JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Wij en de techniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wij en de techniek

4 minuten leestijd

9.

Natuur en techniek

In veel boeken wordt de techniek veroordeeld, omdat zij de eigen aard van het geschapene zou aantasten. Het grappige is overigens, dat dergelijke boeken zonder de techniek niet zouden kunnen verschijnen!

Hier volgt dan een voorbeeld:

„De techniek doet eigenlijk niets anders dan het levende bestaan omzetten in een dode en dodelijke gelijkvormigheid. De wereld wordt door de techniek ontzield. De lucht wordt dagelijks door rookwalm en machinegassen verpest. Het water der rivieren wordt door de fabrieken vervuild. De akker wordt door de kunstmest hoe langer hoe meer tot een laboratorium gemaakt. De gehele wereld is voor de techniek een levenloos geheel, namelijk öf „materiaal" öf energiebron, welke zoveel mogelijk uitgebuit worden" 1 ).

In onze tijd zijn er velen, die walgen van de techniek. Ze verlangen terug naar de „zalige ongerepte natuur", naar „moeder aarde".

De mens heeft echter van Godswege de opdracht om „moeder aarde" te onderwerpen, om de woeste natuur te beheersen en om te vormen tot kuituur.

Dit betekent evenwel niet: „doe maar met de natuur wat je wilt!"

Adam moest de hof van Eden bebouwen én bewaren. Hij mocht van alle bomen eten, behalve van de boom der kennis des goeds en des kwaads. God stelde m.a.w. aan het bebouwen en bewaren een bepaalde grens.

En dit is nog zo! We zullen de eigen aard van het geschapene niet straffeloos kunnen verwaarlozen. Een rechtgeaarde boer zet dan ook geen varken voor de ploeg, geen paard voor de poppewagen van z'n kinderen. Evenmin bespuit hij het korenveld met blauwzuur. Toch treffen we nu nog maar weinig dingen in de natuur aan, die precies zo door God geschapen zijn. Wat we zien als „natuur", is grotendeels door mensenhanden bewerkt. Mensenhanden hebben verschillende diersoorten en plantensoorten gekruist, bomen geplant, parken aangelegd, enz. Zonder Gods onderhoudende zorg, zou dit alles onherroepelijk mislukken.

Natuur en lofprijzing

Wij zien de natuur doorgaans als leverancier van voedsel, grondstoffen en enerige. De natuur is voor ons iets, dat bewerkbaar is.

We mogen getroffen worden door de schoonheid van een ondergaande zon, al spoedig denken velen: „Zou die zonnewarmte in de toekomst de steenkool niet kunnen gaan vervangen? " Wij benaderen de natuur anders dan de mens in de middeleeuwen.

In de vroege middeleeuwen bevond de hemel zich — voor het besef der mensen — in de lucht en de hel onder de grond; vulkanen waren de kaken der hel. 2 ).

Ook de astronaut Gagarin had zo'n onjuiste voorstelling (wereldbeeld). Want toen hij slechts enkele honderden kilometers van de aarde verwijderd was, meende hij te moeten beweren: „ik ben god niet tegengekomen, dus hij bestaat ook niet".

Had Gagarin tijdens z'n ruimtevaart deze „god" wel ontmoet, dan zou deze niet de God der Schriften geweest zijn. Want Hij bewoont een ontoegankelijk licht én „welke geen mens gezien heeft, noch zien kan" (1 Tim. 6 : 16).

Hoe het ook zij, wij zien de vulkanen nu als natuurgegevens, die we met alle krachten moeten bedwingen. In hun omgeving bouwen we fabrieken, die bepaalde vulkanische produkten verwerken.

Maar doordat wij de natuur dus min of meer technisch benaderen, is er het gevaar dat bepaalde belangrijke Schriftgegevens in ons leven alleen nog een „stichtelijke" waarde hebben. Een voorbeeld?

Wel, in Psalm 96 roept de dichter: „Dat het veld huppele van vreugde met al wat er in is, dat dan al de bomen des wouds juichen".

Wij, nuchtere westerlingen, denken dan misschien: „het veld kan niet huppelen en bomen kunnen niet juichen".

Toch roept de dichter de hele Schepping op om haar Schepper te prijzen. Hij ziet de natuur hier dus niet alleen als iets, dat bewerkbaar is.

Nee, de gehele natuur krijgt een belangrijke plaats in de lofprijzing van de HEERE onze God!


1 ) dr F. de Graaf f: „Het Europese Nihilisme" 1956 p. 118, 119;

2 ) A. N. Whitehead: „De natuurwetenschap in de moderne wereld" 1959 p. 187.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1962

Daniel | 8 Pagina's

Wij en de techniek

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1962

Daniel | 8 Pagina's