JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een bladzijde voor en van onze jeugd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een bladzijde voor en van onze jeugd

7 minuten leestijd

Een praatje vooraf

Er zijn geen bijzonderheden over ons L.V. te vermelden, nieuwe verenigingen meldden zich niet aan. Jullie leiders of leidsters worden zaterdag 31 maart in Utrecht verwacht om enige dingen te bespreken; de bijzonderheden horen jullie wel van hen. Jullie weten toch dat onze landdag op 12 juni gehouden wordt. Onthoudt die datum, want jullie worden allen verwacht. Dan geef ik nu maar gauw het woord aan een Lissenaar.

Een kind des gebeds

Op 13 november van het jaar 354 werd in het stadje Thagaste in Noord-Afrika een kind geboren. Men noemde zijn naam Aurelius Augustinus. Zijn vader heette Patricius en zijn moeder Monica. Zijn vader was een heidens officier, maar zijn moeder was een christin. Augustinus groeide op en ging weldra naar school. Hij bleek een helder verstand te hebben. Toen hij de school in Thagaste doorlopen had ging hij naar een school in Madaure en vandaar naar Carthago, de grote havenplaats van Noord-Afrika, waar hij voor leraar in de welsprekendheid ging studeren, Carthago was in die tijd de meest goddeloze stad van Afrika. Bijna alle studenten leidden een schaamteloos leven. En Augustinus, vloekte en zondigde hij ook? Deed hij ook mee aan al dat kattekwaad? Ja...., jammer genoeg wel, hij gaf zelfs het voorbeeld hoe de andere studenten het moesten doen. Hij werd leider van verschillende benden, die tot diep in de nacht goddeloosheid bedreven. Toen de studie hier beëindigd was, nam hij een beroep aan als leraar in de welsprekendheid. In die jaren sloot hij zich aan bij een vreemdsoortige sekte, het: Manicheïsme, dit was een mengsel van Christendom en heidendom. Ongeveer tien jaar is hij lid van deze groep geweest. Tenslotte besloot hij uit Carthago te vertrekken. Hij wilde naar Rome, de stad waar hij zoveel van gehoord had. En zijn moeder, bekommerde hij zich niet om haar? Die moeder, die dagen en nachten bad voor het behoud van haar zoon. Zij heeft hem gesmeekt om toch niet te gaan. Hij beloofde wel dat hij niet zou gaan. maar hij verbrak zijn belofte en ging toch naar Rome. Ongeveer een jaar later werd hij ernstig ziek, de angst voor de dood kwam dan naar boven, soms zo erg dat het angstzweet hem uitbrak. De Heere is toch zo goed voor hem geweest, dat hij weer is genezen. Na zijn ziekte nam hij het beroep als leraar naar Milaan aan. In die tijd was Ambrosius bisschop in Milaan. Augustinus ging eerst uit nieuwsgierigheid naar Ambrosius luisteren, maar later ging hij uit geestelijke belangstelling. Op een dag wandelt hij in zijn tuin, dan ineens hoort hij het roepen van een kinderstem: „Tolle lege", dat betekent: „Neem en lees". Augustinus gaat naar binnen en pakt de Bijbel uit de kast. Als hij het Boek open slaat ligt Romeinen 13 voor hem, waar hij leest: „Laat ons als in de dag eerlijk wandelen; niet in brasserijen en dronkenschappen, niet in slaapkameren en ontuchtigheden, niet in twist en nijdigheid, maar doet aan de Heere Jezus Christus en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden". In de dagen, die daar op volgen wordt Augustinus meer ontdekt aan zijn zonden en schuld. Niet lang daarna openbaart de Heere zich in de ziel van de weerspannige zondaar. Nu mag hij geloven dat hij bekeerd is. De dag daarop gaat hij naar zijn moeder, die te voren naar Milaan was gekomen en hij vertelde haar alles wat er gebeurd was. Ambrosius had eens tegen zijn moeder gezegd: Een kind van zoveel tranen en gebeden kan niet verloren gaan. Korte tijd daarna is zijn moeder gestorven. Na de dood van zijn moeder ging hij rustig leven. Na vijf jaar werd hij gekozen tot bisschop van Hippo, waar hij 35 jaar trouw gediend heeft. Dan breken er donkere tijden voor Afrika aan. Als de Vandalen voor de stad Hippo liggen, sterft Augustinus. Dit was niet erg voor hem, want hij ging de eeuwige heerlijkheid in.

JAN LINKER

Dat was een lang opstel Jan, daar heb je zeker wel een hele tijd aan moeten werken. Wat is de levensgeschiedenis van Augustinus mooi, hè? Fijn, dat jij hem ons weer eens verteld hebt. Van de kerkgeschiedenis, gaan we nu naar onze vaderlandse geschiedenis toe.

