Vader Cats herdacht.
„Aandacht voor Cats bij zijn 300ste sterfdag. Studies naar aanleiding van de herdenking op 12 september 1960, op verzoek van het desbetreffende comité bijeengebracht door Prof. Dr. P. Minderaa." Zwolse Reeks van taal-en letterkundige studies nr. 12. N.V. Uitgeversmaatschappij W. E. J. Tjeenk Willink, Zwolle, 1962. 200 blz., geb. f 8, 75.
In 1960 was het driehonderd jaar geleden dat Jacob Cats de eeuwigheid inging. De Maatschappij der Nederlandse Letterkunde heeft toen deze merkwaardige figuur uit onze Gouden Eeuw officieel herdacht. Dat is gebeurd op een bijeenkomst waar herdenkingsredevoeringen zijn uitgesproken. Een redevoering is intussen maar een vluchtig iets, althans wanneer ze niet in druk verschijnt. Daarom is het een verheugend feit dat er zich toen een komitee gevormd heeft met het doel iets van wat langer duur voor Cats zijn nagedachtenis tot stand te brengen. Het resultaat van de bemoeiingen van dit gezelschap is onlangs verschenen: een bundel redevoeringen en opstellen betreffende de dichter-volksopvoeder, de staatsman en de mens.
Allereerst vindt men dan hier een drietal — al of niet opnieuw bewerkte — redevoeringen die uitgesproken zijn bij de herdenking. Van Es behandelt „Cats als moralist en dichter": een uitstekend samenvattend overzicht, waarin geen woord dient ter verheerlijking, maar dat doorlopend blijk geeft van een eerlijke waardering. Scholten heeft het over „Jacob Cats als staatsman": een stuk dat met veel wijsheid opgesteld is — men moet zich in dezen wachten voor te snelle uitspraken, omdat Cats' invloed als zodanig nog maar moeilijk is te peilen — en dat er de ogen voor kan openen dat nader onderzoek hier zeer gewenst is. De derde rede is van Rombouts: „Cats en Zuid-Nederland": een voortreffelijke bijdrage over de bekendheid met, de invloed van en de waax'dering voor de man in kwestie in het Zuiden in de loop der tijden.
Men zou het komitee reeds dankbaar moeten zijn wanneer het enkel deze redevoeringen had uitgegeven. Maar het heeft blijkbaar meer gewild. Het is er kennelijk op uit geweest een bundel bijdragen bijeen te brengen waarin Cats van praktisch alle kanten wordt belicht. Het aantal stukken is daardoor van drie cp elf gekomen. Een opsomming van titels heeft maar weinig zin. Wel is het van belang te konstateren dat men er vrijwel geheel in is geslaagd om de komplete Cats te laten zien, de hele mens dus, met zijn deugden en gebreken, ook in zijn persoonlijk leven. Er is een opstel over Cats als Zeeuw, een over Cats en zijn bedijkingen, een over Cats zijn laatste woning, „Sorghvliet", enzovoort. Men ziet het: een weloverwogen en gevarieerd program.
Het peil van deze toegevoegde opstellen — waarvan het ene meer eenvoudig is geschreven, het andere weer iets geleerder aandoet, of noodgedwongen hier of daar wat technischer moet zijn — is doorgaans hoog. Er zijn er eigenlijk maar twee die men wel moet beschouwen als beneden 't peil dat men in bundels zoals deze mag verwachten. Asselbergs heeft er zich weer — zoals gewoonlijk — vlot van afgemaakt. Zonder dat men zeggen kan dat hij in „Cats in een Dordtse school? " onzinnigheden zegt, is het voor ieder duidelijk dat zijn artikel 't onbeduidendste van heel de serie is. En dan is er dat wonderlijke stuk van Smit — aantekeningen bij Cats' proza — dat hij zelf kwalificeert als een verslag van een verkenning die mislukt is. Dit resultaat van kandidaten-werkkolleges bestaat ten slotte maar uit enkele notities, losse notities bovendien, waarmee men niet veel verder komt. Nu kan men aanvoeren dat dit ook moeilijk anders kon, gezien 't gebrek aan voorstudies. Maar waarom dit dan toch gepubliceerd? Men mag aannemen dat elke vakman wel al wist wat hier te berde wordt gebracht. En de bekende belangstellende niet-vakman heeft aan deze opmerkingen ook al niets. Er is iets krampachtigs in dit met geweld die bijdrage toch willen handhaven, wanneer er eenmaal is gebleken dat ze werkelijk niets bij te dragen heeft. De vergoelijkende, handig aangebrachte draai op 't eind, met een citaat uit Cats, redt werkelijk dit opstel niet. Smit had verstandiger gedaan het niet in deze bundel af te laten drukken. Het valt er werkelijk volkomen uit de toon. En dat is men van hèm toch niet gewend.
Verder valt er eigenlijk niet heel veel aan te merken. Men kan het vrijwel overal mee eens zijn. Dat deze bundel onder een wat zonderlinge titel is verschenen — immers afgezien van Lazarus en andere figuren uit de Bijbel heeft een mens niet meer dan maar één sterfdag — is maar een kleinigheid. Wel kan men bij 't bekijken van dit afgeronde beeld van Jacob Cats één vraag maar moeilijk onderdrukken: wanneer men het er over eens is dat de godsdienst een zeer grote, ja een beslissende betekenis heeft in zijn werk, waarom is er dan ook niet een opstel over zijn godsdienstig standpunt? Meertens zegt hier in zijn „Cats als Zeeuw" het een en ander over en Scholten spreekt van Cats „als piëtist". Al lezende schrijft men daar in gedachten kommentaren bij. Er zou over kalvinisme, piëtisme, enzovoort nog wel wat zijn te zeggen. De termen komen zo niet tot hun recht.
De verzorging van de bundel is zeer goed. Men ontmoet er bijna geen stilistische tekorten in. Het aantal drukfouten — ook het vermelden waard — is maar iets meer dan nul. Goede illustraties, waaronder twee portretten, verhogen nog de waarde van 't geheel. Op band en omslag kan men zien dat de oorspronkelijk bedoelde prijs veel hoger lag: ƒ 14, —. De Maatschappij der Nederlandse Letterkunde heeft echter steun verleend (een blijkbaar achteraf voor in het boek geplakte strook geeft daarvan rekenschap). Vandaar die werkelijk niet meer geringe daling van de prijs. De Maatschappij heeft hier haar geld wel goed besteed. Men kan alleen maar wensen dat zeer vele belangstellenden hun geld niet minder goed besteden en dus deze bundel kopen zullen. Cats is ondanks zijn gebreken een biezonder sympatieke en beslist belangrijke figuur. En deze publikatie is, ondanks een enkel stuk dat uit de toon valt, als geheel een uitgave waarmee men blij moet zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1962
Daniel | 8 Pagina's