Een bladzijde voor en van onze jeugd
Een praatje vooraf.
Alle scholen zijn weer begonnen, jongelui, dus ligt de tijd van luieren achter ons. Vol goede moed zijn jullie de school binnengestapt en vol goede voornemens natuurlijk. Een goed begin is 't halve werk, niet waar. Sommigen van jullie zijn aarzelend een nieuwe school binnengestapt; ja, dat is een grote overgang en de eerste dagen voel je je dikwijls als een kat in een vreemd pakhuis. Dat went echter gauw genoeg. Heb je al vriendschap gesloten met je nieuwe klasgenoten. Pas op hoor, geef je niet te gauw, kijk goed uit aan wie je vriendschap geeft. Dit geldt voor iedereen, maar vooral voor die jongens en meisjes die naar een neutrale of openbare school zijn gegaan. Niet in of bij iedere plaats is een geschikte christelijke school en de schoolkeuze is voor je ouders dan ook vaak heel moeilijk. Ook zijn er van die zogenaamde christelijke scholen, waar de geest van Christus weinig of helemaal niet merkbaar is. Jullie ouders hebben éénmaal beloofd jullie op te voeden in de vreze des Heeren; denken jullie daar wel eens aan? Als je daaraan denkt zullen je ouders ook geen last van je hebben. Beschaam daarom het vertrouwen van vader en moeder niet. Laten ze op je nieuwe school maar dadelijk merken uit welke milieu je komt, schaam je niet voor je opvoeding en laat zien dat je blij bent zo'n opvoeding gehad te hebben. De eerste tijd zullen ze je wellicht uitlachen; dat geeft immers niets, laten ze lachen. Later zullen ze je waarderen en zeggen: „Dat is een jongen, dat is een meisje waar pit inzit."
Jullie doen toch allemaal mee?
September is de maand van opnieuw beginnen op school, maar ook van opnieuw beginnen in „Daniël". Het is de bedoeling dat er iedere veertien dagen één bladzijde voor jullie blijft. Wie zijn nu die „jullie"? Nu, dat is gauw gezegd. Iedere jongen en ieder meisje van acht tot zestien jaar die „Daniël" leest, mag meedoen. Iedereen kan een pen vasthouden en schrijven, niet waar, en, dan doet iedereen mee. Maar, daar hoor ik iemand zeggen: „Ik heb nog nooit meegedaan." Wel, dan wordt het hoog tijd, dat je gauw mee gaat doen. Er zijn onderwerpen genoeg waarover iets te schrijven valt. Schaam je toch niet voor een ander. Ik ben nu zo goed als geheel door m'n vrije opstellen heen. Ik heb er nog enkele over Bijbelse geschiedenis, die werk ik de komende maanden wel weg; daar heb ik dus nu geen gebrek aan. Ik zou graag wat ander werk willen hebben. Stuur me eens spoedig een stapel toe. Laat me niet in de steek, hoor, anders houd ik er ook mee op. Het is immers niet mijn bladzijde, maar die van jullie. Nu, ik ben benieuwd. Zet bij alles wat je stuurt je naam, adres en leeftijd!
Jan de Bakker
Jan de Bakker werd in 1499 te Woerden geboren. In 1522 werd hij tot priester gewijd. Spoedig werd hij in zijn geboorteplaats als zodanig aangesteld. Hij komt door het onderzoek van de Bijbel en het lezen van Luthers verboden geschriften tot de kennis der waarheid. Nu gaat hij met steeds meer overtuiging en licht in de Heilige Schrift de reformatorische beginselen uitdragen vanaf een „roomse kansel." Velen is hij tot zegen. Zoals licht is te verstaan blijft dit zijn vijanden niet verborgen. Weldra wordt hij dan ook gevangen gezet op het slot Woerden. Uit vrees evenwel voor het volk, dat met kracht aandringt op zijn vrijlating, wordt de door velen zo zeer beminde prediker losgelaten. In Woerden is het echter niet meer veilig voor hem, daarom maakt hij een reis naar Wittenberg, om Luther te ontmoeten. Daarna reist hij al predikende ons land door.
