Zending in de oude tijd
Al de apostelen zijn zendelingen geweest. Het is wel waar, dat Paulus bij uitstek de heidenapostel wordt genoemd, maar dat neemt niet weg, dat ook de anderen hun leven hebben gegeven tot de uitbreiding van het Koninkrijk Gods. De naam apostel zegt het ons: het betekent „gezondene". De apostelen zijn uitgezonden door hun Heere en Meester om getuigen te zijn van wat ze gezien en gehoord hebben.
Na de tijd van de apostelen is er voorlopig geen biezonder zendingsambt ingesteld, al bleven er wel rondreizende predikers, die niets anders deden dan het evangelie verbreiden. Het zendingswerk wordt spontaan gedaan, als een vanzelfsheid. De gelovigen spreken met woorden en daden van het heil dat God heeft bereid voor degenen die Hem vrezen. Zij gaan er zozeer niet vanuit dat zending bedreven moet worden, omdat Christus' bevel moet opgevolgd, maar hoe zouden ze kunnen zwijgen als de stenen haast zouden spreken! De rijkdom, die in Christus is, moet uitgeroepen worden in de wereld van onkunde en bijgeloof.
De griekse kerkleraar Origenes (185—254) roept uit van de kansel: „Kom nu tot Jezus, de hemelse medicijnmeester! Treed binnen in dit hospitaal, Zijn Kerk, en zie daar liggen de menigte van patiënten!"
De oude Kerk is zelfbewust; Zij weet wat ze gelooft en als Zij gelooft is er geen twijfel. Dan durft Aristides, de schrijver van de oude Chr. Apologie (137), zeggen: „Het is voor mij niet aan twijfel onderhevig, dat de wereld bestaat om het gebed van de Christenen." Men zegt in die tijd ronduit, dat de Christenen de wereld bijeen houden, en men noemt zich het „derde geslacht", dat is het geslacht dat anders is dan het joodse en anders dan het griekse, want het geestelijk geslachtsregister mag opgevoerd worden tot Jezus Christus. Deze vaste overtuiging was de grote drijfkracht van de zendingsarbeid. Die zendingsarbeid had de bedoeling niet een nieuwe kuituur te brengen. Daar werd niet eens aan gedacht. Plet was ook niet nodig, want in de verschillende landen van het romeinse Rijk was dezelfde kuituur: de brengers van de Blijde Boodschap en de ontvangers van het evangelie woonden in dezelfde wereld. Er was ook geen politiek tintje aan dit zendingswerk te bespeuren. Het zendingswerk had zijn eigen vaart en verliep langs zijn eigen lijn, zonder de minste bijbedoeling.
Als gevolg van de liefde tot God moest ook het werk der barmhartigheid baan breken. Dat was er onafscheidelijk aan verbonden. Vandaar dat de oude Kerk zorg droeg voor zieken en armen, waarvoor hospitalen werden ingericht; voor vreemdelingen werden gasthuizen gebouwd. Maar ook dit alles was niet om cle heidenen te lokken tot het christendom, maar het was een natuurlijk gevolg van het geloof, dat door de liefde werkt. Onopzettelijk maakte die liefdadigheid grote indruk op de heidenen. Julianus de Afvallige was jaloers op die christelijke barmhartigheid.
In de Middeleeuwen verandert dat spontane zending-bedrijven van de oude Kerk wel iets. De volken, die behoren tot het beschaafde romeinse Rijk, komen in aanraking met de ruwe stammen rondom, en nu voelen die volken zich geroepen die achtergebleven gebieden tot beschaving te brengen. Als zendeling Augustinus op last van Gregorius de Grote naar de Britten wordt gezonden, gaat hij met zijn helpers naar de koning van Kent. Plechtig zingen ze voor de vorst en spreken ze eerbiedig hun gebeden uit om indruk te maken. Hij komt dus niet rechtstreeks met het Woord, maar wil vooreerst dat heidense volk onder de indruk brengen van de vergevorderde kuituur in hun wereldrijk. En waar de zending vaste voet krijgt, worden kloosters gebouwd om van
daaruit de zegen van de beschaving te brengen. Men is dus niet tevreden met de eenvoudige evangelieprediking, maar men wil een gehele volksvernieuwing. Het totale leven moet veranderd worden.
In deze tijd wordt de zending door machtige vorsten gesteund. De frankische vorsten beschermen de zendelingen en willen desnoods het evangelie brengen met het zwaard. Karei de Groote onderwerpt de Friezen en Saksen en dwingt deze volken met wapengeweld het christendom aan te nemen. Bij hem heeft de zending dus een politieke achtergrond.
De Heere Jezus heeft gezegd dat het niet door kracht, noch door geweld, maar door de Geest des Heeren zal geschieden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 augustus 1962
Daniel | 8 Pagina's