De dichter, de dood en de geliefde
(Gerrit Achterberg)
Niet zo velen zullen met meerdere aandacht het overlijden van de dichter Achterberg vernomen hebben als van andere „onbekenden", die de weg van alle vlees gingen. Zo onverwacht, op woensdag 17 januari, stierf Achterberg te Leusden, waar hij de laatste tijd woonde.
Zij, die hoegenaamd niets van dichters afweten, kennen niet eens een dichter Achterberg. Op onze jaarvergaderingen worden wel eens vertelseltjes op rijm gelezen, maar die rijmpjes hebben niets met gedichten te maken. Wat een waar gedicht is, weten de meesten niet eens. Hoe zouden zulke mensen het werk van Achterberg kunnen vatten, laat staan mooi vinden en de letterkundige waarde ervan taxeren. Een dichter gaat geen rijmpje maken, maar hij wordt gedrongen zijn gevoelens in taal om te zetten: hetgeen waar hij mee „zit" moet een uitweg vinden in woorden. Wat hem aangrijpt, blijft in zijn gemoed hangen, dagen, soms weken, maar het blijft er tot de inspiratie komt, tot de zwellende knop openbarst. Nu is het merkwaardig bij Gerrit Achterberg, dat deze dichter haast altijd hetzelfde gevoelen uitzegt, in telkens andere woorden en beelden en zodoende wel 25 bundels poëzie liet verschijnen.
Het gaat bij deze dichter om kontakt met de gestorven geliefde; tussen hem en haar is de dood, die een onverbiddelijke scheiding maakt. In zijn eerste bundel „Afvaart' vindt men
Zomeravond
Dien dooden zomeravond aan het raam, zuster, met u en met het leed te saam; dat geen gestalte meer had en geen naam.
Maar mee familie werd en zich ontspon in 't donkere relaas, waarvan de bron bij die andere, verre vrouw begon.
Iemand die rijmpjes maakt zou nooit schrijven „dooden zomeravond", maar Achterberg heeft hier een woord genomen, dat precies zijn gevoel uitdrukt. Wat zal een verrukkelijke zomeravond, die zo schoon en stil is, als alle geluid is weggestorven en de mensen, na de dagtaak nog even toeven in de heerlijke buitenlucht — wat zal zo'n avond de dichter kunnen geven? Hij is bevangen door het leed, dat de dood over hem heeft gebracht: die zomeravond is voor hem dood. Telkens gaan de gesprekken over de gestorvene, die nu zo ver is, zo onbereikbaar: „die andere, verre vrouw".
Was zij niet zelve in het huis aanwezig, en tusschen onze moede woorden bezig als balsem, dat het niet meer wonden kon?
Het kan somwijlen het leed verzachten, wanneer men over het verlorene spreekt; het uitschreien is beter dan het opkroppen van het verdriet. En nu de gesprekken over de geliefde dode gaan, is het net alsof de overledene in het midden is en als een balsem werkt, zodat de wonden een ogenblik niet meer worden gevoeld: „als balsem, dat het niet meer wonden kon."
Dan komt er even berusting:
Ik ben gegaan met een te laten vrede; achtergelaten in den nacht, bij een vrouw die niet mijn vrouw kan wezen, al wat ik van een lichaam heb verwacht.
Al is de gestorvene in gedachten aanwezig, toch is zij in werkelijkheid niet meer. En des te schrijnender is nu het opschrift van het gedicht: zomeravond. Het zou zo anders kunnen zijn, maar het is niet zo.
Dit gedicht is niet zo moeilijk te verstaan. In Contact uit „Eiland der Ziel" is het wellicht iets moeilijker. De dichter wil de woorden smeden, om maar goed uit te drukken wat hij beleeft: hij heeft kontakt met de geliefde en weet niet hoe het komt, dat hij met haar omgaat; welke media (tussenpersonen) brengen dat kontakt tot stand?
Vanuit het oord in donkerheid het dicht gebied van leven niet, waarin gij zijt met dood omkleed en zonder tijd, plant gij u voort
door media die ik niet weet tot in mijn hart; ik smeed het woord clat naar u heet, en ik besta bij de gena van deze blinde bezigheid.
Index
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 maart 1962
Daniel | 8 Pagina's