Zo zien we hem eindelijk in Woerden terug, nu als eenvoudig handwerksman. Langer als priester in de roomse kerk dienen is hem onmogelijk geworden. De stoutmoedige prediker wordt aangeklaagd bij de landvoogdes en in handen gespeeld van de inquisitie. Nu wordt hij in Den Haag gevangen gezet. Na vele verhoren hoort hij het doodvonnis over zich uitspreken en op 15 september 1525 gaat de jeugdige martelaar de eeuwige rust in. Zijn laatste woorden zijn een getuigenis: „Dood, waar is uw prikkel? Graf waar is uw overwinning? De dood is verslonden tot overwinning. Heere Jezus, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen. Jezus Christus, Zone Gods, gedenk mijner en ontferm U mijner."
Kees Roukema, Ridderkerk.
Bedankt Kees, dat je deze bekende geschiedenis ons weer in de gedachten gebracht hebt. Dat we maar nooit vergeten!!!
De Bijhelklok
Slaat de klok één, 't maakt indachtig, Er is maar één God almachtig. En ook één Zaligmaker zoet. Eén geloof, één doop verheven; Ons is toch slechts één Naam gegeven, Waardoor men zalig worden moet.
Slaat de klok twee, laat ons gedenken, Dat God ons ging twee lichten schenken. Twee tafels gaf God in de wet. Twee winden vinden wij beschreven. Twee tekens heeft Hij ons gegeven, Waardoor het Nieuw Verbond is ingezet.
Als de klok heeft drie geslagen; Laat ons gedenken de drie dagen, Dat Jezus toen begraven was. De derde dag is Hij verrezen. Drie dagen is ook, zo wij lezen Al in de vis geweest: Jonas.
Slaat de klok vier, al naar begeren, Wij moeten doen naar de lere Der vier Evangelisten zoet. In Eden waren vier rivieren, Vier elementen, die 't bestieren. De Heer' is 't, die ons behoedt.
Ik weet niet meer precies wie me dit gedicht toestuurde, want de enveloppen gooi ik altijd direkt weg als ik brieven krijg. Zet voortaan ook naam en leeftijd op het briefpapier. Van dit gedicht komen nog acht coupletten. Ik vermoed dat het al een oud gedicht is. Weet de inzender misschien ook de dichter? Dit keer is als laatste aan de beurt Aat Karens uit Zoetermeer, met zijn opstel over
Ruth
In het land Kanaan breekt hongersnood uit. Elimelech vertrekt uit Bethlehem met zijn vrouw Naomi en hun twee zonen Machlon en Chiljon, naar het land Moab. Daar trouwen beide zonen. Machlon met Ruth en zijn broer met Orpa. Na enkele jaren sterven achter elkaar de drie mannen. Tien jaar later vertrekt Naomi met haar twee schoondochters uit Moab. Bij de grens raadt Naomi de beide vrouwen aan, terug te keren. Orpa bezwijkt voor deze aanbieding en gaat terug naar haar volk. Ruth echter roept uit: „Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God." Als Naomi te Bethlehem aankomt herkennen de mensen haar bijna niet meer. Zij vragen aan elkaar: „Is dit Naomi? " Als zij dit hoort antwoordt ze: „Noem mij Mara, want de Almachtige heeft mij veel bitterheid aangedaan." Het was in die tijd de gewoonte dat de weduwen op de akkers van de rijke boeren de afgevallen aren mochten lezen (oprapen). Ruth gaat naar het veld van Boaz. Deze vraagt aan zijn maaiers: „Wie is deze vrouw? " Hij verneemt dat het de schoondochter van Naomi is. Boaz is heel vriendelijk voor haar en beveelt de knechten iets meer te laten vallen. Ruth verzoekt Boaz als losser op te treden.
Er is echter nog een andere losser. Als Boaz 's avonds deze man in de poort spreekt weigert deze te lossen. Boaz neemt dan deze plicht op zich en volgens de gewoonte geeft die man hem dan zijn schoen. Boaz trouwt met Ruth en uit dat huwelijk wordt Obed geboren. Deze is één van de voorouders van de Heere Jezus.
Aat Karens
Jij weet natuurlijk wel wat Naomi betekent, Aat, maar weet je ook de betekenis van de namen Machlon en Chiljon? Zoek dat dan maar eens op. Bedankt voor je opstel hoor. Ik hoor zeker weer spoedig van je.
En tenslotte
heb ik voor dit keer geen nieuws meer. Ik verwacht veel brieven, ook van veel nieuwelingen. De hartelijke groeten.
C. DE BODE, Prins Bernhardlaan 27, Dirksland.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 september 1962
Daniel | 8 Pagina's