De Nieuwe Kerk te Delft
I
In het jaar 1430, werd de Nieuwe Kerk te Delft, opgetrokken in Gotische bouwtrant, voltooid. De toren, die een hoogte bereikt van 109 meter, werd na ruim een eeuw arbeid voleindigd op 6 september 1496, twee keer werd de torenspits door brand vernield. Eerst in 1877 kreeg de toren zijn tegenwoordige gedaante.
Oorspronkelijk was de kerk gewijd aan Maria, daarna aan St. Ursula en de 1100 maagden. Op 2 augustus 1572 werd zij door de stedelijke overheid toegewezen aan de Hervormde eredienst. Veel heeft de kerk moeten lijden. Een grote brand in 1536, de beeldenstorm in 1566 en het springen van het kruitmagazijn hebben alle hun sporen achtergelaten.
Door al deze vernielingen zijn er nog slechts enkele fragmenten van middeleeuws beeldhouwwerk aanwezig. Vooral in het transept zijn de sporen van „de Delftse Donderslag" van 1654 in de uitbuiging van de muren duidelijk zichtbaar.
Bij de bouw van het kerkgebouw volgde men de oude regels, die een symbool zijn van Christus, de apostelen, de evangelisten en de profeten. (Kruisvormig met de 12 zuilen en het koor, de vier vierlingspijlers en de 16 zuilen in het schip). Het grafmonument van Willem de Zwijger bevindt zich op de plaats waar eens het hoogaltaar stond.
Vele afgestorven telgen uit het doorluchte Oranjehuis rusten in het kille graf van de koninklijke grafkelder in de Nieuwe Kerk of elders totdat eenmaal ook voor hen de bazuinen zullen schallen.
In de Westminster Abbey in Londen werden koning-stadhouder Willem III en zijn gemalin Maria Stuart bijgezet. In de Princekapel van de Grote Kerk te Breda hebben René van Chalons en de moeder van Philips Willem, Anna van Egmond, gravin van Buren hun laatste rustplaats gevonden. De princekapel in de Grote Kerk te Breda was eenmaal voorbestemd de familiegrafkelder der Oranje-Nassau's te worden. Dit had Prins Willem bepaald. Deze wens is niet in vervulling gegaan, want toen de Vader des Vaderlands door het moordend lood werd getroffen, was Breda in de handen der Spanjaarden. Noodgedwongen werd de Prins in de Nieuwe Kerk te Delft begraven, en zo is het gebleven. Na dit artikel willen wij D.V. ook de Grote Kerk van Breda beschrijven.
De stoffelijke overblijfselen van 40 telgen uit het huis Oranje-Nassau bevinden zich alle, op reeds genoemde uitzonderingen na in de Koninklijke grafkelder te Delft.
Sinds mei 1958 ligt Prins Willem V begraven in de Nieuwe Kerk te Delft. Op de 18e januari van het jaar 1795 was de laatste Erfstadhouder uit de Nederlanden vertrokken, om naar de overkant uit te wijken. De Franse troepen naderden ....
Nooit is Prins Willem V teruggekeerd. In de nacht van 8 op 9 april 1806 stierf hij als een banneling in de Domprobstei te Brunswijk. Zijn stoffelijk overschot werd bijgezet in de hertogelijke grafkelder in de Domkerk te Brunswijk. Ruim honderd vijftig jaar later, op 1 mei 1958 werden de stoffelijke resten van Prins Willem V overgebracht naar de familiegrafkelder der Oranjes. De hofprediker hield in aanwezigheid van koningin Juliana en Prins Bernhard een korte predikatie over Jesaja 40 : 6—8. Nadat de kist door leden van de Koninklijke Marechaussee de koninklijke grafkelder was ingedragen, werd de korte plechtigheid besloten met het zingen van het zesde couplet van het Wilhelmus. Prins Willem had, temidden-" der zijnen zijn definitieve rustplaats gevonden. In onze volgende aflevering hopen wij U iets te vertellen van de koninklijke grafkelder in de Nieuwe Kerk te Delft....
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 februari 1962
Daniel | 8 Pagina's