Een bladzijde voor en van onze jeugd
Een praatje vooraf.
In de tijd, dat wij onze bladzijde in „Daniël" hebben, heb ik al veel brieven gehad. Er gaat welhaast geen dag voorbij of er is wel een brief van één van jullie. Er zijn trouwe schrijvers bij, die me geregeld wel iets te vertellen hebben; dat zijn mijn „vaste" medewerkers. Het gebeurt echter ook wel eens, dat er een nieuweling bijkomt. Dat is natuurlijk erg fijn, want onze lezerskring moet steeds groter worden. Eén ding is jammer, het komt meermalen voor, dat een nieuweling(e) zich aanmeldt en dan hoor ik verder nooit meer iets van hem (of haar). Als je eenmaal mee gaat doen, moet je mee blijven doen. Sommigen doen al jaren mee en dan ineens is de vriendschap over. Deze jongelui voelen zich dan ineens te oud voor onze bladzijde, tenminste, dat vermoed ik. Het is helemaal niet erg als er steeds afvallen, maar dan moeten er ook steeds nieuwelingen bij komen. Weet je wat ik wel erg prettig zou vinden? Als jullie niet meer mee kunnen of willen doen, stuur me daar dan even bericht van. Want nu denk ik zo dikwijls, hé, van die of die hoor ik nooit meer iets. Zo kreeg ik van de week een briefje van Jannie Boogaard; ze heeft het zo druk, dat ze niet meer mee kan doen met ons. Nu, dat vind ik erg jammer, maar daar is niets aan te doen Jannie, nog bedankt voor al je leuke brieven. Ik ben blij dat je onze bladzijde blijft lezen, dan blijf je toch een beetje bij ons horen. De gedichten, die ik nog van je heb, komen nog wel aan de beurt. Ik hoop dat er voor jou veel andere Jannies en Annies en Corries in de plaats zullen komen, want ik geloof, dat ik nog niet van alle lezers en lezeressen van onze leeftijd bericht heb.
Mozes.
Het volk van Israël werd al groter. Hoe Farao ook probeerde het volk te onderdrukken, het hielp niet. Toen zijn plannen niet gelukten werd hij toornig. De volgende dag riep hij zijn opzichters bij zich en beval, dat alle jongetjes, die geboren werden in de rivier de Nijl moesten geworpen worden. De opzichters deden het. Op zekere dag werd er weer een kindje geboren. De vader en moeder besloten om het kindje te verbergen. De vrouw heette Jochebed, de man Amram. Ze hadden dikwijls gebeden of de Heere het kindje bewaren wilde. Op een dag maakte Amram een kistje van biezen en daar legde hij het kindje in. Ze hadden nog twee kinderen: Aaron en Mirjam. Toen ze met het kindje in het kistje naar buiten gingen mocht Mirjam mee. Ze gingen naar de Nijl en zetten het kistje tussen het riet aan de kant. Mirjam moest achter een boom gaan staan en als er gevaar dreigde moest zij haar moeder waarschuwen. Toen kwam de prinses. Zij ging met haar hofdames baden in de Nijl. Het kindje in het biezen kistje schreide. „Hoort U het ook, " zei één van de hofdames „Ja", antwoordde de prinses. Ze gingen naar het riet en zagen een kindje in een biezen kistje liggen. Nu kwam ook Mirjam nader en ze zei: „Zal ik iemand opzoeken, die er voor zorgen zal." De prinses vond dit goed en Mirjam haalde natuurlijk haar moeder. Toen het jongetje groot was bracht zijn moeder hem naar het paleis. Daar werd hij verder opgevoed. Leen Sturm, Lewedorp.
Dat heb je keurig naverteld, hoor Leen, dit vind ik voor een 10-jarige knaap een prestatie. Probeer nu ook eens een vrij opstel te maken. Je zult zien, dat dat ook gaat. Ik wacht weer op je en ben reuze benieuwd.
De ware rijkdom.
Geen geld bekore ons jong gemoed, Maar vriendelijkheid en deugd, Gehoorzaamheid, zo nodig goed Een sieraad voor de jeugd.
Wat is toch rijkdom? Wat is eer? Een handvol nietig slijk.
Gods kind te wezen is veel meer; Die Jezus mint, is rijk.
Komt, vallen wij voor God te voet Om deugd en heiligheid; Zo wordt op aard' het jong gemoed Ten hemel voorbereid.
Dan krijgen wij de beste schat, Die nimmermeer vergaat Dan lopen we op het goede pad En schrikken voor het kwaad.
Dit gedicht is afkomstig van Ria den Besten uit Leerdam. Heb je dit zelf gemaakt Ria of heb je het uit een boek? Het geeft niet, hoor, hoe je er aan komt; 't voornaamste is, dat je met ons meewerkt.
De kokmeeuw.
