Morele Herbewapening.
Over dit onderwerp treft men van tijd tot tijd grote advertenties aan in dagbladen, advertenties, die dikwijls een hele pagina omvatten en die er nogal aanlokkelijk uitzien. Het leek ons daarom goed, dit onderwerp in „Daniël" in diskussie te brengen met de hoop, dat er weer veel reakties binnen komen. Schrijf in de linkerbovenhoek van de enveloppe „Diskussiehoek" en stuur uw brief aan de heer H. Hoogendoorn, Ridder van Catsweg 244a te Gouda.
De Morele Herbewapening is eigenlijk een voortzetting van de Oxfordbeweging, die in de jaren na de tweede wereldoorlog in het leven werd geroepen door Frank Buchman.
De Morele Herbewapening, voortaan afgekort M.H. wil een van God geïnspireerde ideologie zijn tegenover de ideologieën dezer wereld, (ideologie is: beginselen van een stelsel). Uitgangspunt daarbij zijn de bekende morele maatstaven van absolute eerlijkheid, absolute reinheid, absolute zelfverloochening en absolute liefde.
Achterdocht, vrees en haat zijn volgens de M.H. de allesoverheersende motieven geworden, die de verhoudingen vooral in politiek opzicht in onze wereld beheersen. Miljoenen mensen hebben het leven en het welzijn te danken aan het bloed en de rijkdommen, die Amerika onzelfzuchtig heeft gegeven. Maar Amerika heeft meer te geven, n.l. deze nieuwe ideologie, volgens welke Gods Geest de geest des mensen volkomen toereikende berichten geeft, waarnaar hij slechts heeft te luisteren en die hij slechts heeft op te volgen om niet alleen mensen, maar ook volkeren te kunnen veranderen. Dan zal eerst de afstand tussen de verschillende kerken en sekten binnen het Protestantisme verdwijnen; dan die tussen Protestantisme en Katholicisme en dan tenslotte ook die tussen volken en rassen. Nieuwe levens geven nieuwe gezinnen, een nieuwe maatschappij, een nieuwe kerk, een nieuwe staat, een nieuwe samenleving der volken. Zij vormen de Christelijke Internationale der toekomst.
De M.H. is zeer terecht bewogen omtrent de vele geestelijke en zedelijke noden van onze samenleving zowel op sociaal-economisch als op internationaal politiek terrein. Zij heeft blijkbaar begrepen, dat allerlei spanningen en conflicten, die zich daar voordoen en allerlei misstanden, die daar gevonden worden, uiteindelijk teruggaan op morele en religieuze tekorten in het leven van de mensen en ook van hen, die zich christenen noemen, maar die in de praktijk, vooral in het leven der samenleving, de moed missen om uit hun geloof de vereiste consequenties te trekken. En het mag ook als een verdienste van de mannen en vrouwen van de M.H. genoemd worden, dat zij alle nadruk leggen op de betekenis van de persoonlijke verantwoordelijkheid, die wij als mensen voor elkaar en voor het leven der samenleving dragen.
De vraag is echter maar, in hoever deze beweging, als zij zich voor haar optreden steeds op het Evangelie van Jezus Christus beroept, aan dat Evangelie ook recht laat wedervaren. Men maakt van het Evangelie een ideologie, wat steeds op een ongeoorloofde humanisering van Christu ; s' boodschap moet neerkomen. Verder is de mensbeschouwing van de M.H. veel te optimistisch. Voor de diepe religieuze wortel van de misère onzer maatschappij, de zonde als opstand tegen God, heeft zij veel te weinig begrip. De „zonde", voor zover zij daarvan spreekt, is hier al te veel moralistisch vervlakt en bovendien ook veel te veel als een persoonlijke foutieve levensinstelling gezien. Dat deze zonde ook in allerlei grotere levensverbanden, zoals economische, politieke, cultuerele, zich objectiveert, ontgaat haar ten enenmale. Daarmee hangt samen, dat ook van de zin van de genade Gods in Christus geopenbaard, als enige mogelijkheid van redding van enkeling en samenleving, weinig wordt verstaan. De boodschap van Jezus Christus wordt tot enige morele regels en voorschriften gereduceerd. Aan een ernstig gemis van Bijbels realisme ontkomt de M.H. niet. De kernboodschap van het Evangelie, de verzoening door het bloed van Christus, de rechtvaardiging van de zondaar, alleen uit genade, wordt bij haar gemist, net als bij de Oxfordbeweging.
De kwalen, zowel van kerk als wereld, zijn te ernstig dan dat de therapie van de M.H. ons genezen kan.
In onze kritiek op en afwijzing van de M.H. zullen wij echter alleen sterk staan, wanneer de woorden uit Johannes 15 door genade de onze mogen zijn geworden: „Ik ben de Wijnstok en gij de ranken; die in Mij blijft en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen."
Tot zover enkele opmerkingen over de M.H. Het woord is thans aan de lezeres). Uw reakties worden gaarne ingewacht door
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1962
Daniel | 8 Pagina's