JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Wij en de techniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wij en de techniek

5 minuten leestijd

(3)

Zijn er geen schaduwzijden?

Lezer(es), misschien hebt 11 bij het lezen van de voorgaande artikelen gedacht: „nu, hij bekijkt alles nogal optimistisch. Zou hij geen oog hebben voor de schaduwzijden van de techniek? " Gelukkig behoeven we niet te kiezen tussen optimisme of pessimisme; de Schrift is ons enige richtsnoer.

In de komende artikelen hoop ik echter ook aan de donkere kanten van de techniek aandacht te schenken. In dit artikel beperk ik me tot de weergave van enkele achtergronden van een vaak voorkomende kritiek op wetenschap en techniek.

Tussen haakjes: u weet toch, dat wij met elkaar (via de administratie) van gedachten kunnen wisselen?

Het pessimistisch levensgevoel

Na 1900 wordt de boekenmarkt a.h.w. overstroomd met boeken, waarin een sombere ondergangsstemming welig tiert. We denken aan boeken van Spengler, Onveil, Gheorghiu, Couwenberg e.a. Deze literatuur is vaak vervuld van een grenzeloze afkeer van de eigen tijd. Men mijmert hierin over de middeleeuwen en over het oude Griekenland; kortom, over „de goede, oude tijd". Of... men mijmert helemaal niet en ziet een radikale ondergang opdoemen.

Men verheerlijkt het middeleeuwse denken en de middeleeuwse kunst; „toen was alles nog zo christelijk".

En als men van het Christendom niet veel moet hebben, dan denkt men niet terug aan de middeleeuwen. Nee, men zoekt dan zijn heil bij de antieke kuituur (Griekenland) met haar nuchtere rede.

Anderen (b.v. het kommunisme) vluchten in de toekomst. Die zal ons een heilstaat brengen. Men staat met afschuw tegenover de eigen tijd, tegenover de samenleving van 1962. Men doorboort deze met de pijlen der kritiek, men wacht op het ogenblik waarop hij daaraan zal gaan bezwijken.

Men gebruikt zijn scherpzinnigheid om (met grote nauwkeurigheid) het ruïneveld op te meten waarop wij ons zouden bevinden.

Al deze kritiek kenmerkt zich vaak door een vernietigingswellust.

Een héoordeling

Men vlucht uit het heden in het verleden of in de toekomst. Het HEDEN wordt op de achtergrond geschoven.

Juist in het heden vallen echter de grote beslissingen. Voor het „heden" zijn wij juist verantwoordelijk. De Schrift spreekt over „de dagen onzer jaren", „in het laatste der dagen", enz.

Ds. H. Goedhart schrijft m.i. zeer terecht:

het pessimisme van heden komt niet voort uit het geloof in het oordeel dat God over de cultuur uitspreekt om haar zonde, doch is een resultaat van de dreigende vernietiging van de mens met al zijn cultuurgoederen.

Het cultuurpessimisme is tenslotte een vorm van droefheid der wereld, die de dood werkt. Zo ontstaat een geringschatting van de mens en zijn arbeid, zo wordt een opsomming gegeven van de cultuurzonden dezer eeuw, die bijbels kan lijken, maar in wezen nihilistisch van aard is.

De kerk heeft zich heden te hoeden voor een omvorming van wat de Catechismus noemt „het stuk der ellende" tot nihilistische beschouwingen over de demonie der cultuurontwikkeling.

Deze waarschuwing is niet overbodig. Het leven in kerkelijke kringen ondergaat de invloed van het pessimisme. 1 )

Kortom, veel pessimistische kritiek op de huidige kuituur lijkt christelijk, maar behoort in wezen tot de „droefheid der wereld".

Ezau vond geen plaats voor het berouw, hoewel hij het onder tranen zocht (Hebr. 12 : 17).

In de Openbaring van Johannes lezen wij: En in die dagen zullen de mensen de dood zoeken en zullen die niet vinden, en zij zullen begeren te sterven en de dood zal van hen vlieden" (Openb. 9 : 6).

Wie Christus niet erkent, kan onze ellende in haar ware aard nimmer onderkennen.

Overschatting van het verleden en heden

Uiteraard kennen wij onze eigen tijd beter dan het verleden. Daarom dreigen er twee gevaren.

1) We hemelen het verleden op, b.v. de middeleeuwen of de Gouden Eeuw, zonder voldoende te letten op de zonden en gebreken van dit verleden.

Dan geldt: Zegt niet: at is er, dat de vorige dagen beter geweest zijn dan deze? Want gij zoudt naar zulks niet uit wijsheid vragen" (Pred. 7 : 10); 2) We overschatten de betekenis van onze eigen tijd. Dit gebeurt in uitspraken als: nog nóóit is het zo geweest als nu".

De wijze Prediker wist, met zijn „er is niets nieuws onder de zon", wel beter! De oostenrijker Karl Bednarik schrijft tn dit verband:

We hebben ons aangewend om alles te zien in het licht van de grote „crisis". Daarom zijn we ook in staat om deze terug te vinden in al onze moeilijkheden. We praten van een crisis in de cultuur, van afzet-en provianderingscrisissen en crisissen in de moraal.

Velen schijnen er dus reeds behagen in te scheppen om het hele leven op te vatten als een aaneenschakeling van crisissen. We hebben ongehouden te jammeren of te beven van angst; we hebben ons gewend aan het onzegbaar afgrijselijke.

Onze tijd is één en al crisis. Maar wie zou willen loochenen dat we ons er toch in hebben geamuseerd?

De massa heeft er zelfs een volksvermaak van gemaakt. Onze cabarets konden er niet meer buiten, de film zou er een van haar dankbaarste onderwerpen mee verliezen. Het populairste damesbadpak van onze tijd was genoemd naar een eiland (Bikini B.), dat door een experiment met atoombommen op schamele resten na geheel onder het zeeoppervlak is verdwenen!" 2 )

Krisisbesef als volksvermaak! Is de achtergrond van dit volksvermaak niet vaak de gedachte: „als je in zo'n ernstige en schokkende tijd leeft, dan ben je in de geschiedenis toch wel een belangrijk en bijzonder mens"? ? Met andere woorden, is dit niet een verfijnde hoogmoed?

Dwars door dit alles heen komt tot ons de oproep: Zo laat ons dan niet slapen gelijk de anderen, maar laat ons waken en nuchter zijn' (1 Thess. 5 : 6).


*) drs H. Goedhart „Christendom en cultuur" 1961 blz. 80.

2 ) K. Bednarik „Gevaarlijke welvaart, proefbalans van onze samenleving" 1958 blz. 145, 146.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1962

Daniel | 8 Pagina's

Wij en de techniek

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1962

Daniel | 8 Pagina's