Wanneer men hier en daar op het platteland vraagt naar de kokmeeuw, dan wordt meermalen gezegd, dat deze vogel weinig of niet voorkomt. Men verwart dan de kokmeeuw met de zilvermeeuw, die inderdaad niet zo veel voorkomt. De kokmeeuw behoort tot de kleinste meeuwsoort en komt veelvuldig in ons land voor. Haar naam duidt wel op het kokkerende geluid, dat zij gedurig laat horen, vooral wanneer men haar broedplaatsen bezoekt. Als je haar nest nadert dan vliegen ze op om je bang te maken. Ze broeden veel op de waddeneilanden in kolonies. De nesten zijn over het algemeen hoog opgebouwd van rietwortels en bladeren, zodat het water nog kan rijzen, voordat de eieren nat worden. Ook broeden ze wel eens op hogere gedeelten; dan maken ze een kuil tussen het gras en bedekken die met bladeren. Er worden in een nest drie eieren gelegd; de grondkleur is lichtgroen en een beetje bruin met donkerbruine of zwarte vlekken; ze zijn erg onregelmatig. De jongen zijn bruingrijs van kleur. Ze blijven niet lang in het nest, want ze gaan al gauw zwemmen. De ouders beschermen ze eerst, maar al spoedig kunnen ze kleine visjes vangen. Ze groeien erg hard en kunnen al gauw vliegen. Dan komen ze veel op de bouwlanden, vooral als er geploegd of geëgd wordt; dan duiken ze en pikken de wormen. Ook weten ze nog een andere manier om wormen te vangen. Ze trommelen dan heel snel met hun poten op de grond en brengen dan de wormen in de waan dat hun doodsvijand, de mol, er aankomt en ze vluchten dan naar boven, waar de meeuw ze opwacht en opeet. De kokmeeuw heeft, als ze volwassen is, een donkerbruine kop met een roodachtige gloed, fraai zachtblauw op de bovendelen en helderwit op de overige delen. De slagpennen zijn wit met zwarte punten. In het najaar verdwijnt het zwart van de kop, alleen een vlek bij elk oor is alles wat overblijft. Vroeg in 't voorjaar komt de zomerkop weer te voorschijn. De snavel en poten zijn mooi rood, de ogen bruin. De kokmeeuw blijft ook in de winter in ons land; dan is ze veel aan de kust en eet dan garnalen en kleine krabbetjes. Ada de Wilde - Vijfhuizen.
Ada, bedankt hoor, jij hebt al veel opstellen geleverd en allemaal even mooi. Ik heb nu twee opstellen voor me liggen over Rembrandt. Dit brengt me op een nieuw idee. Laten we nu allen eens een verhaaltje schrijven over een bekende man of vrouw uit de geschiedenis. Dit behoeft persé niet een Nederlander of Nederlandse te zijn. De keus is dus onbeperkt. Vlug aan de slag en stuur me stapels brieven. Hier volgt dan de eerste van onze nieuwe serie.
Rembrandt van Rhijn.
Rembrandt, de grootste en bekendste onzer schilders, werd geboren in 1606 te Leiden als het vijfde kind van het molenaars echtpaar Harmen Gerritz en moeder Neeltje, een bakkersdochter. Het was een eenvoudig gezin. Rembrandt groeide op als alle andere jongens van zijn leeftijd. Hij haalde op zijn tijd kattekwaad uit en verder speelde hij op de molen van zijn vader. Met zijn 14e jaar ging hij naar de Latijnse school. Het is niet bekend of hij voor deze school eindexamen heeft gedaan. Wel weten we dat hij het liefst schilderde, maar zijn ouders waren er op tegen dat hij dit als zijn beroep koos. Ze vonden het geen beroep waarmee je als man een boterham kon verdienen. Maar toch kreeg Rembrandt zijn zin. Hij mocht in de leer bij de burgemeesterszoon Jacob Isakz. van Zwanenburgh, die pas uit Napels was teruggekeerd. Later ging hij nog in de leer bij Peter Lastman. Na zes maanden ging hij zelfstandig beginnen. Zijn werk werd niet erg gewaardeerd. 22 juni 1639 trouwde hij te St. Anna Parochie, met de rijke burgemeesters dochter Saskia van Uilenburgh. Met haar beleefde hij een heel gelukkige tijd. Dit is ook aan zijn schilderijen te merken. Ze zijn in die tijd zeer vrolijk. Later werd zijn leven moeilijker; drie kinderen van hem stierven. In 1641 werd zijn zoon Titus geboren. Op 14 juni 1642 viel voor hem wel de grootste slag, toen stierf zijn geliefde vrouw Saskia. Na die tijd ging hij nog meer in z'n werk op. Zijn schilderijen werden nu wel somberder. Zijn tweede vrouw heette Hendrikje Stoffels. Rembrandt had veel schuld; zo erg dat zijn vrouw en zoon Titus een kunstwinkeltje begonnen zijn. Van dat geld konden ze in leven blijven en kon de schuld wat betaald worden. Dit ging een poosje goed. Toen stierven ook Hendrikje en Titus. Rembrandt bleef achter met zijn dochter, schoondochter en kleinkinderen, die hij nog wel
eens schilderde. Hij stierf in 1674 en werd begraven in de Westerkerk te Amsterdam. Maar niemand weet precies de plaats aan te wijzen, waar deze zo bekende schilder ligt. Hij is in grote armoede gestorven, terwijl nu voor zijn wereldberoemde schilderijen miljoenen betaald wordt. Wij mogen heel trots zijn, dat deze beroemde schilder, wiens werk over de hele wereld bekend is, een Hollander was.
Thijs Wiegel - Dirksland.
Zo Thijs, ik ben blij dat ik een opstel van je vond; hartelijk bedankt. Allen de hartelijke groeten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 februari 1962
Daniel | 8 Pagina's