GREBBEBERG
Nu schuifelen de voeten langs de stenen, men leest met d' ogen vreemde namen af, en rekenï uit en denkt „zo jong in 't graf', en gaat weerom met d' andren die verdwenen.
Men ging een reis doen „Grebbeberg bij Rhenen", 't ivas aardig dat men blijk van deernis gaf: hier vielen jonge mannen\ met hun staf .... 't is vreeslijk erg, maar toch kan men niet wenen.
Waar nu de trieste stilte heerst van dood, was H rondom vol rumoer van gierend lood, van alle katiten lag de dood te loeren.
Nu maken blaren fluisterend geluid, een oude vrouw snikt stil haar droefheid uit, en in een bóom begint een duif te koeren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1962
Daniel | 8 Pagina's