JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Opnieuw een prima overzicht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Opnieuw een prima overzicht

3 minuten leestijd

A. en H. Algra: „Dispereert niet. Twintig eeuwen historie van de Nederlanden." Tweede deel. Derde, uitgebreide druk. Uitgave van T. Wever, Franeker. 439 baldzijden, geb. f 13.50.

Het eerste deel „Dispereert niet" werd besproken in ons blad van 8 september van het vorig jaar (deze jaargang nummer 5). Daarbij is aan dit populaire, goed geschreven werk de hulde toegebracht die het verdient.

Het is verheugend vast te mogen stellen dat dit tweede deel niet minder te waarderen is. Dit deel begint met 1590, met de verrassing van Breda, geeft de geschiedenis van heel de Gouden Eeuw, en eindigt met een uitzicht op de eeuw die daarop volgt. Het is een biezonder boeiend deel. Uitstekend wordt de lezer ingelicht omtrent de krijgsverrichtingen, de moeilijkheden tussen de regenten en Oranje, enzovoort. Bij de bespreking van de kerkelijke toestanden komt even uit dat schrijvers voorstanders van algemene, onbeperkte godsdienstvrijheid zijn. Daarin gaan wij niet met hen mee, maar overigens is hun kijk voor ons aanvaardbaar.

Wat bij de bespreking van het eerste deel werd opgemerkt omtrent Valerius' „Gedenck-Clanck", geldt ook hier. Dat na de slag bij Turnhout in de Nederlanden „Wilt heden enz." gezongen werd, is dus onjuist (zo blz. 22). Ten onrechte wordt (blz. 76) een ander lied uit de „Gedenck-Clanck" zonder meer een geuzenlied genoemd.

Op blz. 90 wordt (r. 1 en 2) gesproken van een bastaardzoon van Maurits die te Orthen lag in 1629. Maar Maurits' oudste zoon was al gesneuveld bij 't beleg van Grol in 1627. De hier bedoelde Graaf Willem van Nassau, een meer dan middelmatig legeroverste, was namelijk de zoon van Jan de Middelste, een kleinzoon dus van Jan de Oude en een halfbroer van de „bouwer" van het Mauritshuis.

Blz. 295: niet dominee Abraham van de Velde was het die bij zijn verbanning niet meer de gelegenheid verkreeg zijn pas gestorven kind nog te begraven, maar zijn kollega dominee Johannes Teeling. Komiek voor onze lezers is dat er op blz. 296 gezegd wordt dat „De Wonderen des Allerhooghsten" zelfs in 1874 nog is herdrukt. Schrijvers hebben dit geput uit een artikel dat een dertig jaren oud is. Wij weten allen dat er van het boek in kwestie sindsdien nogal enkele komplete herdrukken verschenen zijn!

Het aantal drukfouten is zeer gering. Ze werken praktisch nergens storend, behalve waar het plaatsnamen of jaartallen betreft. Op blz. 96 (r. 7 van onderen) moet Haasteren als Halsteren gelezen worden. Arminius is niet in 1653 zijn hoogleraarschap begonnen, maar in 1603 (blz. 54, r. 2). De aartsbisschop van Keulen werd in 1683 ook nog Munsters' bisschop, niet in 1863 (blz. 386, r. 6 van onderen).

mil-De spelling is nog steeds wat ouderwets: praedestinatie, lioen. De prenten zijn zo af en toe wat mat.

Ondanks deze kleine ongerechtigheden is dit tweede deel een prachtig boek!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 februari 1962

Daniel | 8 Pagina's

Opnieuw een prima overzicht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 februari 1962

Daniel | 8 Pagina's