DE NAVO
II.
Uit het vorige artikel is gebleken dat 17 maart 1948 een belangrijke datum is in de geschiedenis van de NAVO. Op die dag werd immers door Engeland, Frankrijk en de Beneluxlanden de eerste stap gedaan naar de oprichting van NAVO.
De vijf landen hadden dus nu een verdrag waaruit bleek dat zij een geza-
menlijke defensie wilden voeren, doch de middelen waarover zij beschikken ter uitvoering van dit verdrag waren echter lang niet voldoende om, in een voorkomend geval, een doeltreffende verdediging te vormen. De militaire macht van de vijf landen, gesteld tegenover die van de Sovjet Unie, was niet erg hoopgevend. Zij zagen dan ook heel goed in dat een militair evenwicht tussen de beide partijen alleen zou kunnen worden hersteld wanneer alle vrije Europese landen, daarbij gesteund door de Verenigde Staten en Canada, in één verbond zouden willen samengaan.
Het meest was men geinteresseerd in Amerika, omdat alleen dit land, gezien zijn rijkdom en het bezit van het atomische wapen, het evenwicht zou kunnen herstellen.
Dat niet alleen de vijf landen van het Verdrag van Brussel, doch ook Amerika dit zelf heel goed inzag, blijkt uit de Amerikaanse belofte tegenover de ondertekenaars van het Brusselse verdrag. Op dezelfde dag n.1. beloofde Amerika de samengaande landen te helpen en bij te staan in hun verdediging.
In de vijf Europese landen vond men deze belofte prachtig, maar liever zagen zij een daadwerkelijk bondgenootschap. De situatie waarin Europa zich bevond ten opzichte van Rusland, maakt een bondgenootschap zeer noodzakelijk.
Amerika begreep dit duidelijk en op 11 juni 1948 aanvaardde de Senaat der Verenigde Staten, op voorstel van senator Fadenberg, een resolutie waarbij de regering machtiging ontving zich aan te sluiten bij alle wederzijdse verdedigingsovereenkomsten waardoor de veiligheid van de Verenigde Staten zon kunnen worden verhoogd.
Deze belangrijke beslissing, waarbij Amerika in de eerste plaats aan zichzelf dacht ('t hemd is nu eenmaal nader dan de rok), was de volgende stap op de weg tot de NAVO.
Vele besprekingen tussen de leden van het Verdrag van Brussel en de Verenigde Staten met Canada, volgden hierna. Later werden ook verschillende andere landen uitgenodigd aan deze besprekingen deel te nemen. Al dit praten leidde, op 4 april 1949, tot de oprichting van het „Noord Atlantisch Verdrag" De ondertekenaars, tevens leden van het verdrag waren, Frankrijk, Engeland, de Beneluxlanden, de Verenigde Staten, Canada, Italië, IJsland, Denemarken, Noorwegen en Portugal.
Het aantal van de vijf landen van 17 maart 1958 was dus uitgegroeid tot twaalf samengaande landen. Het verdrag werd van kracht op 24 augustus 1949. Het totaal aantal leden van de NAVO is nu 15, doordat in 1952 Griekenland en Turkije en in 1955 (5 mei) de Bondsrepubliek Duitsland toetraden.
Sinds 1952 zetelt de NAVO in een U-vormig, hypermodern, gebouw te Parijs (Bois de Boulogne).
De hoogste leiding van de NAVO is toegekend aan de „Noordatlantische Raad" (NAR), bestaande uit de „permanente vertegenwoordigers" van de 15 ledenlanden.
De secretaris-generaal (dus niet de president) van de NAVO is voorzitter van de NAR. Sinds 1961 wordt deze functie vervuld door Nederlands oud-minister van buitenlandse zaken, Mr. D. U. Stikker.
Tot zover, deze keer, de NAVO. In een volgend artikel hoop ik nog iets te vertellen over de inhoud van het verdrag en over de verschillende commissies en raden die de NAR bijstaan in het bestuur.
Militair.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1962
Daniel | 8 Pagina's