JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een bladzijde voor en van onze jeugd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een bladzijde voor en van onze jeugd

7 minuten leestijd

Een praatje vooraf.

Nu ik deze bladzijde begin heb ik nog geen nieuwe opstellen ontvangen; ik moet dus proberen onze pagina vol te krijgen met hetgeen nog in voorraad is en dat is heus zoveel niet. Komt, jongelui, stuurt me eens wat. De avonden zijn al wat langer; nu het vroeger donker wordt, heb je volop gelegenheid om een verhaal voor ons blad te schrijven. Hier komt een Bijbels opstel:

Iets over de schepping

Helemaal in het begin was de aarde woest en ledig. Maar toen zei God: „Er zij licht" en toen was er licht. God zag het licht en het was goed. Toen werd het avond en viel de nacht in. De eerste dag was voorbijgegaan. De volgende dag heeft God de wolken gemaakt en de wind, die het water tot machtige golven kan opzwepen en weer viel de avond en werd het nacht. De derde dag brak aan en op deze dag schiep God de grote zeeën en de machtig hoge bergen. Ook heeft de Heere het gras geschapen. Daar bloeide een bosje madeliefjes en daar een pruimeboom, waaraan later de heerlijkste vruchten groeiden. Tegenwoordig kunnen de mensen ook bloemen maken, maar dat is niet echt, dat is kunst. Op de vierde dag heeft de Heere de maan geschapen, die 's nachts haar stralen over het aardrijk laat schijnen; ook de zon en de sterren. Op de vijfde dag schiep de Heere de vogels en de vissen. Daar vliegt een vink en daar een spreeuw en kijk eens in de sloot, daar zwemt een schooltje stekelbaarsjes en daar een snoek. Ook de grote walvissen heeft de Heere op deze dag geschapen. Op de zesde dag schiep God de verschillende dieren. Daar graast een troepje schapen. Onder enkele bomen liggen een paar koeien en daar vlakbij loopt een leeuw. Doet die leeuw de schapen en koeien dan geen kwaad? Neen, nu kunnen ze nog zo maar naast elkaar in het gras liggen. In de bomen slingeren de apen; de bijen zoemen van bloem naar bloem.

O, wat was de aarde toen mooi. Toen de Heere dit alles zag, zag Hij dat het heel goed was. Op de zevende dag heeft God gerust. De Heere was niet moe, nee, want Hij kan niet moe worden. De Heere rustte om Zich te verlustigen in alles wat Hij ge-

maakt had. Kees de Bonte — Nieuw Beijerland.

Ja Kees, wat heerste er toen een vrede op aarde en deze vrede heeft de mens nu moedwillig verspeeld. Wat heeft de zonde toch een vreselijk gevolg gehad voor mens en dier. En dat wij daar nu ook schuld aan hebben. Denk je daar wel eens aan Kees?

Het tweede opstel gaat over Rembrandt. Een poosje geleden heeft er over hem reeds een opstel ingestaan, maar dit belicht hem van een andere zijde, dus durf ik het gerust te plaatsen.

Rembrandt

Onder de grote schilders van de zeventiende eeuw neemt Rembrandt de eerste plaats in. Rembrandt Harmensz. van Rijn werd op 15 juli 1606 in Leiden geboren. Zijn vader zond hem naar de universiteit. Omstreeks 1625 werkte hij met de schilder Lievens samen in het zelfde atelier, waar hij zijn eerste bekende doeken vervaardigde o.a. Simeon in de tempel. In 1634 trouwde hij met de rijke Friezin Saskia van Uylenburgh. In 1641 begon hij met het schilderen van: Het korperaalschap van kapitein Frans Banningh Cocq, verreweg zijn bekendste schilderij. Haast iedereen kent dit doek, dat later de naam heeft gekregen van: de Nachtwacht. Zijn vrouw stierf in 1642; dit was een grote slag voor Rembrandt. Hij hertrouwt met Hendrik je Stoffels, doch deze vrouw stierf in 1663. Vijf jaar later sterft zijn zoon Titus. Dan blijft hij achter met zijn veertienjarige dochtertje Cornelia. Als bijna onbekende sterft Nederlands grootste schilder in de diepste armoede in het jaar 1669.

Joke Huyser — H. I. Ambacht

Het is wel niet zo lang Joke, maar laten we zeggen: klein maar

fijn. Bedankt en tot ziens in „Daniël".

En nu weer vier coupletten van

De Bijbelklok

Hoort men de klok vijf slagen geven: Vijf boeken heeft Mozes geschreven. Vijf steden nam David weleer. Vijf steden Sodoms God mishaagden, Vijf wijze en vijf dwaze maagden Stelt Godes Zoon ons tot een leer.

