Voor onze militairen
DE NAVO
(Slot)
In de voorgaande artikelen over dit onderwerp heb ik in grote trekken iets verteld over de reden en het doel van de oprichting, over de organisatie en het beleid van de NAVO.
We hebben gezien dat er voldoende redenen waren die een oprichting van een dergelijk verbond billijkten.
De Sovjet-Russische propaganda was en is er nog steeds op gericht de niet-communistische wereld, in verwarring en angst, de overtuiging bij te brengen dat de opmars van het communisme die van de geschiedenis is en dat het zinloos is is zich daartegen te verzetten.
Wanneer we daarbij dan ook nog bijna dagelijks kunnen lezen dat ons nog altijd een groot gevaar bedreigt, n.1. dat van Sovjet-communistische werelddictatuur, dan zijn we geneigd gelukkig te zijn met een verdrag als dit. De samengaande landen zeggen immers „samen sterk te zijn" en te zullen strijden tegen agressie en dictatuur en te waken voor de vrede en welvaart. De NAVO zegt in zijn verdrag duidelijk slechts één doel te hebben en wel dit „de bescherming van onze wereld tegen oorlog en terreur - de verdediging van Uw vrede en vrijheid."
Nemen we nu dit alles in aanmerking, dan voelen wij ons tamelijk veilig en vinden het helemaal niet erg dat we
ons, omdat we NAVO-lid zijn, vele offers moeten getroosten om bij te dragen aan het formeren van de NAVO-strijdkrachten.
Wanneer we de gehele geschiedenis en voorgeschiedenis van de NAVO gelezen hebben dan zijn er twee hoofdzaken die duidelijk opvallen n.1.:
le de angst en de bedreiging van de vrij wereld voor en door het communisme;
2e te trachten zich te wapenen tegen die angst en bedreiging door gebruik te maken van allen ten dienste staande middelen.
De vraag die hierbij dan onmiddellijk naar voren komt en die ik dan ook kreeg, is deze: „Is het NAVO-lidmaatschap geoorloofd? " De vragensteller bedoelt of een zgn. christelijke natie als Nederland, dit lidmaatschap kan aanvaarden.
Voor het geven van een antwoord op deze vraag zullen we moeten lezen wat Gods Woord ons leert.
Wanneer we in de Bijbel lezen over de verschillende leiders, richters en koningen van Israël dan zien we dat in die tijden vele en verschrikkelijke oorlogen zijn gevoerd, vaak tegen overmachtige vijanden. Wat daarbij dan altijd opvalt is, dat de Godvrezenden onder hen zich niet afvragen wie van de buurlanden hun kon helpen in de oorlog of met wie zij een verbond konden sluiten als er oorlog dreigde. Juist het tegendeel was het geval.
We lezen dat zij in afhankelijkheid van de Heere ten strijde trokken „Zullen wij optrekken Heere? Wees Gij ons dan ten hulpe". God antwoordde dan dat zij zouden gaan en dat Hij de vijanden in hun hand zou geven.
Ook in de vaderlandse geschiedenis vinden we van die afhankelijkheid voorbeelden. We behoeven maar te denken aan Willem van Oranje toen hij verklaarde met de Potentaat der potentaten een verbond te hebben gemaakt en alleen daarom de strijd aandurfde.
Zien we dan naar de NAVO, in welker gelederen niet naar God gevraagd wordt, maar waarin alleen de hoop en de verwachting is gesteld op de kracht van de mens, dan zouden we mogen wensen daarvan geen lid te zijn. Ik moet denken aan hetgeen we daarvan lezen in Psalm 73, „Want zie, die verre van U zijn zullen vergaan. Gij roeit uit al wie van U afhoereert."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1962
Daniel | 8 Pagina's