De betekenis van het Kruis
In het eerste artikel „Wij en de techniek" citeerde ik Colossenzen 1 : 20. Op grond hiervan stelde ik in het tweede artikel, dat de techniek ook verband houdt met het kruis van de Heere Jezus Christus.
N.a.v. hiervan schrijft dhr. D. M. G. te M. o.a. het volgende:
„Ik blijf bezwaarmaken tegen het verband, dat U legt; en wel, omdat wij Christus noch Zijn kruisverdiensten kunnen kennen noch onderkennen in de natuur. Colossenzen 1, vs. 20 met het verband handelt over de heerlijkheid van Christus, niet over de verzoening der wereld, maar over de verlossing van Zijn uitverkorenen.
In dit verband zegt mij dit 20e vers: De dingen, die bij God de Vader te doen zijn. Dit in betrekking tot de strijdende en de triumferende Kerk, zoals Antw. 31 H. C. aangeeft, alsmede de Antwoorden 47, 49 en 50. Dat is dus het woord „dingen" in uitgebreider zin; en wel juist om mensen.
De arbeid, waartoe ook de techniek behoort, was er al voor de onzalige val van de mens. Een van haar gevolgen: de vloek op onze arbeid blijft. Door Gods algemene goedheid — die ons tot zaligheid moest leiden —, die echter eens een einde neemt, èn door het bukken voor Gods Woord en haar eis, kan er veel verlicht worden. Doch door genade leert een zondaar — en in de verdere doorgang krijgt hij daar kennis van —, dat hij met een verzoend God en Vader te doen heeft. In betrekking tot zijn dagelijkse arbeid mag hij wel eens ervaren, dat de geschonken bekwaamheden (techniek) hem van de Heere toekomen. De doornen en distelen blijven echter, ook al mogen wij op goede gronden weten, met een Drieënig God en Zijn wereld verzoend te zijn. Ongetwijfeld is dan de vloek alleen door de Borggerechtigheid van Christus ook uit mijn arbeid weggenomen, doch de doornen en distels blijven in mij.
Dan zullen wij toch die nooit volprezen Naam, niet zo op allerlei vlak van ons natuurlijk menselijk bestaan brengen. Welk euvel zo jammer ook op het Geref. erf gevonden wordt. Wat U m.i. tot de 2e Persoon van het Goddelijke Wezen betrekt, vinden wij in Vr. en Antw. 27 Heidelb. Cat."
In Coloss. 1 schrijft Paulus dat door Christus alle dingen geschapen zijn én dat alle dingen tezamen door Hem bestaan. In vers 16 verstaat hij onder „dingen": „hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten." Juist tegenover de gnostiek stelt Paulus, dat Christus de Schepper van hemel én aarde is. De Schepping is echter door onze zonde gevallen, dc verhouding van al het geschapene tot God is hierdoor radikaal verstoord en ontwricht. Maar.... de Schepper (Christus) laat Zijn Schepping niet varen. Hij neemt de gestalte van een dienstknecht aan. In Hem woont al de volheid van God (vers 19). Daarna volgt het omstreden vers 20.
De betekenis van Coloss. 1 : 20
Het in dit vers voorkomende werkwoord „verzoenen" kan — gezien de grondtekst — beter weergegeven worden met „in de zuivere verhouding terug brengen".
Dan luidt de tekst als volgt: „en door Hem vrede makend door Zijn kruisbloed, alle dingen in de zuivere verhouding terug te brengen naar Hem heen, wat op aarde en wat in de hemelen is". Wat bedoelt Paulus hier met „alle dingen"? Wel, dit is een onpersoonlijke uitdrukking. We mogen clus cle betekenis hiervan niet beperken tot personen (de uitverkorenen), al dan niet vergezeld door de engelen. Want er volgt: „wat in de hemelen is".
Nee, we moeten hier denken aan al het geschapene, waarbij een klemtoon valt op het onbewuste schepsel. Paulus bestrijdt hiermee cle gnostiek!
De Schepping bestaat niet alléén uit mensen. Daarom heeft het Kruis van Christus een bredere betekenis clan alleen de verzoening der uitverkorenen.
Zo schrijft Paulus b.v. in Coloss. 2 : 15: En de overheden en de maehten ontwapend hebbende, heeft Hij die in het openbaar tentoongesteld, en heeft door het Kruis over hen getriomfeerd". Daarom lezen we, dat de koningen en cle volkeren der aarde eer en heerlijkheid in het nieuwe Jeruzalem zullen brengen (Openb. 24 : 26). Ds. H. Goedhart schrijft hierover: Het beste en het schoonste van de voortbrengselen deivolken zal in Gods Rijk worden binnengedragen, als huldebetoon aan Hem, Die leeft in alle eeuwigheid" 1 ).
Zou de techniek hiermee niets te maken hebben?
In het komende artikel hoop ik de beantwoording van deze brief te vervolgen en te beëindigen.
*) drs H. Goedhart: „Christendom en cultuur" 1961 p. 117
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 oktober 1962
Daniel | 8 Pagina's