JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een liefdesnodiging  des Heeren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een liefdesnodiging des Heeren

4 minuten leestijd

„Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop." (Openb. 3 : 20a).

III.

Jn onze vorige meditatie hebben we erbij stilgestaan, hoe Christus 'doppend aan de deur van ons hart staat. En dan lezen we vervolgens in onze tekst: „Indien iemand Mijn stem zal horen en de deur opendoen".

Maar ach, lezers, wij hebben van nature geen oren om te horen. Als iemand op een kerkhof gaat staan, dan kan hij zijn stem nog zo verheffen, maar niemand der doden zal naar hem luisteren.

Zo is het nu met de natuurlijke mens ook. Wij zijn dood door onze zonden en misdaden, geestelijk dood en daarom is er bij ons geen opmerken of verstaan bij alle kloppen op de deur van ons hart.

Maar Christus, Die klopt en roept, doet door Zijn Geest ook horen. Hij doet doden horen de stem van de Zoon van God, en wie de stem gehoord hebben, zullen leven. Het is alles Zijn werk. Alleen door Goddelijke, levendmakende genade krijgt een mens oren om waarlijk te horen.

Zo hoorde Saulus de stem van de Zoon van God op de weg naar Damascus, toen hij met al zijn godsdienst een eeuwig verderf tegemoet rende. Lydia hoorde die stem voor het eerst pas recht, toen onder de prediking van Paulus haar hart geopend werd en de goddeloze Manasse, toen hij in cle kerker moest bekennen, dat de Heere God is.

Wanneer een zondaar door Woord en Geest wordt levend gemaakt, krijgt hij oren om te horen.

Zulkeen hoort bevend de stem van Sinaï, die hem toeroept: „Betaal, wat gij schuldig zijt". Hij wordt bekend gemaakt met de eis der Wet en zijn ziel wordt gevoelig voor de verdoemende kracht der Wet. Die zondaar ziet zichzelf dan ook reddeloos verloren. Zijn leven lang heeft hij al Gods geboden overtreden en niet één daarvan gehouden, gezondigd tegen een goeddoend, een heilig en rechtvaardig God en daarom keurt hij zich het eeuwig oordeel waardig. Zulkeen is totaal blind voor de weg des heils. Hij hoort wel de stem van de Sinaï, maar heeft van zichzelf nog geen oren om tot zijn vertroosting de stem van de liefdesnodiging des Evangelies te horen. Daarom, waar die zondaar de stem van de Wet hoort: Betaal wat gij schuldig zijt, daar zoekt hij nog door zijn eigen werken God te bevredigen en vrede te vinden.

Maar hoe harder hij werkt, hoe meer zonde en schuld hij ontwaart. Het gaat dan met de zonde in ons als met de plaag der melaatsheid in een huis, waarvan we lezen in de wet van Mozes. Het baat niet of de besmette stenen uit de muren worden genomen en door nieuwe vervangen. Het helpt niet of de muren worden afgeschrobd en opnieuw worden bepleisterd, want steeds openbaart de plaag zich weer op een andere plaats.

Daarom raakt " 'en zondaar ten einc 3 3 raad. .

Doch v T r o o t voor zulkeen, als zijn oor geopend wordt om de stem van de nodigingen des Evangelies te vernemen. Als het met kracht in zijn ziel klinkt: „Waarom weegt gijlieden geld uit voor hetgeen geen brood is, en uw arbeid voor hetgeen, dat niet verzadigen kan? Hoort aandachtiglijk naar Mij en eet het goede en laat uw ziel in vettigheid zich verlustigen." „O, alle gij dorstigen, komt tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, zonder geld en zonder prijs, wijn en melk".

Wat is het een troost voor zulkeen, die daar ronddoolt in een donkere nacht van verlorenheid als hem zo geopenbaard wordt, dat het nog kan, dat er een mogelijkheid van zalig worden is, dat God hulp besteld heeft bij een Held, Die verlossen kan. Ja, die Held roept hun toe: „Indien iemand Mijn stem zal horen en de deur open doet, Ik zal tot hem inkomen."

Maar, al horen ze Zijn stem, al mogen ze Hem zien blinken door de traliën van het Evangelie, al gaan hun brandende genegenheden tot Hem uit, waar in Hem alles ligt wat ze nodig hebben, hoe zullen ze voor Hem open doen?

Zij leven zo in, dat dit open doen Gods

eigen werk is, want zij vermogen niets in zichzelf.

Zij hebben geen voeten om te gaan, geen handen om te tasten, geen oren om te horen.

Doch die gezegende Borg bereidt voor zichzelf plaats.

Zij zullen het ervaren, tot hun zalige vertroosting.

Daar hopen we echter de volgende keer verder over te mediteren.

Lezers, kent U iets van deze zaken? Hebt gij Zijn stem gehoord? Smeek de Heere anders of Hij uw doorboorde oren geve om Zijn heilstem te horen, ja om te wonen in Zijn huis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 februari 1962

Daniel | 8 Pagina's

Een liefdesnodiging  des Heeren

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 februari 1962

Daniel | 8 Pagina's