Een bladzijde voor en van onze jeugd
EEN PRAATJE VOORAF.
Dit praatje is speciaal bestemd voor die jongens en meisjes, die meedoen aan het oplossen der vragen. In de achterliggende maanden heb ik 90 vragen gesteld en nu komen de laatste tien. Ik had eerst gedacht er meer te stellen, maar dat kan niet, anders zijn we niet klaar voor 12 juni. Jullie weten immers dat de prijzen uitgereikt worden op de landdag van de knapenverenigingen. Sommigen stuurden regelmatig al antwoorden op, zij sturen me nu dus de laatste antwoorden. Anderen hebben de antwoorden thuis bewaard, daar krijg ik nu dus de honderd antwoorden van. Ik hoop echt dat er nog vele brieven zullen binnenkomen. Het spreekt vanzelf, dat je alleen in aanmerking komt voor een boek als je alle vragen beantwoord hebt; dat wil natuurlijk niet zeggen dat je alle antwoorden ook moet hebben; je kunt misschien nog wel een boek gewonnen hebben met vijf fouten. Wel spreken we af dat er in een gezin slechts één boek gewonnen wordt. Ik moet alle antwoorden binnen hebben voor Hemelvaartsdag. Zorg er dus voor dat je op tijd bent. Maak het maar zo gauw mogelijk klaar, dan ben je in geen geval de laatste en dan nu
DE LAATSTE TIEN
91. Hoe is de toenaam van de apostel Thomas? 92. Van welke plaats kwam Kléopas? 93. Paulus klaagt in zijn brieven aan Timotheüs dat allen die in Azië zijn, hem verlaten hebben, behalve 94. Op welk gebergte was het Huis des Wouds van koning Salomo? 95. Men spreekt wel eens van een Jehu's 96. De naam van de vierde rivier die uit het paradijs liep? 97. Hoe heette de moeder van Bathséba? 98. Hoe heette de grootvader van Berechja, de zoon van Asa? (Zie Kron.) 99. Welke naam betekent: De Heere heeft ons ruimte gemaakt? (Gen.) 100. Van welke wijze schriftgeleerde had Paulus les gehad'
De beginletters van deze tien antwoorden vormen een die iets te maken heeft met de Hemelvaart. naam
VAN OVER ZEE.
Enige maanden geleden heb ik een opstel geplaatst van Anneke van den Hoek uit Canada. Dat weten jullie zeker nog wel. Ik heb haar toen gevraagd eens iets over de reis naar het nieuwe land te vertellen. Nu, dat heeft ze gedaan. Hier komt haar reisbeschrijving.
ONZE EMIGRATIEREIS
Op vrijdag 17 mei 1957 waren wij in Rotterdam om daar vandaan zee te kiezen met de Rijndam van de Holland Amerika Lijn. 's Middags om kwart over vier vertrokken we. De eerste dag voelden we ons erg vreemd aan boord omdat we nog nergens de weg wisten. De volgende dag ging dat al een stuk beter. We hebben die dag even stil gelegen in Le Havre en Southampton. Zondag 19 mei hebben we ook even stil gelegen in Ierland. Nu begon het oversteken van de Oceaan. De Oceaan lag zo glad als een spiegel. We wisten op de boot nu alles zo'n beetje te vinden, zoals de weg naar het dek, de eetzaal enz. Niet een van ons was er tot nu toe zeeziek geweest, maar op donderdag 23 mei stak er een storm op. Twaalf uur lang zaten we er midden in. Zeer veel mensen waren nu zeeziek. Wij waren met ons negenen en vijf waren er zeeziek. (Ik gelukkig niet.) De storm heeft ons een dag opgehouden. Zodoende kwamen wij zondags in Halifax aan en niet, zoals de rekening was, zaterdags. Zondagmorgen om 9 uur waren we in Halifax. Tot nu toe waren de klokken vier uur achteruitgezet. Om drie uur die dag begonnen we aan de treinreis. De volgende morgen om 11 uur waren we in Quebec (de hoofdstad van de provincie Quebec), om 3 uur in Montreal en om 7 uur in Ottawa, de hoofdstad van Canada. Tot nu toe reden we al maar door bergen en rotsen. Dit was een prachtig gezicht, vooral als je het voor het eerst zag. De volgende halte was Winnipeg (28 mei). Hier hebben we een nacht in een hotel geslapen. De volgende dag om negen uur vertrokken we hier vandaan en reisden naar Medecine Vat. Hier hebben we ook een nacht doorgebracht. Van hier gingen we naar Lethbridge (de dichtsbijzijnde stad voor ons). Met auto's werden we toen naar mijn oom gebracht. De rest van de dag zijn we bij oom gebleven en 's avonds bracht deze ons naar ons nieuwe huis. Hier wonen we nu nog.
