Wij en de techniek
(2)
Leven in een technische maatschappij.
In 1962 is ons leven omgeven met de voortbrengsels der techniek.
We zijn er aan gewend geraakt. Het is vanzelfsprekend dat de lamp aanflitst als je de schakelaar omdraait. We vinden het gewoon dat dit blad op tijd verschijnt, m.a.w. dat er rotatiepersen en bestelwagens van de P.T.T. zijn. Het is normaal dat de dokter je helpt. Hij heeft er immers de (technische) instrumenten voor!
Het is allemaal zo van-zelf-sprekend geworden. Dit, totdat de stroom uitvalt, twee treinen tegen elkaar opbotsen enz. Dan brengen we de techniek ineens
in verband met God. Maar waarom eerst dan?
In ons vorig artikel zagen we dat de techniek verband houdt met:
1. het volvoeren van de opdracht: „vervult de aarde en onderwerpt ze"; 2. het kruis van de Heere Jezus Christus.
De techniek is dus een bij uitstek Godsdienstige zaak. Ze is m.a.w. niet „slechts een uitwendig iets". Ze heeft alles te maken met het Koninkrijk van God. Het werk van de scheikundige heeft hiermee evengoed te maken als het ziekenbezoek van de ouderling. Immers: God wil door ons niet alleen in de kerk maar ook daarbuiten gediend worden. Ook in het fabriekslaboratorium is er de strijd tussen Christus en satan. Er is geen neutraal terrein!
De techniek is (als voortbrengsel van menselijk kennen en kunnen) een gave van God. Juist omdat we van nature ondankbaar zijn, moeten we letten op het Schriftwoord: „Wij zullen het niet verhergen voor hun kinderen, voor het volgende geslacht, vertellende de loffelijkr heden des Heeren, en Zijn sterkte en Zijn tvonderen, die Hij gedaan heeft". Ook in de techniek zien we de wonderen, die Hij gedaan heeft door middel van menselijk kennen en kunnen. Zelfs de meest opzienbarende uitvinding wordt immers gedaan met behulp van materiaal en hersenen, die Hij geschapen heeft.
Nu hoor ik de vraag: „is dit dan ook zo met de kernenergie, radio, televisie enz.? Zijn die ook Gods wonderen? "
Ons ja en neen.
De wetenschap kan alleen datgene uitvinden en ontdekken wat God in de Schepping gelegd heeft. En van Zijn Schepping heeft Hij gezegd: „zie, het is zeer goed". Dit „zeer goed" slaat ook op de kernenergie, op de materialen waarmee een radio-en televisietoestel zijn gebouwd enz.
Het „kwaad" zit dus niet in de kernenergie noch in het radio-of televisietoestel. Zelfs niet in het mes van de moordenaar! Het kwade zit niet in de dode stof. Zeggen we, dat dit wél zo is dan beledigen we de Schepper van hemel en aarde! Nee, het kwaad (de zonde) is een geestelijke macht die cle mens in z'n greep heeft. Wij zijn verkocht onder de zonde, en niet de dode stof.
Toch handhaaft God de opdracht om Zijn aarde te onderwerpen, om met Zijn gaven Hem en onze naaste te dienen. Met andere woorden: het staat niet aan óns om te beslissen of we de techniek al dan niet aanvaarden zullen.
Nee, Hij roept ons hiertoe opdat.... Zijn Koninkrijk kome.
Nu is het een heel menselijke neiging om de techniek te aanvaarden, inzover ze ons persoonlijk voordeel dient. „Het is toch maar uitwendig, dus waarom eigenlijk niet? " Op deze manier maken we de techniek los van het Koninkrijk, dat gekomen is en dat komt. Zó stellen we ze alléén in dienst van eigen beperkte doeleinden. Verschilt dit nog van egoïsme?
En dit egoïme raakt niet alléén radio en televisie, maar ook de auto en de vulpen. Men heeft de uitvinding van de boekdrukkunst weieens genoemd: „een reuzenstap naar de hemel én naar de hel". Het is juister om niet cle uitvinding maar het gebruik hiervan zo aan te duiden.
Juist uit ons gebruik van de techniek blijkt dat we hiermee öf God en de naaste (mogen) dienen öf hiermee de komst van het Koninkrijk in de weg staan.
In een technische maatschappij moeten we worden als een kind, dat steeds aan z'n vader vraagt hoe het met de dingen moet omgaan.
Bijbels gezegd: „Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal? ' En Calvijn schreef eens: „Dit zij het beginsel, dat het gebruik van Gods gaven niet van de rechte weg afdoolt, wanneer het gericht wordt tot dat doel, waarvoor cle Gever zelf die gaven voor ons geschapen en bestemd heeft; immers Hij heeft ze geschapen tot ons welzijn, niet tot ons verderf" 1 ).
i) Institutie Bk. III Hfdst. X par. 2.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 april 1962
Daniel | 8 Pagina's