Een bladzijde voor en van onze jeugd
Een praatje vooraf.
Nog even kom ik terug op onze afspraak van de vorige keer. Ik heb jullie toen gevraagd om een opstel te maken over een bekend persoon. Graag wil ik dit nog eens onderstrepen en jullie dringend vragen allemaal mee te doen. Er is immers keus genoeg. Je kunt iemand nemen uit de Kerk-, Vaderlandse-of Algemene geschiedenis. Het kan natuurlijk voorkomen, dat er meer opstellen komen over dezelfde persoon; wel dan zoek ik het mooiste uit en dat plaats ik; het kan zelfs zijn, dat er meerdere geplaatst worden, want de een belicht soms een andere zijde van iemand als de ander. Dat zien we dan wel. Hier komt dan eindelijk weer eens een opstel over
De plaats waar we wonen.
Elden.
Wij wonen in Elden, een dorp in de Betuwe, drie a vier km ten zuiden van Arnhem. Er zijn ongeveer 2200 inwoners, waarvan 't grootste deel (75°/o) Rooms Katholiek is; het andere deel is Hervormd. Twee gezinnen zijn Chr. Ger. en wij als enigen van de Ger. Gem. Wij gaan in Arnhem naar de kerk. Deze gemeente is niet groot; zij telt slechts 180 zielen. In de week is er zo nu en dan een dominee, maar zondags hebben we altijd leesdienst. Ons dorp heeft in de oorlog 40—45 nogal veel geleden; er zijn veel mensen omgekomen. De Christelijke school en de R.K. kerk werden helemaal verwoest en ook veel huizen werden geheel of gedeeltelijk vernield. Voor in 't dorp staat een gedenkzuil met 35 namen van mensen, die toen omgekomen zijn. Elk jaar op 4 mei worden er 's avonds bloemen gelegd. Mijn broertje en ik gaan hier op de chr. school. Onze school is wel niet groot (twee leerkrachten), maar 't is een mooi nieuw gebouw met een verenigingslokaal erbij voor de protestantse jeugd van Elden. De Hervormde kerk is een klein gezellig dorpskerkje, dat dateert uit 1866. Het dorp ligt tussen twee dijken, de Drielsdijk en de Huisense dijk; een jaar of tien geleden is er een defensie dijk aangelegd, waarover het snelverkeer naar Nijmegen gaat.
De rijksweg van Arnhem naar Eist loopt dwars door het dorp langs onze school. Aan het oude gedeelte van de rijksweg staat nog een oud buiten (Oosterveld) met een prachtig aangelegde tuin. Vroeger was er aan de andere kant van het dorp nog een buitengoed, Westerveld geheten. Hier kwam Prins Hendrik vaak om met de eigenaar Baron van Voorst tot Voorst te jagen; maar dat is allang verleden tijd. Er is veel nieuwbouw en er wordt nog geregeld bijgebouwd. Wij wonen ook in het nieuwe gedeelte.
Arend v. 't Hul.
We hebben weer wat van aardrijkskunde geleerd van jou, Arend. Nu weten we precies, waar we Elden moeten zoeken. Bedankt hoor!
Van de cel naar de troon.
Eens zat er een slaaf in 't gevangenhuis, Heel ver van zijn vader, heel ver van zijn thuis.
Zijn hart was met droefheid zo zeer vervuld; Men hield hem gevangen, toch had hij geen schuld.
Eens had hij, zo wordt er van ouds verteld, Twee dienaars des konings de toekomst voorspeld.
Men had daar de Koning niet van verteld; Het werd hem een lange tijd later vermeld.
Eens had er de Koning een vreemde droom, De wijzen verschenen in de uchtend vol schroom.
„Verklaar mij, o mannen, dit nachtgezicht, 't Is duister nog voor mij, ontsteekt gij het licht!"
Toen hebben ze ernstig en lang gezocht, Maar d' uitleg ontdekken heeft niemand vermocht.
De Koning was ernstig teleurgesteld, Toen kwam naar zijn troon een vertrouwde gesneld.
„De Koning, hij leve in eeuwigheid! Ik weet wel een man, die tot klaarheid U leidt."