Michiel de Ruijter

In het jaar 1607 aanschouwde in een eenvoudig huisje in Vlissingen onze grootste zeeheld het levenslicht. In z'n jeugd was hij niet te houden op het land. Noch op school, noch in de touwslagerij van de gebroeders Lampe vond hij rust. De kade en de zee trokken hem. Op elfjarige leeftijd maakte de vrij onhandelbare Michiel z'n eerste zeereis als bootsmansleerling. In korte tijd doorliep hij alle rangen, van matroos tot kapitein. Tenslotte werd hij uitgeroepen tot luitenant-Generaal-Admiraal der gehele vloot. Als vlootvoogd was hij een man van weinig woorden, doch van grote en machtige daden. Op zijn schip was het, bij zeelui zo gebruikelijke, vloeken geheel vreemd. Zijn diepe godsvrucht en onblusbare vaderlandsliefde hebben hem tot de grootste zeeheld aller tijden gemaakt. Hij stuitte de overmoed der Engelsen, fnuikte de hovaardij der Fransen, beteugelde de Portugezen, vernederde de Zweden en tuchtigde de roofzieke Moren. In Engeland denkt men nog steeds aan z'n roemruchte tocht naar Chattam. In Debreczin herinnert z'n standbeeld aan de bevrijding van dertig Hongaarse predikanten. Hij was godvrezend als Jozef, sterk als Simson en een krijgsman als Jozua. Hoewel hij niet zo'n vurig Oranjeman was als b.v. Tromp stelde hij toch het vaderland boven z'n eigen leven. Veertig keer streed hij als vlootvoogd onder het moordende vuur. Vele overwinningen vielen hem ten deel, totdat op 69jarige leeftijd een vijandelijke kogel hem in de slag bij Etna, waar hij met een slechte, wrakke vloot de Spanjaarden hielp, een ernstige wond aan zijn been bezorgde. Na enige uren smartvol lijden blies hij de laatste adem uit. Zijn dood bracht ons land in rouw en deed een rilling gaan door heel Europa. Toen het schip met z'n stoffelijk overschot langs de Franse kust voer, bulderden de kanonnen van z'n grootste vijanden ter laatste eer. In de Nieuwe Kerk van Amsterdam is z'n praalgraf, in Vlissingen z'n standbeeld, maar z'n nagedachtenis leeft nog steeds in de harten van alle Nederlanders.

MARTIEN KARENS - Zoetermeer

Dat heb je keurig gedaan, zeg. Wat een mooie zinnen. Jij hebt zeker wel een prima cijfer voor taal. Jammer dat er bij jullie nog geen K.V. is. Houd het vuurtje maar warm, dan komt er wel een.

Tien nieuwe vragen.

61. Wie had vier dochters, die profeteerden? 62. Tegen wie zei Abner: „Ben ik dan een hondskop? " 63. Van wie werd gezegd: „Ik weet uwe werken, dat gij noch koud, noch heet zijt? " 64. Wie werd in het achttiende jaar der regering van koning Jerobeam koning over Juda? 65. Hoe heette de dochter van Jakob? 66. Alzo reisden zij uit Sukkoth en zij legerden zich in 67. In welke plaats is door Paulus een man, die nog nooit had kunnen lopen, genezen? 68. Wie werden boos toen de Heere Jezus op de sabbat de blindgeborene genezen had? 69. Wie blankette haar aangezicht en versierde haar hoofd en keek uit het venster? 70. Welke koning had zeventig zonen te Samaria? De beginletters van de tien antwoorden vormen de naam van één van de zeven gemeenten in Klein-Azië. Ook deze vragen werden weer samengesteld door onze vriend Boonstoppel. Hij schreef mij het volgende: Mag ik langs deze weg alle lezers(essen) hartelijk bedanken voor de kaarten en brieven, die ik mocht ontvangen. Inzonderheid de onderwijzer van de 3e klas van de Boazschool in Meliskerke.

Een gedicht van Ds. Ledeboer.

We zijn in de lijdensweken en daarom in de weken voor Pasen enkele lijdensgedichten.

MIJ DORST

Mij dorst! — roept Jezus van het kruis Naar eenheid van Mijns Vaders huis.

Naar liefde, vrede en enigheid Van 't volk, alom door twist verspreid.

Mij dorst! — zo roept Immanuël, Om nederwerping van de hel, Verplettering van satansmacht, Die zo veel kwaads heeft aangebracht.

Mij dorst! — zo schreeuwt Gods lieve Zoon Naar 't mij geschonken arbeidsloon.

Een kudde vol van heerlijkheid Met 's hemels gunsten overspreid.

(Wordt vervolgd).

Dit gedicht kwam van Rinus de Witte uit Nisse.

Onze bladzijde is vol, dus ik moet het hierbij laten. Allen hartelijk gegroet.

C. DE BODE, Pr. Bernhardstraat 27, Dirksland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1962

Daniel | 8 Pagina's

Een bladzijde voor en van onze jeugd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1962

Daniel | 8 Pagina's