JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het nieuwe verenigings-seizoen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het nieuwe verenigings-seizoen

7 minuten leestijd

Nu de verenigingen, na de vakanties, weer met hun werk beginnen is wel zeer op zijn plaats dit artikel van de presidente van het Landelijk Verband van Meisjes-en Vrouwenverenigingen dat hier volgt.

Als we aan het begin van het verenigingswerk staan, om ook dit najaar weer met elkander bezig te zijn in verschillende werkzaamheden voor onze naaste, wat is er dan toch enorm veel te doen op elk terrein des levens. Er zijn toch zoveel mensen en kinderen die onze hulp en liefde nodig hebben.

En als wij dat nu moeten beoordelen, dan willen we nog wel wat doen, en liefhebben, diegene die ook ons lief hebben, en wel eens wat voor ons doen, maar is dat de regel?

De Heere Jezus leerde die wetgeleerde wie of zijn naaste is in die geschiedenis van die mens, die onder de moordenaars gevallen was, en door de priester en Leviet niet aangekeken werd, ze liepen hem rustig voorbij, maar die Samaritaan werd innerlijk bewogen over hem, en ontzag geen moeite en geen kosten voor die vreemdeling, die Samaritaan had naastenliefde, die werd innerlijk bewogen.

Er zijn nog wel mensen die wat doen voor een ander maar uit welk beginsel? Is het werkelijk naastenliefde? Of is het om van de mensen gezien en geëerd te worden? Dat is een gruwel voor God.

Maar moeten we dan helemaal niets doen? ? Dat is zeker niet goed, want dan zijn we net als Kaïn die zei: „Ben ik mijn broeders hoeder? " Wat hebben we dan nodig om naastenliefde te bewijzen? de leiding van Gods Geest en voorschrift uit Gods Woord.

En aan wie dan het te bewijzen, die naastenliefde? Vanzelf als kinderen eerst tegenover onze ouders, aan wie méér dan aan onze ouders?

Hoe is de Heere Jezus ook daarin een voorbeeld geweest, als jongen van twaalf jaar, staat er, hij was hun onderdanig; en hoe bewees Hij Zijn zorg aan zijn Moeder, toen Hij aan het kruis hing: „Vrouw zie uw zoon. Zoon zie uw Moeder". Toen zorgde Hij nog voor haar, want de Heere wist dat ze smartelijk bedroefd was, en onverzorgd.

Naastenliefde bewijzen we onder elkaar als broers en zusters, dat we niet altijd onze zin doorzetten of als wij dit of dat maar hebben, maar elkander dienen in de liefde. Hoe wordt ons dat beschreven in het gezin te Bethanië, die broer en zusters, welke band van liefde was er onder elkaar, toen Lazarus ziek was, stuurde zijn zusters een boodschap naar de Heere Jezus: Heere! die Gij liefhebt is krank. Wat doen wij voor elkaar? ?

En zo kunnen we doorgaan: wat doen we in onze familie? Helpen we elkander als het nodig is? Hebben we zorg voor elkaar? Of is er altijd de gedachte: „Hoe wordt ik er beter van" bij ons aan het woord: of altijd maar wachten als er geholpen moet worden. Hoe zijn we in onze omgeving? Wat zeggen de buren van ons? Wij hebben vroeger wel eens een leraar van ons horen zeggen: Het moet niet nodig zijn, dat we vertellen wie we zijn, dat behoren we uit te leven dat moet in onze wandel openbaar komen!!

Naastenliefde bewijzen we ook aan misdeelden, aan blinden, aan doven, aan idioten, aan oude mensen, aan zieken, aan gevangenen, aan wezen, aan vreemdelingen, aan alleenstaanden enz. enz. We hebben in het begin gezegd: Waar is het begin en waar is het einde? , er is zo ontzettend veel werk, ook op dit gebied.

