De vrije zaterdag.
Ik Iaat hier volgen de mening van een landbouwer uit Middelburg: .... Er is al veel over gezegd en ik kan mij, in het algemeen genomen, wel verenigen met het door u gestelde. Principiëel kan ik het echter niet klein krijgen. Er wordt steeds gezegd, als er in het vierde gebod staat: „Zes dagen zult gij arbeiden, " dat dit niet letterlijk zo opgevat moet worden; dat men dan zonder onderbreken maar steeds van 's morgens tot 's avonds zes dagen werken moet, dat dan ook de vakantie ongeoorloofd zou zijn.
Is dit te stellen echter juist? Het gaat toch om de geestelijke inhoud van Gods heilige wet? En dat is toch: God lief te hebben boven alles en onze naaste als onszelf. Eén onzer predikanten, die voor ons in Middelburg een lezing heeft gehouden over de vijfdaagse werkweek, heeft uit Gods Woord duidelijk aangetoond, dat Israël als natie veel vrije tijd genoot, doordat de grote feesten altijd enkele dagen gehouden werden, wat over geheel het jaar een flink aantal bij elkaar is. Waarin de Heere duidelijk betoonde, dat Hij geen beul was voor Zijn volk, aldus deze predikant.
Maar was nu de zesdaagse werkweek hierdoor in principe voor Israël ontkracht? Ik meen van niet. En hoe moet het dan met de orde der dagen, waarop door ds. L. Rijksen in de Saambinder gewezen is? Toen ik dat las was het, of ds. Rijksen mijn eigen gedachten opgeschreven had, terwijl ik hem al in geen tijd gezien of gesproken had.
Is met eerbied gesproken, de Heere Zijn schepping niet in alles voorgegaan? In zes dagen toch heeft de Heere de hemel en de aarde geschapen en op de zevende dag gerust. Ligt nu in het verlengde van het Goddelijke werken niet ons werken en in het verlengde van het Goddelijke rusten niet ons rusten? En God zag al wat Hij gemaakt had en het was zeer goed. Ook het vierde gebod was Adam vóór de val ingeschapen in
het hart en toen was de ganse schepping een harmonieus geheel, ademend in een smetteloze reinheid en dat alles tot eer en grootmaking des Heeren. En als nu de Heere genade verheerlijkt in de harten van Zijn volk, dan wordt toch het Beeld Gods in hen weer hersteld, dan krijgen zij uit genade om Christus' wil toch weer terug, wat zij in Adam verloren hebben? En zou het bij Gods volk dan weer niet worden: Zes dagen zult gij arbeiden? Ik meen van ja.
En nu de vijfdaagse werkweek. Zou deze stoelen op dezelfde wortel? Zou zij rusten op dezelfde voedingsbodem, n.1. Gods Woord? Ik geloof het niet.
Er wordt met God en Zijn Woord geen rekening gehouden. Men zal dan ook bij een vijfdaagse werkweek niet stil blijven staan. Als welvaart en techniek het toelaten, stapt men over naar de vierdaagse werkweek. En in de vruchten komt het openbaar, waar het om te doen is. De zaterdag wordt gebruikt om zich des zondags te kunnen uitleven. U moet in de zomer bij ons op Walcheren als ontsluitend recreatiegebied maar eens een kijkje komen nemen. Het wordt hier een heksenketel. Wat de gevolgen (inzonderheid voor de jeugd) op geestelijk en zedelijk gebied hiervan zullen zijn, laat zich gemakkelijk begrijpen. Het onderscheid tussen de zesdaagse en de ijfdaagse werkweek is naar mijn mening wel erg groot. Men had het vijf-dagenerken moeten beperken tot die groeen werknemers, die er vanwege de ard van hun werkzaamheden, behoefte aan hebben. Nu gaat het alleen maar om evrediging van eigen zingenot en ik rees, dat het kwaad hier eenmaal zichzelf zal straffen, want ledigheid is nog altijd des duivels oorkussen.
Ik geef mijn mening graag voor een betere, maar op het ogenblik kan ik het echt niet anders zien. Zelf heb ik als leinlandbouwer van de vijfdaagse werkweek nog geen last of het zou moeten zijn, dat wij nog meer en langer moeten gaan werken, omdat er steeds minder ensen op het land gaan werken."
