JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Brief uit Jeruzalem

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Brief uit Jeruzalem

5 minuten leestijd

Enige tijd geleden schreef ds. Zijderveld een artikel over „Goed nieuws uit Jeruzalem."

Naar aanleiding van dit artikel schreef ds. M. Boertien ons de volgende „Brief uit Jeruzalem", die wij gaarne een plaats in ons blad geven.

Ds. M. Boertien is Chr. Ger. predikant, verbonden aan de Chr. Ger. Kerk te Groningen, voor de „Evangelieverkondiging onder Israël".

Van februari 1954 tot november 1959 werkte hij in Hamburg als predikant van de presbyteriaanse „Jerasaleinkirche", centrum van het werk onder Israël in N.W. Duitsland. Sinds maart 1960 werkt hij in Israël als secretaris van de United Christian Council in Israël, een organisatie, waarin de meeste in Israël werkende protestantse kerken vertegenwoordigd zijn.

Hier volgt dan de:

Brief uit Jeruzalem

Door Ir. H. van Rossum uit Zeist werd mij uw blad van 10 aug. 1962 toegezonden. Broeder van Rossum bezocht enige tijd geleden Israël, en tijdens zijn bezoek had ik het genoegen, hem te ontmoeten en met hem in onze woning in Jeruzalem enige bijzondere boeiende gesprekken te voeren.

Met grote belangstelling las ik het artikel „Goed nieuws uit Israël" in bovengenoemd nummer van „Daniël". Het deed mij goed te ontdekken dat ook bij de lezers van uw blad belangstelling voor Israël bestaat. Hoe zou het ook anders kunnen? Uit uw blad blijkt immers, welk een ware liefde voor en grote kennis van de Heilige Schrift er is in uw kringen. Wie deze Schriften leest ontmoet op bijna elke bladzijde het volk Israël. Vandaar dat belangstelling in het huidige volk Israël bij zulke trouwe Bijbellezers niet kan uitblijven.

Meer dan ik zeggen kan was ik verrast en getroost door de wijze waarop de mij helaas onbekende Z. in zijn artikel „Goed nieuws uit Israël" over het Joodse volk en zijn toekomst schrijft. Zo dikwijls beluisteren wij in vele kringen helaas volkomen andere klanken. Daarom, onbekende broeder Z., hartelijk dank!

U schrijft o.a „godzalige mannen, grote lichten aan de kerkhemel, die in tederheid des harten voor de Heere leefden, hebben gebeden voor de bekering van het Joodse volk en geloofd, dat de Heere hen eens zou toebrengen tot de Christelijke Kerk". Bemoedigd ben ik, om uw eigen uitdrukking te gebruiken, door de „tederheid des harten" ten aanzien van het volk Israël, die uit heel uw artikel spreekt.

Het is dan ook niet uit de zucht tot polemiek, dat ik meen in het onderstaande erop te moeten wijzen, dat enige van uw mededelingen over de toestanden alhier wat te optimistisch getint zijn. Aangezien u uw lezers opwekt tot voorbede voor Israël, meen ik hun geen betere dienst te kunnen bewijzen dan duidelijk te maken, dat er redenen te over zijn voor deze voorbede.

In uw artikel zegt u tweemaal, dat acht jaren geleden het lezen van het Nieuwe Testament hier nog contrabande was, maar dat dit thans anders is. Het lijkt mij toe, dat dit niet geheel juist is. Zeker, het Nieuwe Testament wordt hier gelezen. Maar er is mij niets van bekend dat het, zoals u zegt, op vele staatsscholen gelezen en besproken wordt. Integendeel, er heersen hier nog steeds afschuwelijke misverstanden over het Nieuwe Testament. Het moge dan zo zijn, dat er thans Joden bereid zijn, Jezus van Nazareth als een belangrijke Jood en misschien wel als een profeet te beschouwen. Maar het is er verre van, dat men Hem ook als Messias, als Verlosser en als Gods Zoon gaat belijden. Er is een klein aantal Jodenchristenen. Maar deze mensen hebben het over het algemeen bijzonder moeilijk. Regeringspersonen als de minister van onderwijs en anderen beweren openlijk, dat een Jood die zich laat dopen geen Jood meer is.

Er bestaat hier een „Wet op de Terugkeer", die elke Jood het recht geeft, als immigrant dit land binnen te komen. Maar men heeft daarbij het begrip Jood zodanig vastgesteld, dat een gedoopte Jood niet meer als Jood geldt en der-

halve niet in staat is gebruik te maken van de door genoemde wet gegeven rechten. Ilier ligt een van de moeilijkste punten in het werk van de kerken alhier. En voorzover wij in staat zijn, dit te overzien, zal daar voorlopig nog geen verandering in komen. We wachten op de HEERE, die ons op Zijn tijd ongedachte uitkomsten zal geven. Mede dank zij de voorbede, waartoe u uw lezers opwekt. Wij verwachten de tijd, dat de heerlijkheid van Vorst Messias beleden zal worden door Zijn volk. Het is hier in het land echter een even smartelijk wachten als waar ook ter wereld. En ook wij leven hier door geloof, en niet door aanschouwen. Er zijn in de loop van cle eeuwen zoveel ontzettende dingen gedaan door mensen, die zich naar de Messias van Israël Christenen noemden, dat in vele Joodse harten een diep wantrouwen is ontstaan tegen alles wat zich Christelijk noemt. Hieronder lijden onze Joodschristelijke broeders alhier mede.

Ik weet dat soms in zendingsbladen ten aanzien van Israël een te mooie voorstelling van zaken gegeven wordt. En het is niet prettig, zulke voorstellingen met cle harde werkelijkheid alhier te moeten confronteren. Maar de waarheid gaat boven alles. De grote bewondering die wij voor het huidige Israël hebben en cle warme liefde daarvoor, die ook uit uw artikel spreekt, zullen ons er niet toe moeten brengen, wensdromen te gaan geloven. Maar de beloften des HEE-REN, ook die aan Israël, staan vast. Dat u daarop uw lezers gewezen heeft zal hen helpen bij de door u gevraagde en door ons hier zo zeer gewaardeerde voorbede.

Zo de HEERE wil zal ik van omstreeks Pasen 1963 tot eind aug. met verlof in Nederland zijn. Het zou mij een genoegen zijn, dan desgewenst enigen van u te ontmoeten om u, indien daaraan behoefte mocht zijn, iets over Israël te vertellen.

Met hartelijke broedergroet uw,

Jeruzalem, 17 aug. 1962.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 september 1962

Daniel | 8 Pagina's

Brief uit Jeruzalem

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 september 1962

Daniel | 8 Pagina's