JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Wij en de techniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wij en de techniek

4 minuten leestijd

Een ontkerstenende samenleving

In het vorige artikel zagen we, dat de Renaissance en de Reformatie de inzet vormden van de saecularisatie van het openbare leven. Het ene na het andere levensgebied werd onttrokken aan de voogdij der r.k. kerk; bijvoorbeeld: wetenschap, politiek, kunst, enz.

De Renaissance bekrachtigde een toestand, waarin velen reeds niet langer de Schrift maar de persoonlijke vrijheid als enige norm hanteerden. Deze „velen" zijn aangegroeid tot een machtige golfstroom, die zich uitstortte over de velden der westerse kuituur. Het Christendom heeft in de loop van de tijd de leiding verloren. Omdat het christelijk geloof niet sterk genoeg was. Omdat de christelijke leer niet een levende leer bleef, gevoed uit de bron zelf: het Evangelie !).

Het leven is voor een groot deel strikt goddeloos geworden. Dit wil zeggen, dat door de meerderheid der dragers van het politieke, maatschappelijke en kulturele gezag feitelijk niet mét God en op God in Christus wordt gerekend. En evenmin door de meerderheid van de massa, die dit gezag ondergaat, in tevredenheid of in verzet 2 ).

Honderdduizenden hebben sinds 1900 met kerk en godsdienst radikaal gebroken. Bij de laatste Statenverkiezingen sprak 46, 7% van alle kiezers zich uit voor een niet-konfessionele politiek!

In het huidige levensgevoel is er geen plaats voor God. Het kent geen haat in de uitgesproken zin van: met God worstelen en Hem verwerpen, bewust van zich afwerpen. Hij is overbodig, Hij valt buiten de gedachtenkring. Een onkerkelijk iemand zei me onlangs: „je doet aan godsdienst als je er behoefte aan hebt. De ene doet aan sport, een andere weer aan godsdienst. Dat hangt er van af waar je interesse ligt".

Men neemt de moeite niet meer om — zoals de Dageraadsbeweging vóór de 2e W.O. — met grote borden met het opschrift „God is het grootste kwaad" over straat te lopen.

In alle kerken zijn er talloos velen, die in hun dagelijkse leven tamelijk veel van dit levensgevoel in praktijk brengen. En laten we onszelf niet verkijken op de volle kerken. Want hoe gedraagt de luisterende Gemeente zichzelf door de week?

Wie heeft de schuld van de ontkerstening? Alléén de godloze mens van 1962 soms?

De Zwitserse theoloog Emil Brunner schrijft m.i. zeer terecht: „De grootste hindernis voor de werking van het Woord van Jezus Christus is het Christendom zelf' 3 ).

Het oordeel begint van het huis Gods! De kerken zitten vol met bewonderaars van Jezus Chrisus, maar hoevelen zijn er navolgers van Hem? Waar hoor u bij, lezer(es)?

De techniek in deze kuituur

Ook het gebruik van de techniek ondergaat de invloed van de ontkerstening. Terwijl er 's zondags via de ene radiozender een kerkdienst wordt uitgezonden, valt er via de andere radiozender tegelijkertijd een reportage van een voetbalwedstrijd te beluisteren.

Terwijl in het kerkgebouw via de luidsprekers weerklinkt „Gij zult niet doodslaan", wordt uit de luidsprekers in een nabijzijnde bioskoop het geluid van knallende pistolen gehoord en tekenen zich op het filmdoek flitsende messen af.

Het goede gebruik en het misbruik van de techniek liggen nu vlak naast elkaar. Wij zijn niet klaar met het hooghartig oordeel „die wereld ligt in het boze en gaat toch naar de ondergang". Dan zijn wij heel ver weg van Jeremia's noodkreet: „Met waterbeken stroomt mijn oog vanwege de breuk der dochter mijns volks. Mijn oog vliet en kan niet ophouden, omdat er geen rust is; totdat de HEERE van den hemel het aanschouwt en het ziet".

Het erge is, dat we aan de ontkerstening gewend geraakt zijn, We winden onszelf er niet over op. We kunnen er met droge ogen op schelden, er over zwijgen of, wat nog erger is, onszelf eraan aanpassen. We kunnen ons terugtrekken in het knusse „onder ons" van allerlei chr. verenigingen, om daar de laatste brokstukken van de „christelijke kuituur" te konserveren. En toch ondermijnen de ontkersteningsgolven de fundamenten van alle christelijke bolwerken".

Maar ook in 1962 geldt: De aarde is des HEEREN en al haar volheid, de wereld en die daarin wonen" (Ps. 24 : 1) Dit geldt evenzeer t.a.v. de techniek, We hebben hiervan te getuigen bij het toenemende misbruik van de techniek. Wie de techniek misbruikt, randt de eigendommen des HEEREN aan, pleegt diefstal!

De twee getuigen Gods worden door het beest gedood „en hun dode lichamen zullen liggen op de straat der grote stad" (Openb. 11 : 8). Met andere woorden: iet in een vergaderlokaal, maar midden op straat en midden in de grote stad.

De Gemeente van Christus zal nu en straks op deze twee getuigen lijken en dan Bruidsgemeente zijn of zij zal niet zijn! Denk, wat dit laatste betreft, aan de geschiedenis in Laodicea.


Zie in het vorige artikel: de verburgerlijking van de kerk;

2 ) Dr. C. J. Dippel: „Kerk en wereld in de crisis" 1947 blz. 17;

3 ) Emil Brunner: „Das Wort Gottes und der moderne Mensch" 1947 blz. 38.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juni 1962

Daniel | 8 Pagina's

Wij en de techniek

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juni 1962

Daniel | 8 Pagina's