Anneke van den Hoek — Diamond City — Alberta.
Dat is een hele reis geweest Anneke. Ik heb, toen ik je brief overschreef, mijn atlas opengelegd, zo kon ik je goed volgen en weet ik nu precies waar je zit. Je zou dus niet meer in Nederland willen wonen, maar wel eens om een hoekje kijken. Daar zal de eerste jaren nog wel niet veel van komen, daar is de reis te lang en te kostbaar voor. Wees maar zuinig, dan kun je later eens met vakantie komen en dan verwacht ik je op de thee hoor. Horen we nog eens iets van je. Zijn er onder de jonge „Daniël"-lezers misschien nog meer emigranten? Laten die dan ook eens schrijven! Nu krijgen we een onderwerp uit de Kerkgeschiedenis en wel
CALVIJNS BEKERING
In het gezin van Gérard Cauvin (Calvijn) te Noyon, een stad in Noord-Frankrijk, was de 10e juli 1509 een blijde dag. Op die dag werd de kleine Jean (Johannes) geboren. Vader Calvijn was een vooraanstaand man in zijn stad, een bekwaam advocaat. Hij was in staat zijn kinderen een goede opvoeding te geven. Maar vooral moeder Calvijn — Jeanne Lefranc — heeft veel invloed gehad op haar zoon. Hoewel zij nog geloof hechtte aan allerlei bijgelovige dingen van de Roomse kerk van die tijd, was zij toch een vrome vrouw. Zoals de Bijbel ons vertelt van Hanna, de moeder van Samuel, zo heeft zij ook haar zoon bestemd voor de dienst van de Heere. Johannes Calvijn was uiterlijk kalm en beheerst, maar innerlijk was hij ontstuimig, vurig en driftig. Heel zijn leven heeft hij daarmee te strijden gehad. God heeft hem toch willen gebruiken voor de reformatie van Zijn kerk. Vader Calvijn was bereid zijn zoon te doen opleiden tot priester. Op 12-jarige leeftijd kreeg Johannes een benoeming als kapelaan. Hij was natuurlijk nog te jong om het kapelaanswerk te verrichten, daarom nam een ander het van hem over. Johannes kon het salaris gebruiken voor zijn studie. Toen in 1523 de pest uitbrak in Noyon zond vader Calvijn zijn 14-jarige zoon naar Parijs, waar hij verder kon studeren. Hij bleek een ijverige en begaafde leerling te zijn. Hij leerde vlot het latijn. Onder leiding van een vrome leraar heeft hij ook de Bijbel leren kennen en verstaan. Evenals Mozes en Paulus heeft ook hij de wijsheid en de wetenschap van zijn tijd leren kennen. Hij werd daardoor voorbereid op zijn toekomstige taak. Eerst ging hij naar het College de la Marcke en later naar het College de Montaigu. Hij studeerde zo hard dat het er veel op ging lijken, dat hij weldra priester zou worden.
(vervolg op pag. 184)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 mei 1962
Daniel | 8 Pagina's