Gesprek met onze lezeressen.
Van een bezoekster van onze Landdag kreeg ik een schrijven over de indrukken, die zij deze dag gekregen had. Graag wil ik deze onder uw aandacht brengen en ik hoop, dat er velen zullen zijn, die onze dag op deze of soortgelijke manier hebben beleefd.
De jaarvergadering van het L.V. van Meisjes-en Vrouwenverenigingen ligt weer een paar weken achter ons. Als het de bezoeksters gegaan is als ondergetekende, dan zijn we tot de slotsom gekomen van een mooie en geslaagde dag. Het ligt niet in mijn bedoeling u een verslag te geven van de vergadering. Dit deed onze zeer gewaardeerde verslaggever van ons L.V. reeds in ons blad „Daniël". Maar enkele flitsen komen zo voor mijn aandacht.
Traditie getrouw hebben we als uit een mond onze aanhankelijkheid aan ons Koninklijk Huis bezongen in het Wilhelmus. De bezettingsjaren komen dan weer voor je aandacht, waarin we veel ellende gezien en meegemaakt hebben. Dan doet zo'n samenzang je wat; je voelt je tekort aan dankbaarheid jegens den Heere, Die ons de vrijheid weer gaf. Zie je rondom je, dan komt de vraag wel eens in je op: „Hoelang zullen we ons Wilhelmus nog mogen zingen in een vrij land? " Wat is God in dat opzicht ook nog goed over ons; en met het hart moest ik het beamen:
„Dat ik doch vroom mag blijven, Uw dienaar 't allen stond. De tyrannie verdrijven, Die mij het hart doorwondt."
Toch vond ik deze dag meer dan mooi en geslaagd. Meer dan ooit heb ik door middel van het leerzame referaat, dat onze geachte voorzitter, ds. Rijksen voordroeg, gevoeld de ernst van onze persoonlijke houding tot de dingen van Gods Koninkrijk. Hoe goed is het weer tot me doorgedrongen, dat ik, ondanks de geweldige voorrechten van op de verbondsakker te mogen leven, niets kan, maar ook niets heb, dat waarde voor God heeft. Hoe ernstig zijn we er op gewezen, persoonlijk te moeten leren kennen, de heilsgeheimen van het Verbond. Persoonlijk de Ruth's keuze te leren doen. We hebben niet gehoord, dat het wel goed met ons was, integendeel, het vermanen en heenwijzen naar onze Verbonds-God, Die van ons vraagt ons gehele hart, werd sterk geaccentueerd. Toen we Psalm 118 : 1 moesten zingen, heb ik een paar regels gezwegen en kwam onder de indruk van dat machtig gezang, waarin Gods goedheid werd bezongen. Na alles wat we gehoord hadden, welde de bede in mij op: eere leer mij dit door genade met het hart zingen.
Als zo'n gemeenschappelijk loflied al zo mooi hier kan klinken, wat moet het dan straks wel niet zijn, als de verloste kerk eenmaal daarboven het „door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen", zal mogen zingen volmaakt en zonder zonde.
Het zijn persoonlijke flitsen en ik kan alleen maar zeggen, dat ik blij ben geweest deze dag, samen met de verenigingen, heb mogen beleven. Van harte hoop ik, dat vele verenigingen zich nog zullen aansluiten om zo'n dag mee te beleven. Ze zullen dan zelf tot de conclusie komen, dat ze niet alleen mooi en gezellig zijn, maar ook zeer leerzaam.
Een bezoekster. Een lid van de Vrouwenvereniging uit Tricht, deed ons genieten van onderstaand gedicht. Graag wil ik het in „Daniël" opnemen, opdat zij, die het reeds gehoord hebben, het eens rustig over kunnen lezen en zij, die de vergadering niet bezochten, iets kunnen voelen van wat er heerst op onze Landdagen.
Zendingsklanken
Daar sinds kort het werk der zending Daadwerkelijk, niet meer belet, Is op de schouders der Deputaten Dit gewichtvol werk thans neergezet.
De Heere schenke daartoe krachten, Dat Hij het met Zijn zegen kroon' Verschaf hun de zo nood'ge midd'len Bovenal gebeden aan Zijn troon.
De Grote Zender in de hemel Bewaar het hooggeachte zendingsteam Die nu hun arbeid gaan verrichten In de vallei, genaamd Baliem.
De bloedrode vaan van „Vrije genade" Ontrold door 't Evangeliewoord Moge geplant en fier ontplooien Daar, waar het nimmer werd gehoord.
Ook in hun persoonlijk leven Vol van gevaren, van uur tot uur Zij Hij hun een sterke vesting En, naar Zijn belofte, een vurige muur.
Het schone werk, inwendige zending, Ook onder de jeugd via de school. Moedig voorwaarts, het oog naar boven Dat zij en blijf steeds het parool.
Gaarne dragen wij een steentje Bij, aan dit zo schoon gebouw Door de baten van de arbeid Ener oorspronk'lijk zwakke vrouw.
Geachte ouders van ons geliefd zendingstean. Vol zorg, om uw zeer dierbaar kroost, De kracht Zijns Woords en Zijn beloften Sterk' u meer dan ooit een moeder troost.
Bedenk, dat Nieuw Guinea's stranden, Ja, het heelal staat onder Zijn gebied. Wat Zijne liefde wil bewerken, Ontzegt Hem Zijn vermogen niet.
Dit lid van Tryfena heeft het ons niet alleen doen beluisteren, maar de liefde tot hen, die in dat verre heidenland hun moeitevolle zendingsarbeid zijn begonnen, heeft haar dichtader geopend en zij heeft neergeschreven, wat in haar hart leefde.
Laat zij een voorbeeld voor ons allen zijn, opdat wij ook — al is het nog zo eenvoudig — onze gedachten eens op papier zetten. Het kan voor u zelf en voor anderen tot rijke zegen zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juni 1962
Daniel | 8 Pagina's