We lezen er van in Matth. 25 waar de Heere Jezus tegen het ene volk zegt: „Ik was hongerig en gij hebt Mij te eten gegeven, of dorstig en te drinken gegeven of naakt en gij hebt Mij gekleed, een vreemdeling geherbergd enz. enz. en die mensen vroegen verwonderd: „Heere, wanneer hebben we dat gedaan? " Ze wisten het zelf niet of durfden het er niet voor te houden. De Heere zegt: „Voor zoveel gij dit een van deze Mijne minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan."

Naastenliefde bewijzen aan gevallen mensen, dat is onze plicht, want als wij tot hiertoe niet gevallen zijn in de een of andere zonde, dan is het niet omdat wij beter zijn of wijzer, maar omdat de Heere ons in Zijn algemene goedheid heeft bewaard. Naastenliefde bewijzen aan een andersdenkende; nooit er boven gaan staan, maar er naast en onder gaan staan. We moeten proberen elkander te onderwijzen uit Gods Woord; wij moeten het niet altijd zoeken, maar ook niet willen ontlopen; we moeten altijd bedenken, dat we allemaal mensen zijn, voor een eeuwigheid geschapen en dat we ook allen hetzelfde nodig hebben en als het werkelijk uit liefde gedaan wordt, dan vindt het altijd een goede plaats.

En hoe staan we tegenover de Roomse mensen? Spreken we wel eens met hen of haten we die mensen?

Dit is wel een punt van grote voorzichtigheid. We mogen en kunnen het nooit voor de Roomse godsdienst opnemen, want hun leer is lijnrecht tegenover de leer van vrije genade, het zalig worden uit genade om niet door de verdienste van de Heere Jezus.

Hun wordt geleerd dat ze door de goede werken en bemiddeling van Maria en andere heiligen zalig worden. Nu leven we in een tijd, dat vele protestanten daar zeer lauw tegenover staan, ja het voor die godsdienst opnemen, er soms toe over gaan of durven te trouwen met een Roomse! Hoe komt dat toch? Zou de slapheid en slordigheid onder vele protestanten daar geen grote schuld van zijn?

Wij mogen de Roomsen nooit haten als mensen, want als onze ouders Rooms geweest waren, dan zouden we het ook geweest zijn, maar wij moeten proberen met hen te spreken als er gelegenheid voor is en denken wij in ons gebed wel eens om de roomse mensen?

En denken we om de heidenen, vragen we daar de Heere wel eens voor, of Hij Zijn zegen bij Zijn Woord wil voegen? Of is het voor ons maar vanzelfsprekend dat wij de bijbel hebben, en onder het licht van het Evangelie leven, maar laten we bedenken, dat de Heere komt zien of wij de gewenste vruchten voortbrengen, want dan lezen we ook in Gods Woord, dat Hij dan de wijngaard zou geven aan een volk dat zijn vruchten wel zou voortbrengen, dus zou de Heere Zijn Woord van ons wel eens weg kunnen nemen.

En welke gezegende vruchten zijn er zelfs ook voor de tijd aan verbonden als een volk in de inzettingen van de Heere leeft, al is het maar uitwendig.

Nu moeten we er ons niet afmaken om te zeggen daar ben ik niet bekwaam toe, of ik heb er geen geld voor, want dat is niet waar, maar een ieder moet bezig zijn hierin, naardat hij kan en naardat er middelen zijn. De Heere Jezus heeft met slijk ogen geopend, dus welk een eenvoudig middel, of de Heere kan en wil het gebruiken, en wat het geld betreft: we lezen van die weduwe hoe weinig of ze in de schatkist geworpen had, maar de Heere zei, dat ze het meeste daarin gedaan had, ze had alles gegeven, want ze had liefde en daar gaat het om! Is er bij ons liefde, naastenliefde om ook tot eer van God in de maatschappij voor en met elkander werkzaam te zijn?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 september 1962

Daniel | 8 Pagina's

Het nieuwe verenigings-seizoen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 september 1962

Daniel | 8 Pagina's