Dan heb ik hier een brief, van een bereisd man uit Lisse, die het gedeeltelijk eens is met de vorige inzender uit Middelbrug, maar anderdeels een tegengestelde mening heeft. Hij schrijft o.a.: „In het land, waar ik nu reis, heerst reeds lange tijd grote materiële welvaart, wat haast wel automatisch hier tot gevolg had een zeer hoge levensstandaard, (bedoeld is waarschijnlijk Zweden. Gespreksleider). Ook in Holland is de welvaart steeds gestegen en als we letten op de ontwikkeling van de E.E.G., wijzen de economische mogelijkheden op een nog meer stijgende welvaart. Ook in Holland gaat dit met een stijgende levensstandaard gepaard.
Dat ook de werknemer hiervan profiteert door een hoger inkomen, is juist en als men de werktijd kan verkorten en een vrije zaterdag kan invoeren, kan ik dit absoluut niet verkeerd vinden. Maar als we zien, waar deze hogere welvaart en de vrije zaterdagen toe leiden, dan ben ik bang voor die welvaart en die vrije tijd. Ik denk aan wat Agur van de Heere begeerde, wat we lezen in Spreuken 30 vers 7—9: „Armoede of rijkdom geef mij niet, opdat wij de Heere niet verloochenen of de naam Gods aantasten."
„Persoonlijk", zo gaat onze vriend uit Lisse verder, „kan ik de vrije zaterdag, hoewel ik het jammer vind, principiëel niet verkeerd vinden. De grote verantwoordelijkheid is wel, wat wij met die vrije tijd doen. In het begin zal het zeer zeker cle bedoeling zijn, om die met nuttig materieel werk door te brengen. Er is zoveel wat tijdens cle week moet blijven liggen. Door gebrek aan diverse geschoolde ambachtsmensen wordt er al veel op verschillend gebied gedaan door particulieren, aangewakkerd door de „doe het zelf" reclame. Maar dit pleegt te vervagen en van nature liefhebbers der wereld zijnde, komt er cle tijdsbesteding voor sport in de plaats; wordt gemotiveerd als gezonde ontspanning voor het monotone fabriekswerk, lijkt dus ook al een aanneembare reden. Daarna gaan we trekken, kamperen, het moderne longweekend wordt gemeengoed en dan komt cle zondag in het gedrang.
Men heeft wel eens de naam gehoord van Ds. die en die en nu we toch daar in cle buurt staan gekampeerd, gaan we daar naar cle kerk. Na enige tijd verwatert ook dit en zoekt men andere genoegens, die alle achter steeds meer van de Heere en Zijn dienst afvoeren. Door alle sociale zekerheid en verzekering voelt de mens zich onafhankelijk en onttrekt zich aan het Woord des Heeren en komt er een inensencultus voor in cle plaats.
Daarom ben ik het eens met uw antwoord daarop: „Wat een ontzaglijke taak heeft hier de kerk des Heeren." Alleen vind ik dit te algemeen aangeduid. De één zal zeggen: ja, daar hoor ik niet bij; een ander zal vinden, dat er een taak ligt voor de kerkeraad; de derde vindt dit nu net passend voor de dominee die catechiseert. Neen, we moeten het zo stellen: „Wat een ontzaglijke taak heb ik". Dit, wat niet in eigen kracht is te volbrengen, maar wat de Heere zegt in Zijn Woord: Die Hem liefhebben, dat ze ook Zijn geboden liefhebben. Dat we biddend strijden tegen wereld, satan en eigen vlees, vruchten der dankbaarheid voortbrengen, matig zijn in het leven, dat wij met onze wandel ook anderen voor Christus mochten winnen en gedurig de Heere bidden, dat Hij Zijn Geest onder ons zende, opdat Zijn Naam de eer ontvange."
Ik heb deze beide brieven vrij volledig opgenomen, om het opgebouwde betoog niet te breken. Mocht u na lezing aanleiding vinden, over de meningen, neergelegd in deze brieven, te diskussiëren of een ander aspekt van de vrije zaterdag te belichten, b.v. de verplaatsing van de sport van de zondag naar de zaterdag, schrijft u dan uw brieven aan de sekretaris van ons landelijk verband. Het woord „Diskussiehoek" in de linkerbovenhoek der enveloppe. Waar blijven brieven uit het oosten van het land? Ook deze worden ingewacht door
Gespreksleider.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 april 1962
Daniel | 8 Pagina's