JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Eindelijk tot staan gebracht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eindelijk tot staan gebracht

5 minuten leestijd

Niet langer kon de jeugdige Schwartz de verleidingen weerstaan. Wat moeten we toch bij cle voortduur het gebed in ons hart hebben: Leid ons niet in verzoeking!

Met andere leerlingen van het gymnasium te Küstrin werd Frederik meegevoerd naar de plaatsen waar hij niet thuis hoorde. In cle nabijheid van het stadje lag een dorp en elke week verzamelden zich daar in een herberg een aantal studenten.

Daar werd gedronken, gespeeld en gedanst. In den beginne was Schwartz nooit van de partij, maar van lieverlee richtte hij zijn schreden naar de verderfelijke plaats. De eerste stap op de weg der zonde is moeilijk, maar is die eerste schrede gezet, clan gaat de tweede al gemakkelijker. Na verloop van tijd was Frederik geregeld van de partij. Op school merkten de leraars er niets van: zijn gedrag en vlijt waren op school best, zoals ze steeds waren geweest. Hij bleef in een goed blaadje staan bij de onderwijzers.

Maar na enige tijd, wanneer hij weer uit geweest was met zijn vrienden, kwam er een onrust in zijn hart, die hij niet kon verklaren. Zo uitgelaten als hij was bij het drinken en spelen, zo neerslachtig was hij bij zijn thuiskomst. Zijn eten smaakte hem niet en zijn slaap was zeer onrustig. Als hij 's avonds zijn boeken had gesloten om daarna te gaan slapen, dan lag hij uren wakker, zó helder alsof het dag was. Onstuimig klopte zijn hart en viel hij dan tenslotte toch in slaap, dan was hij de andere morgen niet uitgerust. Was dit een roepstem van God om de verderfelijke wegen te verlaten?

Frederik zag er geen roepstem in. Integendeel, nog meer zou hij zich overgeven aan de wellusten van het leven en tevens studeerde hij hard.

De kerk week bij hem op de achtergrond. Met tegenzin zette hij zich neer om Gods Woord te horen. Wat vond hij het een vervelende boel.

Zou de Heere hem zo voort laten hollen naar het verderf? Neen, de Heere had iets met de jeugdige Schwartz voor en dan stuurt Hij alles in cle rechte weg. Dan begint Hij te kloppen: „Mijn zoon, geef Mij uw hart." Dat gebeurt soms in een pijnlijke weg.

Op een zondag ging Frederik weer met tegenzin naar de kerk. Onderweg begonnen zijn voeten te zwellen, zó erg, dat hij haast niet verder meer kon lopen. Met moeite keerde hij terug naar huis. Daar zou hij zijn laarzen uitdoen. Neen, dat ging niet eens meer; zijn voeten waren zo dik geworden, clat de laarzen open gesneden moesten worden. Toen dit gebeurd was, werd de jongeman bewusteloos. Ileel zijn lichaam ging nu opzetten en de omstanders dachten niet anders dan dat Schwartz zou sterven.

Maar neen, langzamerhand kwam beterschap en cle zieke knapte weer op.

Had het kloppen geholpen? Helaas was er geen opmerking. Hoe groot is Gods geduld met een zondig mens! Wij zouden zo'n jongen al lang aan zijn lot hebben overgelaten, maar wij kennen Gods lankmoedigheid niet.

Na enige tijd kreeg Frederik hevige pijn in zijn zij, zó erg, dat zijn adem haast achterbleef. Lange tijd moest hij het bed houden en veel pijn lijden.

Zou dit vernieuwde kloppen gehoord worden? Ja, zie maar! De zieke bidt en smeekt om genade.... Zou dan eindelijk...? Och, als de gezondheid teruggekeerd is, loopt Schwartz weer mee naar de bekende herberg!

Zou de Heere hem nu eindelijk laten varen? We zouden wel denken van ja, maar nogmaals betoont God Zijn lankmoedigheid.

Op zekere dag heeft Frederik het maal weer gebruikt bij wethouder Kern. Na het eten geeft zijn gastheer hem een boek: „Lees dit boek, Schwartz, en als het zo mag gaan zoals het mij is geschied, dan zal dit werk je tot grote zegen zijn." Thuisgekomen wil hij gaan lezen. Op het titelblad staat:

„Zegenrijke voetstappen van den nog levenden en alles bestierenden God, door August Hermann Francke." Van clie man heeft hij meer gehoord. Daar heeft Kern het meer over gehad. Dat is die man van Halle, waar onderwijsinrichtingen zijn. Daar is de bekende universiteit.

„Ik zal straks gaan lezen, maar nu heb ik nog ander werk." Het boek bleef gesloten die avond, de hele week. Maar morgen, dan moet hij weer bij Kern eten en dan, dan zal cle wethouder er naar vragen. Nu móét hij er wel aan beginnen. Schwartz leest en leest.... tot laat in de nacht. Hij kan niet ophouden. De woorden pakken hem. Zijn hart wordt getroffen. Francke laat hem niet meer los. Neen, 't is de man uit Halle niet, die hem gegrepen heeft, maar het is de Heere, Die hem toeroept: „Het is u hard de verzenen tegen de prikkels te slaan."

Die stem verstomt niet meer. Met kracht heeft God gesproken.

Schwartz moet hier vandaan. Hij moet naar Halle. Hij moet naar Franckes hogeschool. Dat staat vast.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 oktober 1962

Daniel | 8 Pagina's

Eindelijk tot staan gebracht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 oktober 1962

Daniel | 8 Pagina's