Voor onze lezeressen
Juni 1962.
Aan boord van de Noordam
Amicae,
Belofte maakt schuld. Zoals ik beloofd had vóór ons vertrek naar Amerika zou ik jullie schrijven over onze reiservaringen. Het was een zeer drukke tijd voor mij in de U.S.A. en Canada, zodat ik nu pas tijd heb om jullie 't één en ander te vertellen. Nu we huiswaarts varen op een schip met weinig passagiers en een rustige oceaan zal ik proberen om mijn belofte te vervullen. Inderdaad, we zijn op onze terugreis, wat achter ons ligt, onze heenreis en ons verblijf van enkele maanden in Amerika is als een droom voorbijgegaan. We zijn in de Nieuwe Wereld met grote hartelijkheid ontvangen en hebben van onze vrienden veel liefde genoten, maar toch was ik blij om Amerika vaarwel te zeggen. Missen doet waarderen, dat wordt gevoeld als je maanden in de vreemde moet verkeren. Hoe sterk voelen we dan de band met kinderen, gemeente, familie en vrienden.
Ik wil jullie iets vertellen over wat we mochten zien van God's grote schepping en je laten meeleven met ons bezoek aan Amerika. Maar laat ik bij 't begin beginnen.
Afscheid nemen is altijd iets ontroerends, we weten nooit of we elkaar zullen weerzien, vooral wanneer we naar een ander land reizen om daar enkele maanden te vertoeven. Het was voor de gemeente Capelle een belangrijke zondag, de laatste rustdag van maart. Een twintig jonge mensen mochten openbare belijdenis doen in het midden der gemeente en in deze zelfde dienst werd een jongeling gedoopt wat een grote ontroering gaf. 's Avonds werden we door één der ouderlingen namens kerkeraad en gemeente hartelijk toegesproken, waarna ons psalm 121 : 4 werd toegezongen.
Ons schip de Rijndam vertrok 30 maart uit de haven van Rotterdam om ons naar de kusten van het verre Westen te brengen. Vrienden uit de gemeente en onze kinderen vergezelden ons naar Neerlands grootste havenstad. Vele zegenwensen werden ons gegeven, dat de Heere ons tot een zegen mocht stellen voor velen in Amerika. Wat is het een weldaad, zo we gedragen worden op de vleugelen des gebeds van het volk, dat bidden heeft geleerd. Gods zegen en bewaring hebben we altijd nodig, immers zonder deze zegen is alles waardeloos. Het is een grote zegen, een goddelijke zegen zo de Heere ons al zijn we een jong meisje of een eenvoudige vrouw tot een zegen mag stellen voor anderen
Onze boot is spoedig in de Noordzee en daarna klieft ze de wateren van het Engelse Kanaal. Le Havre wordt aangedaan om de reizigers uit Frankrijk op te nemen, die spoedig aan boord zijn. Hoe geheel anders zijn de Fransen dan de Hollanders, levendig en vlug bewegen ze zich onder de mensen, terwijl ze in hun welluidend Frans alles snel regelen. De kust van Frankrijk is spoedig uit het gezicht en we zien de witte rotsen van het trotse Albion. De glorie van „Old England" is aan het tanen, de zonen van het eens wereldbeheersend Brittanië verzoeken nu om samen te werken in de Common market. Engeland is het land van tradities en haar roemrijk volk heeft de zeden en gewoonten van haar land overgedragen aan zeer veel volkeren der aarde. In Southhampton laat onze boot voor enkele uren het anker vallen. Engeland heeft veel banden met Canada en de U.S.A., daarom doen practisch alle oceaanstomers de Engelse haven aan. Statig en waardig voegen de Engelse passagiers zich bij de andere opvarenden. We varen met ons schip op de Atlantische Oceaan om ons met vrienden en vreemden naar Canada te begeven. Onze boot zal naar Montreal gaan om verschillende immigranten naar het land van hun toekomst te vervoeren. Er zijn onder de bijna 900 passagiers vele ouders van geëmigreerde Hollanders, die hun kinderen in Canada gaan bezoeken. Al spoedig ontdekten we onder de opvarenden enige leden van onze gemeenten, een gezin uit Barneveld, die naar de staat Alberta in Canada gingen emigreren, een familie uit Den Haag, die bij hun kinderen in St. Catharines gingen logeren en als surprise één van hun dochters met haar kind meebrachten. Hoe verheugden ze zich op de onverwachte ontmoeting straks in Canada na vele jaren.
