JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het Evangelie verandert niet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Evangelie verandert niet

6 minuten leestijd

(II).

De mens zondigde kort nadat hij geschapen was. De ziel die geschapen was naar het heilige beeld van God verloor dat beeld. Het gehele menselijke geslacht deelde in dit verlies. De ziel komt nu in de wereld met het stempel van de zonde op al haar vermogens en onder het mishagen en de vloek van God haar Schepper. Diezelfde God echter zond Zijn geliefde Zoon naar de rijkdom van Zijn genade in de wereld, opdat Hij zou lijden en sterven in de plaats van een ontelbaar aantal zondaren van ons geslacht en een eeuwige verlossing en eeuwig leven voor hen verkrijgen. De daardoor verworven zegeningen van za-

Abraham; het is altijd weer: „Door het geloof".

Als wij bedenken, dat het geloof een gave Gods is, gewrocht door de Heilige Geest, dan wordt alle menselijke roem bij de wortel afgesneden.

Luther noemt het geloof een Goddelijke kracht in onze wil en een Goddelijk licht in ons verstand. De Heere verheerlijkt Zich in het zwakke, dat Hij begiftigt met een wereldoverwinnend geloof. Daarom valt alle menselijke roem weg en mag de Kerk zingen:

Gij toch, Gij zijt hun roem, de kracht van hunne kracht.

Wanneer twee volkeren met elkander strijden, dan kan men spreken van een overwinning na de strijd, maar in de geestelijke worsteling mogen de kinderen Gods midden in de strijd al roemen van de overwinning. Paulus, staande op de rots van het geloofsvertrouwen, horen wij in Romeinen 8 roemen: „In dit alles zijn wij méér dan overwinnaars!"

Wij leven in een zeer ernstige tijd. Als we letten op de macht van het communisme en op de invloed van Rome, dan zouden we de moed welhaast opgeven en zeggen: „Wat moet er van Gods Kerk terecht komen? " Maar als wij zien hoe God door Zijn Geest in het hart van Zijn Volk het ware geloof werkt en hoe dat geloof een wereldoverwinnend karakter draagt, dan kunnen wij met Johannes instemmen: „Dit is de overwinning, die de wereld overwint, n.1. ons geloof." ligheid worden ons in het Evangelie aangeboden opdat wij ze zullen aannemen. „Die in de Zoon gelooft heeft het eeuwige leven, maar die de Zoon niet gelooft zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem" (Eng. vert). Het geloof is de gave van God en Zijn gebod is: „Bid en het zal u gegeven worden". Al de zegeningen van het Evangelie zijn vandaag aan de dag evenzeer als ooit tevoren voor zondaars nodig, ongeacht in welke mate er vorderingen op het gebied der opvoeding gemaakt zijn. De geleerdste wijsgeer, de meest begaafde letterkundige, de scherpzinnigste geleerde, de eigenmachtigste staatsman en de welsprekendste geestelijke, allen moeten hetzelfde Evangelie van redding in hun ziel kennen, als het armste, zwakste en dwaaste schepsel van het menselijk geslacht. Saulus van Tarsen was een man van een smetteloos zedelijk gedrag, bijzondere verstandelijke vermogens, een grote geleerdheid en een buitengewone ijver in de godsdienst. Toch was hij, totdat de Heere hem op de weg naar Damascus tegenkwam, zowel dood in zonden als een groot vijand van Christus als de meest ongeletterde en bekrompenste Jood. Het was nodig voor hem dat het onveranderlijk Evangelie met levendige kracht tot zijn ziel gesproken werd. Dit verkreeg hij door Gods genade tot heil van zichzelf en dat van velen in alle eeuwen.

Velen in onze tijd menen dat als iemand maar geleerdheid, verstandelijke bekwaamheid en een zedelijk goed gedrag heeft, hij dan niets meer voor zijn zaligheid behoeft. Geen grotere ontgoocheling dan deze kon het mensenhart, hoe ontwikkeld ook, bereid zijn. Een elk moet het Evangelie in zijn kracht kennen, zal hij gered worden. Wat voor verscheidenheid van verstandelijke capaciteiten en uitwendige voordelen er ook mag zijn onder de mensen, de ziel met haar wezenlijke, zedelijke en geestelijke behoeften is in allen dezelfde.

Het Evangelie verandert niet, omdat de hemel en de hel onveranderlijk zijn. De hemel van nu is zowel een heilis: oord alsook gesloten voor godloochenaars, ongelovigen, loochenaars van de Drie-eenheid en wettischen als ooit tevoren. „Zonder heiligheid zal geen mens de Heere zien" (Eng. vert.). Niet weinigen beelden zich in, dat, omdat vele predikanten alle en allerlei mensen, wat ze ook geloven, of hoe ze ook leven, in de hemel praten, daarom de toegangspoort nu veel wijder is dan gewoonlijk. Dit is zelfbedrog. De Allerhoogste toch zal het openbaar maken voor een verzamelde wereldmenigte, dat Hij de ongelovigen en al degenen die vervreemd van God leven, in de hel zal sturen. Velen proberen in de dwaasheid en blindheid van hun hart te loochenen dat er zo'n plaats als de hel bestaat. Zij zien het geloof daarin aan voor een zuiver overblijfsel van barbaarsheid. Doch de hel is nog steeds dezelfde onveranderlijke plaats van nooit-eindigende rampzaligheid zoals ze was in het verleden. De Evangeliepredikers spraken er in verleden tijden veel over, omdat ze de zielen der mensen lief hadden en wensten dat ze zouden ontkomen aan de droevige rampzaligheid waaraan zij waren blootgesteld. Van de kansels van deze eeuw wordt echter weinig of niets gezegd over dit onderwerp en toch is het grootste deel der kerkgangers op de brede weg die naar het verderf leidt. Want de Bijbel zegt ons, dat „tenzij iemand wedergeboren is, hij het Koninkrijk van God niet zien kan". Er zijn weinig of geen blijken van deze geboorte te bespeuren bij het grootste aantal mensen dat heden ten dage de kerk in Schotland en Engeland bezoekt. Wij spreken niet over de uitzonderings-oorden waar enigen van het volk des Heeren samenkomen voor het behoud van de waarheid en waar soms een flink aantal gemeenten de Heere waarlijk vreest. Het is het onveranderlijk Evangelie dat wij nu nodig hebben zowel als in het verleden, willen wij de hel ontgaan en de eeuwigdurende gelukzaligheid van de hemel binnengaan.

Ten slotte, wij merken op dat de hedendaagse roep om een nieuw Evangelie een teken is van de heersende duisternis der eeuw wat betreft geestelijke en eeuwige werkelijkheden. Er is veel verstandelijke verlichting, maar dat helpt niets voor de eeuwigheid. Indien het licht clat in ons is duisternis is, hoe groot is dan die duisternis! Moge de Heere geven dat onze lezers(lezeressen) vast zullen houden aan het verse, altijd nieuwe en onveranderlijke Evangelie van Jezus Christus, Die God is over allen, gezegend in eeuwigheid!


Het bovenstaande is de Nederlandse vertaling van het openings-artikel van „The Free Presbyterian Magazine" (1899), door wijlen ds. James S. Sinclair.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1962

Daniel | 8 Pagina's

Het Evangelie verandert niet

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1962

Daniel | 8 Pagina's