„Men hale die man dan, terstond, terstond! 'k Beluister met eerbied het woord van zijn mond."
Toen heeft men de slaaf voor de vorst gesteld Hij heeft hem heel rustig de uitleg gemeld!
Hij tekende helder des Konings lot En deelde dat mee als 't besluit van zijn God.
De vorst boog eerbiedig het hoofd en zei: „Alleen deze troon ben ik groter dan gij."
Rein Klazes.
Dit keer nu eens geen opstel uit de Bijbel, maar dit prachtige gedicht van Jozef. Het werd ingezonden door J. A. v. d. Berg uit Nieuwerbrug a.d. Rijn. Ze stuurde me er nog veel meer. In de toekomst komen jullie haar naam nog wel eens tegen.
De Germanen.
De Germanen zijn onze voorouders. Het waren vrijheidlievende, dappere, krachtige en rijzige mensen met blonde haren en blauwe ogen. Oorspronkelijk leefden ze van jacht en visserij, maar later beoefenden ze meer veeteelt en landbouw, terwijl ook handel en nijverheid voorkwamen. Zij leefden in woningen, gevlochten van twijgen, leem en hout. Ze droegen wollen of linnen kleding. Het bestuur was democratisch. Ze aanbaden vele goden. Wodan was de hoofdgod. Hij werd meestal voorgesteld zittend op zijn ros Sleipnir, omringd door een nevelmantel, twee raven, huilende wolven en roepende Walkuren. Dit noemden ze de wilde jacht. Als het erg hard waaide hingen ze in het deurgat een berekop of iets anders van een wild dier, anders kwam Wodan met zijn helpers hun woning binnen. Andere goden waren Donar of Thor, de god van de donder, bliksem en regen, Tius de krijgsgod en Wodans vrouw Fresia, de godin van de jeugd en de schoonheid. De Walkuren, Wodans dochters, voerden de gevallen strijders naar het heerlijke Walhalla. Daar mochten alleen de mannen komen. Als er een zwak kind geboren werd, moest het gedood worden, want de Germanen konden alleen maar flinke mensen gebruiken. De doden werden verbrand en de as in urnen verzameld en daarna begraven.
Ina de Meulmeester — Middelburg.
Ook Ina bedankt voor haar opstel.
Dan krijgen we nu de volgende tien vragen. Doe je best!
51. Wie beklom wederrechterlijk de troon van zijn vader David? 52. Hoe heette de dienstmaagd van de moeder van Marcus? 53. Hoe heette de tweede zoon van de onderkoning van Egypte? 54. Wie keerde terug naar Moab? 55. Wie was de tegenpartijdige van Hanna? 56. Welke profeet van Judea zei indirect tegen Paulus, dat hem zware tijden te wachten stonden? 57. Hoe heette Elisa's knecht die melaats werd? 58. Hoe heette de zoon der dienstbare van Abram? 59. Wie was de Damascener knecht van Abram? 60. Die van Berea waren edeler dan die te ?
Ook deze vragen werden weer opgesteld door de heer Boonstoppel uit Rotterdam. Zenden jullie hem weer eens een kaartje. Zijn adres is Polslandstraat 118a Rotterdam 20. Hij leeft altijd zo met ons mee, dat wij hem ook blij moeten maken. De beginletters van deze tien antwoorden vormen samen de naam van iemand, die bij de plaats (heuvel) woonde, waar Paulus eens op sprak. Nog een kort gedicht, ook van vr. Boonstoppel, en onze bladzijde is voor dit keer vol.
Erkentelijkheid en onerkentelijkheid.
In de gewijde Schrift, vindt men een aardig prent, Dat d' onvernuftige os, deszelfs bezitter kent. Ja, een ezel zelfs, de kribbe zijnes heren. Wat wil de Almachtige ons, door dees beelden leren? Dit, dat het reed'loos vee, die mens beschamen moet, Die d' aan hem bewezen gunst, vertrappelt met de voet. N. Borneman.
En tenslotte de hartelijke groeten. Denken jullie om de opstellen? ? ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 februari 1962
Daniel | 8 Pagina's