Onze buurman in de cabin naast ons, die ik met z'n met cowboy en paard versierde jacket en na z'n „howdy" groet voor een rasechte Canadees hield, bleek uit onze gemeente Norwich afkomstig te zijn. En niet te vergeten de vriendelijke bootsman, die vóór we op de boot waren al geinformeerd had of m'n man zou kunnen preken, niet wetend, dat hij officieel als scheepspredikant of „chaplain" aangesteld was door de Holland-Amerika lijn, bleek evenals onze zendeling ds Kuit uit Katwijk afkomstig en een persoonlijk vriend van hem te zijn.
Nu wil ik jullie eerst een korte beschrijving geven van de verschillende dekken waaruit de boot is samengesteld, dit vooral ter oriëntering voor de degenen, die nog nooit een oceaanboot bezichtigd hebben. Dit zou onze zesde reis over de Atlantische Oceaan worden, toch moet je de eerste dag even wegwijs worden. Laten we bovenaan beginnen. Allereerst hebben we 't zonnedek, waar de meesten deze reis niet eens een kijkje hebben genomen, daar we op de overdekte promenade ons al slechts behagelijk voelden op onze dekstoelen met warme wintermantels, mutsen en wollen plaids. Direct onder 't zonnedek is 't brugdek, waar de verblijven der officieren zijn. Ja op een schip als de Rijndam zijn vele bemanningsleden en enkele honderden bedienden. Na 't brugdek komt 't bootdek, waar de eerste klasse passagiers hun hutten, eetzaal, salon en promenades hebben. Ook de kinderkamer was op 't bootdek, waar ik later op terug hoop te komen, daar we hier onze avondsluitingen hadden. Buiten bevinden zich op dit dek een tiental sloepen. De eerste dag van een oceaanreis worden er altijd al oefeningen met de reddinggordels gehouden, die voor iedere passagier in zijn hut zijn, waar ook 't nummer van de sloep aangegeven staat, waar hij zich heen moet spoeden met de reddingsgordel aan, als de alarmseinen gehoord worden, n.1. meer dan zes korte stoten op de stoomfluit gevolgd door één lange. Bij brandalarm, een onafgebroken bellen, moet hetzelfde gedaan worden. Gode zij dank is 't alleen bij oefeningen gebleven en is er nooit geen werkelijk gevaar geweest.
Hieronder volgt 't promenadedek voor de toeristenklasse, waar we onze open en gesloten promenade hadden, waarvan in dit koude jaargetijde alleen de gesloten promenade vol houten dekstoelen stond. Verder waren op dit dek de rooksalon, de salon, de bibliotheek en de „Palm Court", een gezellige enorme serre met bamboe stoelen en met palmbomen versierde gordijnen en behang.
Hierna komt 't hoofddek, waar ook wij onze hut hadden. Op dit dek was een ontvangsthal, een winkel, waar veel Delfts blauw en andere Hollandse souvenirs uitgestald stonden, een kapsalon en de kantoren van de Chef-Hofmeester en van de Purser. Onze hut was mooi centraal gelegen, vlak bij deze kantoren. In twee-persoons hutten zijn twee bedden, 't bovenste wordt overdag in de muur dichtgeklapt en 's avonds weer netjes geopend door de hutsteward en een ladder er aan bevestigd. Op 't volgende dek hadden we onze eetzaal, waar we in twee zittingen aten, daar 't merendeel van de passagiers toeristenklasse reisde, alleen een goede zestig personen reisde eerste klasse. Op 't laagste dek, 't B-dek zijn de ziekenzalen en de spreekkamer van de dokter. Via 't trappenhuis of door gebruik te maken van één van de liften kan men de verschillende dekken bereiken.
