JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Wij en de techniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wij en de techniek

5 minuten leestijd

(SLOT)

Een konsumptieslag

Het maatschappelijk aanzien, clat iemand genoot, berustte vroeger hoofdzakelijk op de stand waartoe men behoorde én op de familie waaruit men voortkwam. Tegenwoordig bestaan er geen standen meer. Familie en stand zijn voor het sociaal aanzien onbelangrijk geworden. Nee, nu zijn het beroep en het inkomen belangrijk geworden voor de mate van maatschappelijk aanzien. Vandaar de vragen „wat doe je? ", „wat verdien je? ". De grootte van het inkomen moet blijken uit de inkomensbesteding (konsumptie).

Nu kan men elkaar in nieuwe wijken nog niet beoordelen op persoonlijke hoedanigheden. Daarom probeert men uit eikaars gedrag af te leiden met wat voor „soort" mensen men wel te doen heeft. En deze belangstelling richt zich dan eenzijdig op uiterlijke tekenen van welstand. Daarom streeft men naar het bezit van duurzame konsumptiegoederen (brom-en motorfiets, auto en televisie). Want deze goederen verschaffen iemand sociaal aanzien.

Bij een sociologisch onderzoek in het IJmondgebied (gemeenten Beverwijk, Heemskerk, Velsen) zijn b.v. de volgende uitlatingen van enkele bewoners genoteerd: „Men laat op alle manieren blijken wanneer er iets nieuws is gekocht. Een bontjasje wordt erg veel gelucht. Bij de schoonmaak hangen de nieuwe kleren vooraan. Een nieuwe jurk wordt buiten gehangen, zogenaamd omdat de winkellucht eraf moet. Koopt de één een bromfiets, dan koopt de ander er ook een. Ze jagen elkaar hier allemaal op. Als je de ogen ziet, waarmee ze elkaar hier bekijken, weet je al genoeg. Als er een groot stuk gebracht wordt, hoor je: „waar doen ze het van? " Als iemand een nieuw kleed heeft gekocht, wordt het over het balkon gehangen, zodat iedereen het goed kan zien. Als Mientje iets heeft, moet Greetje nog mooier hebben. De een wil meer dan de ander" 1 ).

Deze konsumptie-wedijver (in de IJmond: konsumptieslag) treedt niet alleen in nieuwe wijken op. Ze stempelt de gehele samenleving. Bednarik schreef hierover:

„De door reclame en propaganda onder de massa gewekte stemming, kan aan het verbruik de schijn van onmisbaarheid geven. Wie meewarig van terzijde wordt aangekeken, omdat hij de modekleur van het seizoen niet draagt of de laatste film van Audrey Hepburn nog niet heeft gezien, komt onder een morele druk te staan. Zo kunnen we thans zien hoe mensen, die zich vroeger niets aantrokken van een gat in hun broek, zich nu schamen omdat zij zich nog geen auto kunnen veroorloven.

Kinderen kunnen zich achteruitgezet voelen, omdat zij „maar" met een appel op de speelplaats verschijnen, terwijl zij door anderen met druiven en bananen worden overtroefd. Tenslotte zal men last krijgen van een minderwaardigheidscomplex, wanneer men niet meedoet aan het champagne drinken.

De mens voelt zich dikwijls ook in zijn welvaart ongelukkig en ontevreden. Hij kan het gevoel krijgen, dat hem wat ontbreekt, terwijl hij teveel heeft. Vaak geven we ons er geen rekenschap van wat we allemaal bezitten, en wat ons wordt geboden. We verlangen nog meer zonder ons bewust te zijn van wat we reeds hebben" 2 ).

Bednarik noemt de huidige mens een „verbruiksbarbaar", die door de geestelijke terreur van onderlinge jalouzie in 't gareel wordt gehouden. De enorme welvaart is stellig mede mogelijk geworden door de massaproduktie. Deze stelt alle bevolkingsgroepen in staat in hun (toenemende) behoeften te voorzien. Op haar beurt is de massaproduktie weer mogelijk geworden door de voortschrijdende techniek.

Beoordeling

We moeten dankbaar zijn voor de welvaart, die God ons (nog) schenkt. Waarom zouden wij terugverlangen naar de hongerwinter of naar de ekonomische krisis 1933? ? Als wij ons leven echter vastkoppelen aan cle konsumptie, aan de étalages en advertenties, dan vergeten we twee dingen.

1. Wij zijn niet geschapen voor de konsumptieartikelen, maar de konsumptieartikelen voor ons. Is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding? (Matth. 6 : 25).

2. De waarde van ons leven wordt niet bepaald door wat we hebben, maar door wat ze zijn.

Met nadruk stelt de Schrift: „zijt vergenoegd met het tegenwoordige; want Hij heeft gezegd: Ik zal u niet begeven en Ik zal u niet verlaten".

Ze spreekt over de „begeerlijkheid des vlezes en de begeerlijkheid der ogen, en cle grootsheid des levens". Deze zijn „niet uit de Vader, maar uit de wereld!" De konsumptie-wedijver is ook de kerk binnengedrongen. Menige kerkdienst lijkt vaak meer op een auto-, bromfietsen kledingshow clan op een bijeenkomst van de Gemeente des HEEREN. Dit, tot mateloze ergernis van vele buitenkerkelijken!

Rust op ons niet cle verantwoordelijkheid voor het lot van miljoenen nooddruftigen clie verhongeren? Hoe groot zijn ónze bijdragen aan anti-hongerakties? Hebben we een offer gebracht? Men zegt vaak: „de diakonie heeft geen geld meer nodig, er zijn geen armen meer". Maar is de diakonale taak der Gemeente dan alleen beperkt tot de huisgenoten des geloofs? Heeft de Gemeente dan niet een roeping t.o.v. de vele miljoenen, die nog nauwelijks in leven kunnen blijven? Geldt het „doet wel aan alle mensen" niét voor ons?

„Hoe ernstig men de broodvraag en de sociale vragen ook moge opvatten, men mag ze nooit ernstiger nemen clan Jezus, toen de Geest Hem beproefde in de woestijn. Er zijn nog andere dingen, clie uit Gods mond uitgaan clan alleen brood! Het leven mag geen trieste voedering worden aan een trog. In Gods Koninkrijk wil het in de eerste plaats een blij gastmaal zijn, waarbij ieder zijn bijzondere gave van God ontvangt, die hij aan Zijn disgenoten met vreugde mededeelt" 3 ).


*) „De IJmond van streek tot stad" 1960 p. 100;

-) K. Bednarik: „Gevaarlijke welvaart; proefbalans van onze samenleving" 1958 p. 65;

3 ) dr O. Noordmans: „Gestalte en Geest" 1956 p. 128.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1962

Daniel | 8 Pagina's

Wij en de techniek

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1962

Daniel | 8 Pagina's