Optimistische klanken
Er wordt wel eens gezegd, dat de herschepping van een mens groter wonder is dan de schepping van hemel en aarde. Daar is ook grond voor om dit te beweren: de hemel en aarde werden uit niets voortgebracht door de almachtige kracht van God; niets stond de Schepper in de weg, dat ook maar enigszins kon tegenwerken. Maar bij de herschepping van een zondaar komt de vijandige mens met heel zijn wapenrusting tegenover God te staan: vijanden moeten met God worden verzoend; geen vrienden. Er is een geduchte tegenwerking. Job spreekt van hoog verheven schilden! Het zal telkens een wonder zijn wanneer de wapens van vijandschap worden ingeleverd door de overredende kracht van de Heilige Geest.
Zo zal het op het zendingsterrein een groot wonder zijn, telkens weer, als de macht van on-en bijgeloof voorgoed wordt verbroken. Dat zal nooit het werk zijn van zendelingen, maar alleen door de allesoverwinnende kracht van Hem, Die uitgegaan is, opdat Hij overwon. En als er waarlijk nieuw leven is gewekt door de Geest des Heeren, dan zal zelfs de rokende vlaswiek niet uitgeblust worden en het gekrookte riet zal niet breken.
Moesten we in het vorige artikel minder opgewekte zaken voorstellen, thans nemen we de keerzijde en dan zien we wat het geloof vermag. In de laatste wereldoorlog kregen vele christenen in Azië te lijden onder de terreur van Japan. We zouden vrezen dat die christenen zouden afvallen en hun geloof zouden verloochenen, maar velen gaven hun geloof niet prijs en offerden zelfs hun leven. En onder die mensen bevonden zich niet alleen predikanten en leidende figuren, maar ook eenvoudige gemeenteleden.
Toen de Japanners op Nieuw-Guinea kwamen, vluchtten velen in bossen en holen om daar met elkaar godsdienstoefeningen te houden. En als na de bevrijding werd gevraagd of het niet moeilijk was om trouw te blijven, werd er geantwoord: „Ach weet u, dat is helemaal niet zo vreemd, het was eigenlijk vanzelfsprekend: ieder kind houdt zich in de nacht aan zijn vader vast en dat viel ons erg gemakkelijk, dat hebben wij ook gedaan."
Een afrikaanse christin werd door leden van de Mau-Mau gevangen genomen. Men dwong haar de eed van trouw aan de bende af te leggen. Om dat te doen inoest de vrouw uit een beker drinken. Zij dacht er niet aan en sprak deze ontroerende woorden: „Mijn lippen hebben de beker van mijn Heere aan Zijn tafel aangeraakt en daarom kunnen zij deze beker niet aanraken." De bendeleiders werden niet ontroerd, maar spraken na deze beslissende woorden de doodstraf over de christin uit.
Op de hogere scholen in rood-China wordt ook de communistische heilsleer onderwezen en wanneer er examens afgenomen worden, komen er altijd vragen bij over die leer. Nu zijn er christenstudenten op die scholen om klaargemaakt te worden voor de betrekking die ze zich hebben voorgesteld, maar ondertussen dienen ze ook heel goed de leer van het communisme te kennen. Nu is het voorgekomen, dat zij de vragen over de „heilsleer van rood-China" goed beantwoorden, maar ze maakten er een aantekening bij: „dat heb ik zo geleerd, maar mijn christelijk geloof zegt wat anders." Deze dingen laten ons zien, dat het geloof voor deze mensen geen holle frase is.
Om nog even op Nieuw-Guinea terug te komen: l enkele jaren zendt de christelijke kerk van Nieuw-Guinea een aantal zendelingen naar het binnenland uit om aan de heidense stammen daar het evangelie te brengen. Zonder enig uitzicht op levensonderhoud worden ze uitgezonden, zodat letterlijk wordt gehandeld naar het gebod van Jezus: Verkrijgt u noch goud noch zilver noch kopergeld in uw gordels, noch male tot de weg, noch twee rokken, noch schoenen, noch staf, want de arbeider is zijn voedsel waardig." (Matth. 10 : 9, 10).
De christelijke kerken in Japan zijn maar klein, slechts een half procent van het inwonertal, maar deze kerkjes zenden zendelingen uit naar Okinawa, een eilandengroep tussen Japan en Formosa. Een kerk in India zendt zendelingen naar Indiërs in Afrika, en zo zouden we wel door kunnen gaan.
We zien hier uit, dat een levende kerk niet kan nalaten in beweging te komen en, als een natuurlijke uiting, zich gaat inzetten om anderen deelgenoot te maken van het grote Heil dat in Christus te vinden is.
Een levende kerk is een zendende kerk en onder inwachting van de Heilige Geest zal zij alles doen wat in haar vermogen is om te getuigen van Hem, Die gezegd heeft: „Gij zult Mijn getuigen zijn tot aan het uiterste der aarde."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 februari 1962
Daniel | 8 Pagina's