Ja, een ziekenhuis is helaas ook nodig op een groot passagiersschip. Op een middag heeft de verpleger ons de keurig verzorgde ziekenzalen, één aparte ziekenzaal voor 't personeel en de opreratiekamer, waar alle instrumenten steriel lagen te wachten, de wacht-en spreekkamer van de dokter laten zien.
Er waren instrumenten voor curetage en amputage, hetwelk beide veel voorkomt volgens de verpleger, ook om kiezen en tanden te trekken.
Toen ik vroeg wie er dan voor tandarts fungeerde, antwoordde hij, de dokter of eventueel hij zelf.
Tot zover hadden ze nog geen gebroken armen of benen te behandelen gehad op deze reis, dit komt maar al te vaak voor met stormachtig weer. Verder was er nog een cel voor psychisch gestoorde patiënten met een luchtrooster in de deur en zachte wanden, zodat de patiënten zich niet bezeren kunnen. Gelukkig waren er op deze reis geen ernstige zieken, ook geen doden te betreuren. Toen we drie jaar geleden van Amerika naar Holland verhuisden stonden er twee lijkauto's te wachten in le Havre, Frankrijk bij onze aankomst om de doden te vervoeren. Een vrouwelijke passagiere was nog geopereerd op 't schip, waarvoor 't enkele uren stil gelegen had, doch enige dagen later was ze toch overleden.
Ook deze reis heeft de Rijndam vele uren stilgelegen maar nu wegens de storm en de ruwe, hoge zee. Bij de nieuwsbulletins in één der gangen stonden gedurende enkele dagen aangegeven, dat de windkracht negen was en de zee zeer hoog en ruw. Als we op een morgen wakker worden is 't al een chaos in de hut. Alle schrijfmateriaal en boeken zijn van de tafel afgegleden, de bloemen, die een kennis bij ons vertrek mij gaf, liggen verspreid over de grond, ja vaas en water alles heeft een ander plaatsje gevonden. De opkomst in de eetzaal is deze dagen heel wat minder, daar veel zeezieken in hun hutten bivakkeren, anderen proberen wat op te knappen in de frisse lucht, altijd gewapend met een speciaal voor zeeziekte bestemd zakje. Doordat 't schip duikt is 't, als je in de gangen loopt, 't éne ogenblik of je eensteile berg beklimt en een ogenblik later moet je de pas inhouden om niet te snel bergafwaarts te gaan. In de zalen worden dikke koorden gespannen om 't lopen te vergemakkelijken, de stoelen worden vastgezet in de vloer met metalen kettingen We horen, dat de kapitein de Zuidelijke route zal nemen, dan is er waarschijnlijk minder storm. We zullen dan ten Zuiden i.p.v. ten Noorden van New Foundland omvaren. Doch met 't ruwe weer zijn we ver van Holland en ook nog ver van Canada. Gelukkig is de zee heel wat kalmer geworden, als we de zesde dag Cape Race, de Zuidpunt van New Foundland naderen.
De bootreis heeft negen dagen geduurd, twee zondagen hebben we op 't water doorgebracht, waarop we twee kerkdiensten voor de protestanten hadden, eerst een Hollandse dienst en direct er na de Engelse. Enkele honderden kwamen op onder de Hollandse kerkdiensten, minder voor de dienst in de Engelse taal, daar 't overwegend aantal passagiers Hollanders waren. Ook elke avond hebben we een Hollandse dagsluiting gehad, welke dienst in de kinderkamer gehouden werd. Er was altijd een zeer aandachtig gehoor en 't werd zeer gewaardeerd, mocht het nog voor deze of gene tot zegen geweest zijn. Zo'n varende, tijdelijke gemeente verschilt wel heel veel van onze gemeenten, hier waren immers vogels van diverse pluimage, zelfs Roomsen en Joden. Oh wat zou 't groot zijn als deze diensten nog eens eeuwigheidsvruchten mochten afwerpen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 augustus 1962
Daniel | 8 Pagina's