de rivier gestrooid.
Nico Koning - Tuil.
31 oktober 1517
Daar loopt een monnik door de straten van Wittenberg. Hij gaat recht op de stadskerk toe. In z'n ene hand een hamer en in de andere een vel papier. Wie is die monnik en wat is hij van plan? Het is Maarten Luther. Hij stapt naar de zware deuren van de stadskerk. Kijk, het vel papier spijkert hij vast aan de deuren; zie zo, dat is gebeurd. Hij heeft zijn werk gedaan en gaat weer heen. De volgende dag is het allerheiligen, dan komen er veel mensen naar de kerk, want het is een grote feestdag voor de Roomsen. Al vroeg komen de mensen op 1 november naar de kerk om een plaats te bemachtigen. „Wat is dat nou", zegt er één, „wat staat er op dat papier? " Ze kunnen het niet lezen want het is latijn. Er komen een paar studenten, leerlingen van Luther, aan. Zij kunnen het wel lezen. Een er van leest het hardop in het Duits voor, een ander schrijft het op en deelt het overgeschrevene uit en weer een ander gaat er mee naar de drukkerij. Het wordt overal uitgedeeld. Nauwelijks veertien dagen later is het over heel Europa verspreid, in alle talen overgezet. De paus krijgt ook zo'n briefje in handen; hij lacht erom. Maar hij lacht niet lang. Al spoedig is hij ongerust en bang. Een geweldige beroering ontstaat onder de mensen. Duizenden zeggen: „Maarten Luther heeft gelijk."
Maar wat stond er dan op dat papier? Luther had de strijd tegen de aflaathandel aangebonden. Hij had 95 stellingen opgesteld die alle ingingen tegen de leer van Tetzel, de aflaathandelaar. In stelling 27 stond b.v.: „Zij, die voorgeven, dat zodra het geld in de buidel klinkt, de ziel uit het vagevuur vaart, bazelen!" Tetzel maakte dit immers de mensen wijs. Luther zegt dus dat Tetzel bazelt. Zo zijn alle stellingen van Luther tegen de Roomse kerk gericht, maar gegrond op Gods Woord.
Bram Bregman - Benthuizen
Uit het leven van een groot man
Op dinsdag 2 april 1521 verliet een wagen, door drie paarden getrokken, Wittenberg. Deze wagen vervoerde Dr. Maarten Luther, die op weg was naar Worms om voor keizer Karei V en de andere wereldgroten te verschijnen. Met Luther gingen nog mee zijn broer Jacob, z'n vriend Amsdorf en Casper Sturm, de vrijgeleide. Op deze tocht predikte Luther bijna in alle dorpjes waar hij langs kwam. In Leipzig werd hem door het stadsbestuur een beker erewijn aangeboden. Eindelijk, na veertien dagen, reed Luther het stadje Worms binnen. Iedereen was uitgegaan om deze eenvoudige monnik te zien; erg langzaam kon de wagen slechts vooruit komen. Op de plaats van bestemming aangekomen werd Luther dadelijk bezocht door vele vrienden en vijanden. De volgende middag om vier uur verscheen er een keizerlijke heraut, die hem naar het gebouw van de Rijksdag bracht. Toen hij binnentrad bleef hij stom verbaasd staan, want daar zag hij de groten der wereld: keizer Karei op zijn prachtige troon, aartshertog Ferdinand, de pauselijke gezant Alexander en verder nog 6 keurvorsten, 24 hertogen, 8 markgraven, 30 aartsbisschoppen en enkele graven, vorsten en kanseliers. Het was doodstil in de zaal toen Luther naar een tafel liep, waarop een stapel door hem geschreven boeken lag. Nu werd hem de vraag gesteld of hij de inhoud van deze boeken herroepen wilde. Dit kon Luther zo maar ineens niet doen. Hij vroeg daarom 24 uur bedenktijd.
Die verkreeg hij. De volgende dag, 18 april, betrad hij weer de zaal met de rijksgroten. Weer werd hem gevraagd of hij wel of niet herroepen wilde. Toen hield Luther een rede, waarvan het slot was dat hij zijn werken niet herriep, want dan zou hij God en Zijn kerk verloochenen. Nu knarsetandden de Roomsen, maar juichten Luthers vrienden. Gelukkig dat hij nu een vrijgeleide had, anders zou dit wel eens zijn laatste uur geweest kunnen zijn.
On 26 april verliet Luther Worms om terug te keren naar Wittenberg. Maar daar zou hij voorlopig niet aankomen'. Bij het verlaten van Worms had Karei V de rijksban over hem uitgesproken. Ieder mocht hem nu doden. Het was voor Luther dus dubbel goed oppassen. Ook zijn vrienden pasten goed op hem. Zij overvielen hem in het Thüringerwoud en brachten hem in snel tempo door de dichte bossen en in het nachtelijk duister naar de Wartburg. Hier zou hij gedurende tien maanden als jonker George vertoeven.
Wim Boone — Oostburg.
Vriendelijk bedankt Nico. Bram en Wim voor jullie keurige opstellen. Ze kwamen juist van pas. Van Nico en Bram heb ik al meer iets geplaatst, maar van Wim is het de eerste keer. Toch zeker niet de laatste ook, Wim? Ik verwacht nog veel brieven van jou en natuurlijk van allemaal. Ik heb nog net ruimte voor tien nieuwe vragen. Doe je best!
11. Wie is er opgehangen aan de galg die hij voor een ander gemaakt had?
12. Wie van Jakobs zonen werd een sterk gebeende ezel genoemd?
13. Hoe heete Davids oudste broeder?
14. In welke plaats woonde Samuel na Silo?
15. Na de koperen slang legerden de Israelieten zich te ? (Num.)
16. Eleazar, de zoon van Aaron, is begraven op de heuvel van ? (Joz.)
(Vervolg op pag. 72)
VERVOLG VAN ACHT TOT ZESTIEN.
17. Welke profeet heeft vooral tegen Edom geprofeteerd?
18. Welke stad der Danieten werd uitgemoord en met vuur verbrand? (Richt.)
19. Een andere zoon van Aaron heette I 20. Wie at er met afgeknipte haren en uitgestoken ogen in de gevangenis?
De tien beginletters vormen de naam van een stad in Klein-Azië.
In de vorige „Daniël" hebben jullie natuurlijk wel die fout opgemerkt. Niet een zekere Potappel, maar onze vriend Boonstoppel had en heeft de vragen opgesteld. Jongelui, tot de volgende keer D.V.
C. DE BODE, Pr. Bernhardlaan 27, Dirksland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 november 1962
Daniel | 8 Pagina's