Wij en de techniek
8.
Techniek en ontkerstening
In het vorige artikel zagen we dat onze samenleving ontkerstent. Mede door de opmars van wetenschap en techniek houdt veel schijn-godsdienstigheid geen stand. De r.k. socioloog Kwant schrijft:
„Landbouw en veeteelt worden in steeds toenemende mate geleid door de landbouwwetenschappen. Het economische leven wordt voorgelicht door de economische wetenschappen. Bij de uitbouw van zijn maatschappij laat de mens zich leiden door sociale wetenschappen, die steeds toenemen in diepte en aantal.
De moderne mens neemt zelf de macht in handen waar de mens van vroeger bad. Waar de vroegere mens bad: „van bliksem en onweer, verlos ons Heer", beschermt de mens van vandaag zich met bliksemafleiders. De vroegere mens zag in de telkens terugkerende hongersnood een gesel Gods en hij ging bidden; wij zoeken de oorzaak in fouten van onze economie en nemen maatregelen.
Op vele punten grijpen wij in waar de mens van vroeger zich tot de hemel wendde. De vele heiligen, die werden ingeroepen bij bepaalde ziekten, hebben het veld moeten ruimen voor specialisten op aarde" 1 ).
De vraag rijst of we alle technische voorzieningen niet beter kunnen opruimen, opdat er weer plaats kome voor God.
Marx heeft eens gezegd: „als armoede, nood en ellende verdwenen zijn, dan zal de godsdienst vanzelf verdwijnen". Met andere woorden: godsdienst bestaat bij de gratie van slechte levensomstandigheden.
De Bijbel is echter oneindig radikaler, als ze zegt dat niemand God zoekt (Ps. 14 : 2, 3). Wij bestaan het om ons leven op te bouwen zonder Hem. Wij hebben de enorme brutaliteit om Hem te reserveren voor de „noodgevallen" (ziekte, dood enz.). Hoe minder noodgevallen, hoe minder behoefte aan God.
Deze goddeloze levenshouding is geen gevolg van de technische voorzieningen. Die moeten niet veranderen. Nee, wij moeten veranderen! Wij moeten leren buigen voor Hem, Die de Koning is van ons leven. Niet de levensomstandigheden, maar ons hart, onze levensinstelling moet allereerst veranderd worden. De moderne mens ziet zichzelf dwalen over een zwarte aardkorst, onder een donkere hemel. Hij voelt zich daar geworpen, maar hij weigert neer te knielen, hij is te trots om beschutting en veiligheid te zoeken. Hij is te nuchter om zich nog illusies te maken. Hij is te voornaam om in wanhoop onder te gaan.
Frank Matzke schreef in 1930: „wij geloven niet aan een God; niet omdat we nergens meer in geloofden — wij geloven nog in vele dingen. Ook niet, omdat de wetenschap ons van het tegendeel zou overtuigd hebben. Wij geloven daarom niet in Hem, omdat niets ons ertoe dringt, omdat ons bestaan niet van Hem spreekt" 2 ).
Op grond van de eigen ervaring gaat de moderne mens uitmaken of hij al dan niet in God zal geloven. Zit deze hoogmoed niet in ons aller bloed? Maar al zoeken wij God niet, Hij zoekt ons wél en roept: „komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven".
Techniek en macht
Mede door de techniek zijn de vreemdheid en de vijandigheid van de natuur voor ons verborgen. Wij hebben de woestenij bedwongen, de natuur getemd. Deze macht hebben we van God ontvangen. We hebben echter geen macht over onze macht. Als onze macht over de natuur (evenals b.v. de ouderlijke macht) niet een dienende macht is, dan krijgt het samenleven helse trekken. Het moderne koncentratiekamp is hiervan een berucht voorbeeld.
Onze macht moet getemperd en beheerst worden door de liefde tot God en onze naaste. Zoals de Al-machtige Zoon des mensen als Hogepriester de vuile voeten van Zijn discipelen gewassen heeft, moeten wij door Zijn genade de vuile voeten van onze naasten wassen.
Nu wij door middel van wetenschap en techniek de natuur steeds meer gaan beheersen, is liefdevolle zelfbeheersing even noodzakelijk. Als de menselijke zelfbeheersing wegvalt, dan schieten de woekerende en wurgende gewassen der wildernis weer op. Dan staat de mens opnieuw voor de chaos, nu door hem zelf geschapen 3 ).
Met al zijn macht is hij dan een mach-
teloze stumper. Denk aan de ontwapeningskonferenties! Ook in deze tijd zijn de problemen van de techniek in diepste zin: problemen van de mens.
De voortschrijdende techniek roept om de bekering van elke mens!
„De ontmoeting van wetenschap en arbeid" 1953 blz. 61;
2 ) „Jugend bekennt: so sind wir!" 1930 blz. 119;
3 ) Romano Guardini: „De gestalte der toekomst" 1962 blz. 67.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juni 1962
Daniel | 8 Pagina's