Slaat de klok zes, de God van waarde Schiep in zes dagen hemel en aarde, En alles wat er is uit niet. Ter zesde ure kwam Jezus, gaande Bij een fontein, waar Jacob staande. In ene stad, die Sichar heet.

Slaat de klok zeven, wilt bemerken: God rustte toen van al Zijn werken En heiligde de zevende dag. God ging aan Farao openbaren De zeven goed' en kwade jaren Die hij in ene droom voorzag.

Slaat de klok acht, gedenk dan mede Dat w' aan de acht zaligsprekingen Gedenken en daar acht op slaan. Als God de zondvloed had gezonden Zijn maar acht zielen rein bevonden, Die in de ark zijn ingegaan.

Ik weet intussen reeds wie me dit gedicht stuurde. Het is van Gert van Stempvoort. Nog bedankt Gert; ik zag aan het handschrift dat het van jou moest zijn. Dat klopt toch?

Wat nu?

De vrije opstellen zijn op. Ik zou dus dit keer maar een halve bladzijde kunnen insturen. Dat doe ik toch liever niet. Als jullie niets meer weten, ga ik zelf wel wat vertellen. Ik ben van plan om jullie de levensgeschiedenis van een Zweeds koning te gaan vertellen. Daar kom ik in één keer niet mee klaar, maar dat geeft niet. Iedere keer maar een stukje.

GUSTAAF ADOLF (1)

In het noorden van Europa liggen drie landen, die dikwijls in één adem genoemd worden; dat zijn de landen Denemarken, Noorwegen en Zweden. Deze drie landen vormden jarenlang één rijk. Toen echter koning Christiaan II, een Deen, de Zweden ging onderdrukken, maakte hij zich zo gehaat, dat de Zweden zich vrij vochten. Een jong edelman, Gustaaf Wasa, veroverde Stockholm en werd in 1523 tot koning van Zweden uitgeroepen. Deze Gustaaf Wasa leerde de geschriften van Luther kennen en werd weldra een trouw aanhanger van de grote hervormer. Twee Zweedse leerlingen van Luther, Olaus en Petri, keerden naar hun vaderland terug en gingen het evangelie aan hun landgenoten brengen. Hun prediking, die zo geheel verschilde van die der Roomse priesters, vond grote ingang en al spoedig werd het Lutherianisme de staatsgodsdienst van Zweden. Een kleinzoon van Gustaaf Wasa was Gustaaf Adolf en over hem ga ik jullie dus iets vertellen.

Gustaaf Adolf werd geboren op 9 december 1594. Al spoedig bleek dat de jonge Gustaaf een dappere, sterke jongen was, die het liefst soldaatje speelde. Graag trok hij met zijn vader, Karei IX. mee als deze de troepen inspecteerde of de vestingen bezocht. Toch was Gustaaf niet ruw, integendeel, hij was eerder zachtaardig. Leren kon hij als de beste. Op twaalfjarige leeftijd kende hij, behalve Zweeds, Duits, Frans, Hollands en Italiaans. Later leerde hij nog Russisch en Pools. Geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde en krijgskunde waren echter zijn lievelingsvakken. Bij al deze vakken werd het voornaamste niet vergeten: hij werd streng in de Lutherse leer opgevoed. Vandaar z'n grote afkeer van het Katholicisme. Op zeventienjarige leeftijd werd hij geroepen om koning te worden van het Zweedse rijk. Dit was geen gemakkelijke opdracht voor de jonge koning, want zijn land was in oorlog met Denemarken, Polen en Rusland. Vooral de koning van Polen, Sigismund, z'n oom, bewees hem veel vijandschap, daar deze zelf koning van Zweden wilde worden. Nauwelijks aan de regering ontsnapte hij ternauwernood aan de dood. In een gevecht op een meer zakte zijn paard door het ijs en Gustaaf zou zeker verdronken zijn, had zijn kamerjonker hem niet gered.

In Zweden heerste armoede en daardoor ontevredenheid bij de boeren door de voortdurende oorlog. Toch won de liefde tot de jonge koning het van de ontevredenheid. Voor de oorlog tegen de drie vijanden was veel geld nodig en daar de kassen leeg waren moest de koning weer een beroep op z'n volk doen. Zelf gaf hij het goede voorbeeld, hij verkocht, net als Willem van Oranje gedaan had, z'n tafelzilver en z'n sieraden. Ook sloot hij leningen af in het buitenland. Zo kon hij de oorlog voortzetten en eindelijk z'n land de vrede teruggeven. (Wordt vervolgd)

Zo jongelui, dit was dan het eerste deel; volgende keer hoop ik verder te gaan. De hartelijke groeten en tot over veertien dagen D.V.

C DE BODE, Pr. Bernhardlaan 27, Dirksland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 september 1962

Daniel | 8 Pagina's

Een bladzijde voor en van onze jeugd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 september 1962

Daniel | 8 Pagina's