Toerisme
Wij leefden rustig in besloten kring, Wij ploegden, zaaiden, oogstten onze vruchten, Wij zagen uit, of uit de grauwe luchten gewenste regen 't veld besproeien ging.
En rondom 't eiland als een reuzen ring beschutten duinen dorpen en gehuchten; de zee, die immer zong, was niet te duchten: zij had de wal gelegd, die 't land omving.
Nu is de rust door vreemden wreed verstoord! Wie wees hun toch de wegen naar ons oord, waar voorgeslachten naarstig 't land Ontgonnen?
Zij zetten tenten in ons duinenland, en leven in ons bos en op ons strand, en liggen lui in onze zon te zonnen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1962
Daniel | 8 Pagina's