JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Volkeren rondom Israël

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Volkeren rondom Israël

4 minuten leestijd

10. (slot) De Phoeniciërs

De volkeren, waarover we in de vorige artikelen enkele woorden gezegd hebben, waren grote en machtige volken. De vorsten er van waren de veroveraars van de Oudheid. De Babyloniërs hebben een sterk rijk opgebouwd, de Assyriërs en Hethieten evenzo.

We horen echter nooit spreken over het Phoenicischc rijk. De Phoeniciërs bestonden wel, maar maar het Phoenicische rijk bestond niet. Op geen enkele historische kaart zult U het Phoenicische rijk tegenkomen. Toch verdienen de Phoeniciërs in de rij van volkeren een plaats — en die hebben ze gekregen ook.

De Phoeniciërs bewoonden een smalle kuststrook in het gebied van de Libanon, met als centra de beroemde steden Tyrus en Sidon. Deze stukjes land zijn nooit samen gesmolten tot een eenheid. Phoenicië bleef een verzameling havens, en iedere haven had haar eigen stukje kustgebied. De Phoeniciërs hadden er ook geen belang bij om een rijk te vormen: op het terrein van de politiek hadden ze niets te zoeken, want ze waren een handelsvolk. Hun enige politiek was handelspolitiek. Dit was ook de reden waarom de Phoeniciërs zich tegen elke prijs buiten een oorlog wilden houden. De handelsmagnaten zeiden liever: „Zoals de wind waait, waait mijn jasje", dan dat ze een bepaald politiek standpunt innamen en daardoor hun handel schaadden. De zakenlieden vielen hun machtige buren te voet, erkenden hun superioriteit en betaalden schatting. Zo kwamen ze eerst onder Egyptische, en later onder Hethietische heerschappij. In de bloeitijd van Israël, onder de koningen David en Salomo, kwamen ook de Phoenicische steden tot bloei. Later zijn ze onderworpen geweest aan alle elkaar opvolgende heersende volken.

De betekenis van de Phoeniciërs op kultureel gebeid is lange tijd overschat geweest. Dit is te wijten aan de verhalen van Griekse en Romeinse schrijvers over allerlei zaken die uit het Phoenicische kustgebied afkomstig waren. Dit is te begrijpen, want de handeldrijvende Phoeniciërs brachten de kultuurvoortbrengselen van het oosten naar de Griekse en Romeinse landen. Dit is de historische betekenis van de Phoeniciërs: ze hebben de oosterse kuituur overgebracht naar het westen. De Phoeniciërs zouden nooit een belangrijk handelsvolk zijn geworden, als het land achter hen geen kultuurgebied was geweest, dat hen van waren kon voorzien. Ze zijn echter zelf op veel geringere schaal kultuurscheppend werkzaam geweest.

Tot de Phoenicische kultuurvoortbrengselen behoort in de eerste plaats het alfabet.

Het alfabet is tot ons gekomen via de Romeinen en de Grieken, en deze laatsten hebben de meeste letters van de Phoeniciërs gekregen. Dit blijkt uit de namen van de letters. De twee eerste letters van het alfabet heten in het Phoenieiseh „alef" en „bet", en in het Grieks „alpha" en „beta". Met de uitbreiding van de Europese kuituur over de hele aarde heeft het Phoenicische alfabet de hele wereld veroverd.

Zeer belangrijk waren de Phoeniciërs op het gebied van de scheepsbouw. Ze waren misschien niet de allereersten, maar ze behoorden in ieder geval tot de eersten, die zeewaardige schepen bouwden. Het materiaal hiervoor waren de ceders van de Libanon. Deze ceders zijn ons welbekend: alomo gebruikte ze voor de bouw van de tempel. Leest U hierover 1 Koningen 5 maar na. De bekwaamheid van de Phoeniciërs op dit gebied was ook Salomo bekend, want hij zegt in 1 Koningen 5 : 6: want gij weet, dat onder ons niemand is, die weet te houwen gelijk de Sidoniërs."

Oorspronkelijk werden de schepen door roeiers voortbewogen. Pas later ging men over tot het gebruik van zeilen.

Ook al bezaten de Phoeniciërs dan geen groot rijk, aan expansie hebben ze zeker gedaan. De kooplieden zeilden de hele Middellandse Zee over om markten te vinden. Eerst voeren ze naar Egypte, daarna naar Klein-Azië, Cyprus, de eilanden in de Aegeïsche Zee, en zo verder naar het westen.

En in het westen van het Middellandse Zeegebied stichtten ze handelskolonies: aan de noordkust van Afrika, op Malta, Sicilië, Sardinië en in het zuiden van Spanje. Vooral de Spaanse koloniën leverden winst op. Hier vond men namelijk zilver, een edel metaal, dat in het oosten soms een hoger aanzien genoot dan goud.

Er wordt zelfs verondersteld, dat deze zeelieden de straat van Gibraltar doorgevaren zijn, en dat ze tot in Zuid-Engeland geweest zijn.

De belangrijkste van de Phoenicische handelskolonies is Carthago, op de noordkust van Afrika, geworden.

Carthago heeft zich, in tegenstelling tot het moederland, tot een machtige staat ontwikkeld. Het is later de grote vijand van het opkomende Rome geworden.

Er zijn diverse oorlogen gevoerd tussen Carthago en Rome om de heerschappij in de Middellandse Zee, maar de handelsstad heeft tenslotte voor het machtige Rome het hoofd moeten buigen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 februari 1962

Daniel | 8 Pagina's

Volkeren rondom Israël

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 februari 1962

Daniel | 8 Pagina's